Een stuk gezelliger!
Vandaag :
♔ niets op de agenda
Avatar

kerkdijk

Euwe speelt tegen Sinterklaas

.

Enkele jaren geleden kocht ik in een kringloopwinkel het boek Wereldschaaktoernooi Amsterdam 1950 geschreven door Dr. M. Euwe en Lod. Prins.

Een interessant boek om even iets over te schrijven.

Nu is het zo dat Karel van het Reve (niet te verwarren met zijn broer de schrijver Gerard van het Reve) het schrijven over literatuur, en dit boek kan zeker als literatuur beschouwd worden gezien de teksten die Lodewijk Prins geschreven heeft, onzin vindt. Immers, als je iets wilt weten over bijvoorbeeld de Slag bij Waterloo, dan heeft het geen zin om naar Waterloo te gaan en het slagveld van toen te bekijken. Dat geeft heel weinig informatie. Beter is het dan om een geschiedenisboek over die slag te lezen geschreven door een ter zake kundige historicus. Wil je iets weten over de bouw van het melkwegstelsel, lees een boek over astronomie dat het melkwegstelsel behandelt.
Maar waarom, merkt Karel op, zou je een verhandeling/artikel lezen over een bepaald boek?? Je kunt immers zelf kennis nemen van dat boek door het gewoon te lezen en je er zelf een mening over te vormen.
Indien u verwacht of vindt dat mijn boekbespreking niets voor u brengt, dan kunt u dus beter het boek zelf lezen (toevallig is het boek bij mij te koop voor de geïnteresseerde lezer).

Het toernooiboek valt op omdat er maar liefst drie personen, en niet de minsten, een Voorwoord schreven terwijl de toenmalige voorzitter van de KNSB, Ir. H.J. van Steenis, een Ten Geleide schreef.
De samenstellers hadden maar liefst de Minister van OK&W (Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) Th. Rutten, de Burgemeester van Amsterdam Mr. A.J. d’Ailly en de Amsterdamse Wethouder  van Onderwijs A. de Roos bereid gevonden zo’n voorwoord te schrijven.
Volgens de Minister heeft het Wereldtoernooi “bijgedragen aan de goede naam van ons Vaderland in den vreemde”. De Burgemeester stipte aan dat “het schaakspel de geest scherpt, het denken bevordert. Het is een nobel spel.”
De Wethouder gaf aan: “Gedurende een viertal weken was  de aandacht van de gehele wereld op Amsterdam gevestigd.”
De Voorzitter van de KNSB gaf o.a. aan dat het schaken kan helpen om het brandende probleem van de juiste besteding van de vrije tijd op te lossen (!). Hij gaat verder:”Dans en film geven een vaak ontstellende vervlakking, terwijl het massaal zich vergapen aan sport die men anderen ziet doen, ook weinig bijdraagt tot versterking van onze volkskracht. Wie inziet welke groet culturele en geestelijke waarde het schaakspel heeft, zal de verbreiding ervan toejuichen.”

Vervolgens geeft Lodewijk Prins in het volgende stuk getiteld HOE HET GROEIDE dat de oprichting in oktober 1949 van de Stichting voor Internationale Schaaktraditie van Amsterdam leidde naar het Wereldschaaktoernooi gespeeld van 9/11/1950 tot 9/12/1950.
Veel tijd is gestoken in het uitnodigen van de Russische schakers. Helaas tevergeefs, maar Prins wist een sterk spelersveld van 20 spelers naar Amsterdam te lokken waaronder Najdorf (de winnaar van het toernooi) Reshevsky, Gligoric, Pirc, Euwe, Donner, Pilnik, Tartacover en anderen.
Prins geeft een aardige karakterschets van de deelnemers in zijn verslag van de eerste bijeenkomst van de spelers in het Victoria Hotel (tegenover Amsterdam CS).
De dag erna wordt het toernooi officieel geopend in het Stedelijk Museum met 150 genodigden. De Burgemeester, de Beschermheer van het Toernooi, opent officieel het toernooi. Uiteraard speeches van verdere leden van het Ere-comité. De loting wordt verricht door de Burgemeester door de deelnemende schakers te laten kiezen uit een stapel boeken over het Wereldkampioenschap 1948 (gewonnen door Botwinnik) met daarin een volgnummer.

In het toernooiboek loopt Prins nog even alle deelnemers langs.
Het is bekend dat Donner en Prins een beetje een moeilijke relatie hadden. Donner heeft eens van Prins gezegd dat hij een loper niet van een paard kan onderscheiden. Wellicht dat één en ander het gevolg is van of aangewakkerd is door de opmerking die Prins over Donner maakt in dit toernooiboek. Ik citeer: “Indien Donner het half zo ver brengt als hij meent dat hij nu al is heeft hij zeer grote successen in het vooruitzicht.”(let wel: deze opmerking is geschreven na de toernooi-afloop en Donner eindigde op de gedeelde 11e/12e plaats van de 20).
Maar ook Euwe wordt in het zonnetje gezet. Prins merkt op dat het resultaat van Dr. M. Euwe enigszins teleurstellend is (6e/7e plaats met Pilnik). Dat zou voornamelijk te maken hebben met de lusteloze manier waarop hij zou hebben geschaakt. Prins verwacht dat Euwe de volgende maal, met wat meer vechtlust, als vanouds respect zal kunnen inboezemen. Dat kon de ex-wereldkampioen in zijn zak steken!.

Over de plaats van spelen, De Effectenbeurs aan het Beursplein te Amsterdam, merkt Prins op dat de hal van de Effectenbeurs verdeeld is in 82 vakken. In elk vak wordt, en alleen daar, een fonds verhandeld. Na sluitingstijd worden de schaakborden dan opgesteld in diverse vakken. Zo zit bijvoorbeeld de Amerikaan Reshevsky heel toepasselijk vaak in de Amerikaanse hoek. Dan merkt Prins op dat, indien Aljechin meegedaan zou hebben (de wereldkampioen schaken die in 1946 stierf), hij wellicht in de oliehoek geplaatst zou zijn. Hier wordt fijntjes verwezen naar bepaalde geruchten over Aljechin gedurende de match Euwe-Aljechin (1935). Maar over de doden niets dan goeds rondt Prins af.

Naar huidige maatstaven valt in dit boek op dat de titulatuur van de deelnemers consistent wordt gehanteerd. Max Euwe is dus Dr. M. Euwe. Verder hebben we nog Dr. X. Tartacover en Dr. P Trifunovic. Verder valt uiteraard op dat er toendertijd gerookt werd zoals te zien is op de foto’s van het toernooi.

Genoeg over dat toernooiboek.
Waar het me voornamelijk om gaat zijn de foto’s hieronder.
Het toernooi werd eind november/begin december 1950 verspeeld. Op 23 november 1950 kwamen Sint Nicolaas en zijn Knecht de schakers met een bezoek vereren.
Op de eerste foto zien we dat zij zich, heel origineel, op Solex en fiets naar de Beurs van Berlage begaven onder medeneming van boterletters voor de deelnemers..

(Bron: fotograaf Harry Pot/Nationaal Archief/Anefo)

Euwe doet de eerste zet in een vluggertje tegen Sint Nicolaas. Zo te zien is dit een geposeerde foto. Immers Euwe doet de zet terwijl de klok van de goede Sint loopt! De Sint zit te ontspannen aan het schaakbord, met de staf nog in zijn hand. De Sint zou, net als Euwe, in een actievere houding moeten gaan zitten. Euwe zit aangeschoven aan tafel, dicht bij het bord met zijn linker arm steunend, klaar om geen seconde te verliezen.
Onbekend is wie de rol van Sint & Piet speelden. Het zou best kunnen dat het echtpaar Prins die taak op zich genomen heeft.
Toernooiwinnaar Najdorf is de persoon tussen Euwe en de Sint. Links van hem staat de grote Tjeerd van Scheltinga die als 15e eindigde.
Rechts van Euwe staat de doos met de boterletter.
Daarnaast staat een voorwerp dat toentertijd in ieder interieur te vinden was,  maar dat nu klaarblijkelijk meestal ergens buiten te vinden is.
Aan de naambordjes is te zien dat de partij Dr. M. Euwe-M. Najdorf op het programma stond die avond.
Uit het toernooiboek blijkt dat die partij in de 10e ronde, die in remise eindigde, inderdaad op die 23e november 1950 verspeeld werd.

(Bron: fotograaf Joop van Bilsen/Nationaal Archief/Anefo)

Hieronder de groepsfoto van de deelnemers en Sint&Piet.
Laten we hopen dat Piet de roe niet heeft hoeven te gebruiken!

(Bron: fotograaf Joop van Bilsen/Nationaal Archief/Anefo)

P.S.
Over de schrijver/hoogleraar Slavistiek Karel van het Reve: minder bekend is dat Karel in de oorlog gedurende twee jaren Euwe de Russische taal heeft onderwezen. Euwe wilde namelijk de Russische schaakliteratuur kunnen lezen.
Ook minder bekend is dat Karel behoorde tot het team, waarin ook de schakers Lodewijk Prins, Nico Cortlever en Tjeerd van Scheltinga zaten, welk team Euwe ondersteunde gedurende het toernooi om het wereldkampioenschap gespeeld in 1948. De eerste 10 ronden werden in maart 1948 gespeeld in Den Haag waarna de resterende 15 ronden in april/mei daaraanvolgend in Moskou werden gespeeld. Karel trad o.a. als tolk op en hij had zitting in de scheidsrechters-commissie.
Op de terugweg uit Moskou dichtte Karel van het Reve een bewaard gebleven toepasselijk sonnet voor en op Cortlever.
Maar wellicht daarover meer in een volgend artikel.
.

 

Looplijnen ! ! !

.

Ronde 3 Keizer-competitie.
De competitie is nog pril, maar opmerkelijk is dat vier schakers die kort geleden lid zijn geworden, hun partijtje goed meeblazen.
Lijstaanvoerder op dit moment is Jeannot Tuinman met 3 uit 3!

Looplijnen
Na het voorgaande artikel getiteld Looplijnen !?! is nu de titel Looplijnen!!! nodig.
De looplijnen zijn dan wel virtueel, maar ze staan duidelijk op de plattegrond volgens het Protocol van onze schaakclub aangegeven.
Maar aan het begin van de derde ronde werd er geen rekening gehouden met die looplijnen.

Aan het begin van de ronde staan de tafels in tweeling opstelling opgesteld.
Aan de meeste borden kan klaarblijkelijk de 1,5 meter gehandhaafd worden aan slechts één tafel. Daartoe wordt één der tafels tegen de muur geschoven! Maar dan wordt de looplijn die vlak langs de lange wanden loopt geblokkeerd!! De schakers die vlak bij en met hun rug naar de muur zitten kunnen dan slechts hun bord verlaten met overtreding van de 1,5 meter regel. Dat is een ongewenste situatie.

Maar geen optie is om de overtollige tafels in het midden van de zaal te zetten. De centrale looplijn wordt dan geblokkeerd. De schakers die met hun rug naar die centrale looplijn zitten zitten dan opgesloten. Zij kunnen hun bord slechts verlaten met overtreding van de 1,5 meter regel. Ook dit is een ongewenste situatie.

Er zit dus niets anders op om te spelen in de tafels in tweeling opstelling!!
En waarom ook niet? Met het befaamde badlaken kan zonder problemen goed geschaakt worden.

.

 

Looplijnen !?!

.

Degenen die het Corona Protocol van onze vereniging hebben gelezen, en dat heeft natuurlijk iedereen, zullen ook gezien hebben dat de tekeningen van de plattegrond van het speellokaal een lust voor het oog zijn, zeker voor diegenen die regelmatig te maken hebben met technische tekeningen.
Opmerkelijk vind ik dat alle schaakborden niet slechts schematisch zijn aangegeven. De schaakborden zijn in detail weergegeven: voorzien van de 64 velden, waarbij ook nog eens gezorgd is dat de beide witte hoekvelden rechts van de spelers liggen. De ontwerper van de plattegrond moet wel zeker een schaker zijn. Verder zijn alle relevante maten/afstanden in de tekeningen aangegeven.

Nu ik al twee clubavonden de club bezocht heb en voor me zie hoe de tafels ongeveer staan leest zo’n plattegrond ook gemakkelijker.

Belangrijk is natuurlijk de plaatsing van de tafels, maar ook de looplijnen, die nauwgezet in de plattegrond zijn weergegeven. vielen mij nu meer op. De looplijnen zijn de onderbroken lijnen die ook nog eens in de tekening met “looplijn” zijn aangegeven. Alles is voorzien van maat-aanduidingen.
Het idee van de looplijn zal zijn dat, indien de spelers aan hun bord zitten op de ingetekende plaatsen, een persoon lopend over de looplijn zich altijd minstens op 1,5 meter afstand van de schakers zal bevinden.
Een probleem kan ontstaan als twee of meer personen zich tegelijkertijd over de looplijnen bewegen. Twee personen die elkaar tegenkomen op een looplijn zullen elkaar niet kunnen passeren want zodra ze dit zouden doen komen ze óf te dicht bij elkaar én/óf te dicht bij de zittende schakers.
Dat betekent dat er met beleid langs de looplijnen gelopen zal moeten worden.

Het belangrijkste is, denk ik, dat de lopers (bedoelend de personen die lopen) over de looplijnen lopen en daarvan niet afwijken. Zouden ze wel afwijken dan zullen zij een zittende schaker te dicht naderen. En die schaker ziet dat niet want het gebeurt achter zijn rug. Dus dan ontstaat een situatie dat een persoon ongewild en ongemerkt wordt benaderd tot een afstand kleiner dan 1,5 meter. Dit moet te allen tijde vermeden worden.
Het blijkt dus dat het verkeer langs de looplijnen zijn eigen regels zal hebben.

De twee looplijnen langs de lange wanden lijken het meest geschikt om te gebruiken als men de stelling aan andere borden wil bekijken. Dat zijn dus de KIJK-LIJNEN.
Het is dan wel nodig dat zo’n looplijn-segment leeg is bij het betreden daarvan.
Maar het kan ook zijn dat iemand al vanaf het looplijn-segment partijen bekijkt. Dan kan je toch dat looplijn-segment oplopen onder voorwaarde dat je 1,5 meter afstand houdt, en, dat als de persoon terug komt lopen, dat je dan direct rechtsomkeert maakt en voor die persoon uitloopt om hem de gelegenheid te geven terug te gaan naar zijn bord.
Het wordt wat makkelijker als tafel 1 en/of 2 klaar zijn. Er zijn dan twee paden om een looplijn langs de lange wand te bereiken.

De centrale looplijn tussen de twee rijen van 5 tafels kan het beste vrijgehouden worden voor personen die zich naar de faciliteiten in het Triton willen begeven (bar, toilet, etc.).
Dit is dus de KOFFIEBIERWIJN-LIJN.
Let wel: ook op deze looplijn kan niet ingehaald of gepasseerd worden.

Naarmate de avond vordert en er partijen beëindigd zijn, zal er meer ruimte komen om te lopen en om naar stellingen aan andere borden te kijken. Aan het begin van de avond (eerste 1,5 uur) is het even afzien!

Eén en ander geldt natuurlijk ook voor de korte afstand looplijnen in de buurt van de kleine zaal.

Waarom is het belangrijk dat van de looplijnen juist gebruik wordt gemaakt?
1. Afstand houden is één der peilers van het in toom houden van het Corona-virus.
Vooralsnog neemt het aantal besmettingen toe. Kon ik in mijn vorige artikel aangeven dat de kans op de aanwezigheid van een besmette persoon op de clubavond ca. 4% was. Recent is die kans gestegen naar ca. 6% en de trend is dat die kans nog zal stijgen. (23/9/2020: met 600/100000 besmettelijken wordt de kans 9% (aanname: 50% van de besmettelijken, die syptomen hebben, blijft thuis))
2. Het is duidelijk dat er minder draagvlak is gekomen voor een strikte doorvoering van de Corona-werende maatregelen zoals de 1,5 m afstand. Daarom is het van belang dat een ieder, voornamelijk jegens een ander, zich zodanig beweegt dat de 1,5 m regel gehandhaafd wordt.
3. Bij een goede invulling van het protocol zal dat bij een ieder vertrouwen geven dat er het nodige aan gedaan wordt om gezond te kunnen blijven schaken. Men zal komen om te schaken op de clubavond. Zo niet, dan zullen sommigen het vertrouwen verliezen en afhaken.

Een snel bezoek aan de websites van 20 schaakclubs laat zien dat er nog weinig clubs zijn met een uitgebreid corona-protocol.  Maar wel blijkt dat de meeste clubs zich bewust zijn dat er een regeling nodig is om aan de competitie te beginnen. Maar een link naar een compleet protocol kom je weinig tegen. Eén club vermeldt op haar website dat men 1,5 m afstand moet houden, maar dat die afstand niet geldt voor de twee spelers aan het schaakbord (de verandering van het KNSB protocol per 2 september j.l. is hopelijk wel overgekomen, is echter nog niet aangegeven op de website).

Een compliment voor het Bestuur van onze vereniging met het opzetten en publiceren van een actueel gedegen corona-protocol.

.

Schaken met het badlaken

.

Zowel in het KNSB Protocol Verantwoord Schaken (kenmerk 20-20) gedateerd 2 september 2020 als in de eerdere ongedateerde versie 20-20447 wordt aangegeven dat “uiteindelijk iedere individuele schaker een eigen afweging moet maken”.
Kortom u moet zelf de afweging  en de keuze maken of en hoe u wilt schaken in Corona-tijd. Dit is zeker wel een redelijk standpunt, want voor welk  van uw problemen dan ook  dient u tenslotte zelf een oplossing te vinden (hopelijk geholpen door aanwijzingen van zeer verstandige stuurlui aan de wal).

De 1,5 meter
Over de noodzaak om de 1,5 meter in acht te nemen bestaat verschil van mening.

Mij lijken zeker drie maatregelen om besmetting te voorkomen relevant:
Maatregel 1: Blijf thuis als u symptomen van Corona heeft.
Heeft u die symptomen dan kunt u geïnfecteerd en besmettelijk zijn en kunt u het virus middels besmetting aan derden overdragen.
Maar het is niet onmogelijk dat een geïnfecteerd persoon geen symptomen heeft maar wel besmettelijk is, dus het virus kan verspreiden. Voor een grote groep (18.000) inwoners van IJsland is gevonden dat ongeveer 50% van Corona geïnfecteerden geen symptomen vertonen.
Dus onder deze maatregel 1 lopen er nog steeds geïnfecteerden rond, dikwijls zonder dat ze (inclusief wij zelf) weten dat ze Corona-geïnfecteerd zijn.
Maatregel 2: Het ontsmetten van uw handen en voorwerpen waarmee u in aanraking gaat komen.
Virussen kunnen enige tijd overleven op oppervlakken vooral als ze vlak zijn (metalen, plastics). Deze virussen kunnen afkomstig zijn van geïnfecteerden. Door deze virussen bij voorbaat onschadelijk te maken wordt infectie vermeden
Maatregel 3: 1,5 meter afstand houden.
Geïnfecteerden kunnen virussen verspreiden door praten of zingen, maar vooral door hoesten en niesen. De overdracht wordt gedacht plaats te vinden door kleine met het virus beladen druppeltjes die de geïnfecteerden verspreiden. Deze druppeltjes zullen onder invloed van de zwaartekracht vallen binnen een straal van 1,5 meter van de bron.
Dus houdt men meer als 1,5 meter afstand tot een persoon, dan zal overdracht van het virus, mocht die persoon besmettelijk zijn, niet plaatsvinden.

De discussie kan gaan over de vraag of alle drie maatregelen nog steeds nodig zijn of effectief zijn. Met name de 1,5 meter maatregel lijkt dikwijls niet meer in acht genomen te worden of het moet zijn dat mensen de 1,5 meter niet goed kunnen afschatten (ondanks dat overal, bijvoorbeeld op vloeren, de afstand van 1,5 meter is aangegeven).

Maar voor dit artikel is zo’n discussie niet zo relevant.
Het gaat erom dat iedere schaker zelf moet beslissen of je de situatie die je aantreft veilig genoeg voor jezelf vindt. En die beslissing hangt natuurlijk ook af van het gedrag van anderen in deze.
Mijn keuze is dat de situatie zo moet zijn dat de drie maatregelen zijn gerealiseerd in de omgeving van mijn schaakbord, maar het liefst natuurlijk in de hele zaal inclusief toeloop.

Besmettingskans
De kans op besmetting op een competitieavond is moeilijk in te schatten.
Eenvoudiger is de kans te schatten dat zich onder de schakers een geïnfecteerde schaker bevindt.

Uitgaande van getallen in het Corona Dashboard van 12 september 2020 is het resultaat als volgt:
Het Corona Dashboard geeft aan dat er momenteel ca. 250 besmettelijke personen per 100.000 inwoners zijn.
Ik ga ervan uit dat, als vuistregel, de helft daarvan duidelijke symptomen zal hebben en dus (alstublieft!!!!) thuis zal blijven.
De kans dat een persoon besmettelijk is zonder symptomen is dus 0,5 * (250/100000)=0,00125.
Overigens loop je dus zelf ook zo’n kans om geïnfecteerd zonder symptomen én besmettelijk de schaakclub te bezoeken. Houd dus 1,5 m afstand, ook achter het bord, want u wilt toch niet uw clubgenoten infecteren!!

Bij een competitieavond waarbij ca. 35 personen betrokken zijn is de kans dat er een besmettelijk persoon aanwezig is dus 35x zo groot ofwel 0,04 ofwel 4%.
Ik heb geen getallen kunnen vinden wat de kans is dat, bij een ontmoeting onder “het oude normaal” omstandigheden met een besmettelijke persoon, daadwerkelijk besmetting plaatsvindt. Wel dat bij een afstand van 1,5 meter die kans klein is, want daarom is die regel ingevoerd.
Dat duidt er allemaal wel op dat de 1,5 meter regel belangrijk is om te realiseren. Want 4% kans dat één der aanwezige schakers, nl. diens tegenstander, door besmetting in gevaar komt bij het niet in acht nemen van de 1,5 meter regel, is wel groot. Want wie zou er nog in een vliegtuig stappen als de kans dat het vliegtuig een ongeluk krijgt 4% is????? (Ik geef toe: hier is enige demagogie in het spel).
(Overigens is het wel zo in ons rekenvoorbeeld dat, als er één geïnfecteerde schaker aanwezig zou zijn, de kans dat je tegen hem zou moeten spelen 1:34 is.).


Bij de fotos: Ontspannen schakers op voldoende afstand. 

De dubbele tafel met badlaken
Het gebruik van dubbele tafel met badlaken (en natuurlijk bord, schaakstukken en klok) is mij goed bevallen. Ik kon dan ook bogen op een tegenstander, Mark Grondsma, die ook geïnteresseerd was om ervaring op te doen met dit systeem en met wie een goede samenwerking mogelijk was om het schaakbord zijn reizen heen-en-weer te laten maken.

Het gebruik van een heen en weer gaand schaakbord tussen twee spelers, die op afstand zitten, is al bekend uit een video-clip die te vinden is op de website van de Schaakbond. De video toont dat het schaakbord door de speler, die net een zet heeft uitgevoerd, naar de tegenstander geduwd moet worden. Het schaakbord staat immers buiten handbereik van de aan zet zijnde speler. Door een langzaam-aan actie van de tegenstander kan die tegenstander extra seconden afsnoepen van zijn/haar tegenstander.
Een groot voordeel van het gebruik van een badlaken is dat, nadat een zet door de tegenstander is uitgevoerd, de dan aan zet zijnde speler zelf actie kan nemen om het schaakbord naar zich toe te halen. Hij is daarbij niet afhankelijk van zijn tegenstander..

Badlaken etiquette
In de bijgaande figuur wordt een schaakbord in de neutrale positie weergegeven. Het schaakbord staat dan midden tussen de spelers zodat beiden de positie op het schaakbord gelijkwaardig kunnen bekijken.
Trekt een speler, teneinde een zet te kunnen uitvoeren, het bord naar de speelpositie (zie figuur), dan heeft die speler een beter uitzicht op de stelling dan zijn tegenstander.

Teneinde gelijke kansen te scheppen dienen de spelers als volgt te werk te gaan (etiquette regel):
Een speler doet een zet op het bord.
Zijn tegenstander trekt het bord naar zich toe naar de neutrale positie zodat beide spelers de positie op het bord gelijkwaardig kunnen bekijken.
Indien de aanzet zijnde tegenstander zijn volgende zet heeft bepaald, trekt hij op zijn beurt dan pas het bord verder naar zich toe naar de speelpositie en doet de zet.
Waarop de eerste speler het bord terugtrekt naar de neutrale positie en zijn zet gaat overwegen.
Etc.

 

Nog iets over de afstanden
De maat van de tafels is 80 x 80 cm. Twee tafels naast elkaar zijn dus 160 cm diep en 80 cm breed.
Zie de figuur, één hoekje is 10 cm.
Een schaakbord is ca. 40 x 40 cm.

In de figuur zijn twee neuzen getekend die 5 cm over de rand naar binnen steken. De topjes van de neuzen zijn dan dus op ca. 1,5 m.
Waarom de neuzen? Naar ik begreep zal besmetting middels die befaamde druppeltje gebeuren door inhalatie door neus of mond of via depositie in de ogen. Dus een meer exacte definitie van de afstand tussen twee personen zou kunnen zijn de afstand tussen de punten van hun neus.
Dus als beide spelers rechtop aan de dubbele tafel zit zal voldaan zijn aan de eis van 1,5 meter afstand.

De armlengte zal variëren van persoon naar persoon. Ik mat dat mijn armlengte ca. 60 cm is: tot 60 cm kan ik met mijn hand schaakstukken manipuleren. Uit de figuur blijkt dat ik het bord tot op 20 cm van de rand naar me toe moet trekken opdat ik, zonder vooroverbuigen, overal op het bord een zet te kunnen doen.
Ter vergelijking heb ik de positie van een enkele tafel in de figuur ingetekend. Als de spelers, met één tafel met schaakbord in vaste neutrale positie, een zet moeten uitvoeren op het schaakbord onder inachtneming van de 1,5 meter, dan zullen die personen uitgerust moeten zijn met armen van  ca. 100 cm lengte.
Hebben zij niet zulke armen dan zit er niets anders op dat zij een voldoend lange vleesvork meenemen om de zetten uit te voeren, zie het artikel CORONA-schaken.

Overigens mogen de spelers achter de enkele tafels zitten of liggen, zich voorover of achterover buigen of op welke andere manier zij maar willen: als ze maar op neusafstand van 1,5 meter blijven.

Diversen
-Let op als  u aan tafel 1 zit zit vlak bij het raam. Het raam is geopend teneinde bij te dragen aan de ventilatie van de speelzaal. Houd daar rekening mee: het is er koeler en u zit op de tocht.
-Noteert u de zetten op een los velletje papier, neem dan een kartonnetje mee om eronder te leggen. Met het losse velletje direct op het badlaken gaat het noteren niet lukken.
-Zet de klok ook op het badlaken, dan heeft u de klok bij de hand als u uw zet uitvoert.
-Tip van Kees P. en Frank: rol het badlaken aan uw zijde op tot een rolletje. “Dat werkt fijn.”

Ter afronding: Het zal ook duidelijk zijn dat ik in de Keizer-competitie altijd zal vragen om een dubbele tafel en badlaken en een meewerkende tegenstander.

(Waar in deze publicatie hij of zijn wordt aangegeven dient dit gelezen te worden als hij/zij en zijn/haar.)

 

( Aanvulling 16/9/2020: ondertussen is het aantal besmettelijke personen opgelopen van 250 naar 368 personen per 100:000, zie Dashboard Coronavirus, de kans is dus ondertussen toegenomen met een factor 1,5))

.