Een stuk gezelliger!
Avatar

robvS

Eggert Purmerend 2 herstelt zich

Het was weer gezellig druk in Triton op zaterdag 4 februari. Zowel ons eerste als het tweede team betraden de schaakarena voor de 6e ronde van de externe competitie. Het tweede was op zoek naar eerherstel na het spijtig verlies in de voorgaande ronde tegen ZSC Saende. Gelukkig was het team geheel compleet deze keer toen een strenge wedstrijdleider Aart Strik ons om precies 13:00 sommeerde achter de borden plaats te nemen. Na de gebruikelijke mededelingen kon de wedstrijd aanvangen.

Bord 1  Anton Bakels (2098) – Chris de Saegher (2136)

Mijn partij was heel spannend. Chris koos onverwacht voor een Najdorf – ik had me niet voorbereid maar had wel verwacht dat ik tegen Chris de Saegher zou spelen en had een meer positionele aanpak verwacht met 1.d4. Achteraf had hij zich wel uitgebreid voorbereid op mij – ook omdat ik nog ongeslagen was. Na de opening heb ik een zet omgedraaid – waardoor ik een mindere stelling kreeg. Veel druk van mijn tegenstander op mijn stelling was het gevolg. Ik koos in complexe stelling om tijdelijk materiaal te pakken wat echter niet genoeg was. Alleen Chris maakte het zichzelf erg lastig in tijdnood in plaats van een makkelijk gewone stelling te kunnen bereiken. Hierdoor kon ik een remise-achtig eindspel bereiken. Echter….maakte ik direct een blunder in het eindspel door een pion terug te pakken (stond er op dat moment 2 achter). Ik had beter de 2 lichte stukken (mijn loper/paard tegen 2 paarden) op het bord kunnen houden. Heel frustrerend omdat ik het besefte achter het bord voordat het gebeurde – maar door tijdnood/stress besloot ik toch voor materiaal te kiezen. Duidelijk niet mijn meest gelukkige partij maar gelukkig was de overwinning toen wel al binnen!

Bord 2  Ton van Nieuwkerk (2005) – Alexander Kretzschmar (1902)

Met wit kom ik goed uit de opening. Dit voordeel behoud ik in het middenspel, maar ebt richting wederzijds tijdnood langzaam weg. Resteert een rommelige stelling. Ik zie dat we 3 1/2 punt hebben, zie Anton links van mij vechten voor lijfsbehoud en loop met vier minuten op de klok snel naar Marc. Zie dat hij minimaal remise heeft en weet dus wat te doen. Ik ben al twee keer een zetherhaling uit de weg gegaan, maar biedt er nu zelf eentje aan. Mooi dat hij deze aanneemt, want daarmee komen we op 4 1/2 punt!

Bord 3  Dennis van den Beld (2002) – Paul van Haastert (1973)

Mijn tegenstander besloot in de opening een stuk te offeren voor een aanval op mijn koningsstelling. Hij had echter over het hoofd gezien dat ik niet het stuk sloeg, maar twee tussenzetten speelde waarmee ik een ander stuk aanviel en de baan van zijn loper richting f7 onderbrak. Daarna sloeg ik alsnog het geofferde stuk en toen de rookwolken een aantal zetten later waren opgetrokken stond ik een stuk tegen 1 pion voor in een totaal gewonnen stelling, waarna mijn tegenstander direct opgaf. NB: computeranalyse gaf aan dat na mijn eerste tussenzet de beste voortzetting voor mijn tegenstander een iets betere stelling voor mij op zou leveren, die niet direct gewonnen was. Mijn tegenstander speelde echter nog steeds op de aanval en na de tweede tussenzet stond ik gewonnen.

Bord 4  Michael Yu (1994) – Christiaan Molenaar (2091)

Helaas geen verslag van Michael ontvangen maar op de website van het Witte Paar werd het volgende gemeld over de partij:

Onze man in vorm Christiaan liet zich de kaas van het brood eten. Met een sterk pionnencentrum verdedigde hij zich aanvankelijk goed tegen het witte wanhoopsoffensief over de h-lijn maar één onachtzaamheid deed het hele bouwwerk alsnog instorten.

Bord 5  Marc Holla (1907) – Jan Brink (1881)

Eigenlijk geen moeilijke partij…, met zwart tegen het Morra gambiet. Het is weleens anders geweest, maar tegenwoordig lukt dat wel. Eigenlijk gewoon een pion voor dus. Mijn plan was vervolgens om alles af te ruilen, en dan zonder risico op mijn gemak eens kijken of er in het eindspel een winst in zit. Dat viel eigenlijk een beetje tegen. De extra pion was een dubbelpion (e6/e5), wat in het middenspel mooi invloed gaf in het centrum, maar in het eindspel niet zo’n rol speelde. Op een regenachtige dag moet ik maar eens wat Morra partijen naspelen, en kijken hoe de experts dat doen J. Voor nu dus weer een remise. Niet slecht, maar het begint nu toch echt wel eens tijd te worden voor een overwinning.

Bord 6  Pim Jekel (1890) – Robin Mandersloot (1778)

De hele partij dacht ik een plusje te hebben, maar na analyse met de computer blijkt dat tegen te vallen. Eigenlijk had ik alleen in de begin van de partij een plusje maar daarna was het een gelijk opgaande strijd. In mijn tijdnoodfase blunderde ik de partij weg.

Bord 7  Robbert Mirani (1973) – Roland van Soest (1831)

Mijn partij stelde helaas niet veel voor. Ik was de hele week ziek geweest en bij nader inzien had ik me beter af kunnen melden. Door een opeenvolgende reeks van ondoordachte zetten in de opening kwam ik in een middenspel terecht waar alle kansen bij mijn tegenstander lagen. Mijn tegenstander had echter blijkbaar niet zo’n zin om deze hoorn des overvloed te benutten en bood me op zet 17 (!) in het middenspel remise om redenen die me volslagen onduidelijk zijn. Het was dat ik nog formeel verplicht was om te overleggen met de teamleider, anders had ik me direct, gillend van dankbaarheid, over het bord geworpen om mijn tegenstander de hand te schudden. Desalniettemin beschouw ik mijn remise als cruciaal in de behaalde 4.5-3.5 overwinning.

Bord 8  Rob van Someren (1902) – Rob van Praag (1716)

In een Trompovski met d5 variant bezorgde ik mijn tegenstander de bekende dubbelpion op de f-lijn en ontwikkelde in eerste instantie rustig. van Praag pakte het voortvarend aan en stoomde op met zijn f en g pion maar dat gevaar was eenvoudig te pareren. Na Dame ruil bood mijn tegenstander remise aan maar na kort overleg met teamleider Anton werd dat beleefd afgeslagen. In het vervolg won ik een pionnetje maar leek de winst nog ver weg tot dat van Praag plotsklaps een stuk offerde voor een pion. Wellicht dacht hij gevaarlijk te kunnen worden met zijn gedekte vrijpion die hiermee ontstond, maar dat gevaar is er nooit gekomen. Eenvoudig peuzelde ik nog wat pionnen weg en uiteindelijk gaf de Zaankanter zich gewonnen.

 

 

EGGERT Purmerend 2 zakt door het ijs.

Afgelopen zaterdag 17 december speelde het, licht door de griepgolf geraakte, tweede  team zijn uitwedstrijd tegen ZSC Saende 2 in de 6e ronde van de promotieklasse NHSB. Het tweede verdedigde daar zijn gedeelde koppositie en met de zware wedstrijd tegen onze mede koploper nog voor de boeg moest hier natuurlijk gewonnen worden. Hieronder een door de spelers aangeleverde  impressie van deze wedstrijd,

Anton Bakels (2094) – Dennis Rosseg (1981)  ½-½

Hele partij een licht overwicht – waarbij ik zeker goede kansen kreeg in het eindspel met loper tegen paard. Veel spanning erop omdat het toen 4-3 stond – waardoor ik moest winnen. Ik heb er alles aan gedaan maar moest helaas de handdoek in de ring te gooien – anders had ik zelfs nog verloren. De straf van het team was duidelijk: ik mocht teruglopen – alle auto’s waren al naar huis. Het spijt me jongens – volgende keer zal ik jullie niet in de steek laten!

Ton van Nieuwkerk (2027) – Huib Middelhoven (1911)  0-1

Beter een slecht plan (hij) dan geen plan (ik). Dat is mijn partij kort samengevat. Ik moest op de damevleugel actief worden, maar ik had geen idee hoe. Hij moest op de koningsvleugel actief worden en koos voor een traag plan. Maar toen zijn koningsaanval eenmaal kwam werd ik ook helemaal weg geofferd. Redelijk kansloos mocht ik een loper en later zelfs een torenoffer ondergaan. Niet fijn.

Dennis van den Beld (2010) – Willem de Boer (1933)  ½-½

Ondanks dat ik wit had, kwam ik met nadeel uit de opening. Dit is de hele partij niet meer goed gekomen. Ik mocht dan ook blij zijn dat mijn tegenstander remise aannam in een voor mij nog mindere stelling. Het was weliswaar niet eenvoudig om een winstplan voor zwart te vinden, maar ik stond zo klem dat ik in ieder geval niets kon forceren.

Michael Yu (1990) – Ben van den Bergh (1985)   ½-½

Ik kwam al snel in de problemen door (te) snel en onzorgvuldig te spelen in de opening. Gelukkig miste mijn tegenstander een leuke tactiek die de stelling niet alleen gelijk trok, maar me ook een pion meer gaf. Een aantal zetten later offerde hij een kwaliteit voor het initiatief. Het werd al snel een erg complexe en tactische stelling waarin we ongetwijfeld het een en ander over het hoofd hebben gezien. In het eindspel stond mijn tegenstander beter en had ik geen realistische kans meer om te winnen. Ik zag echter een herhaling van zetten en de partij eindigde in een remise.

 Marc Holla (1928) – Dirk Willem Swart (1831)   ½-½

Wegens verkoudheid was ik eigenlijk van plan af te zeggen, maar er was al een invaller nodig, en ik wist dat het waarschijnlijk niet zo makkelijk zou zijn om op korte termijn nog een tweede vervanger te regelen. Vooruit dus dan maar. Neusdruppels in, en op de wc neus snuiten, want de tegenstander mag natuurlijk niets merken van zijn goede kansen. En zowaar hij bood remise aan. Ik stond wel iets beter, dus even checken met Anton of het ok is. Na het groen licht snel weer naar huis om uit te zieken

Pim Jekel (1911) – Robert Boes (1886)  0-1

Na de opening kwam ik met zwart met een zwakke d6 pion te zitten. Op zich niks aan de hand want die pion was afdoende verdedigd. Dit zorgenkindje koste mij wel veel tijd en ik kwam wat gedrukt te staan. Toen de dames geruild waren besloot ik om mijn koning vanaf g8 centraler neer te zetten naar e8. Daarna besloot ik om mijn koning naar c7 om te spelen om pion d6 extra dekking te geven. Helaas was dit een fout plan en daar wist mijn tegenstander handig gebruik van te maken om even later twee ver opgerukte verbonden vrijpionnen te creëren op de f en g lijn. In een op dat moment hopeloze stelling heb ik nog geprobeerd om zijn koning in een eeuwig schaak valletje o.i.d. te laten lopen, maar mijn tegenstander maakte geen fout meer.

Rob van Someren (1866) – Mels van de Water (1705)  1-0

Wederom had ik de pech om op het laatste moment met een andere kleur te moeten spelen maar dwong daardoor kennelijk geluk op een andere manier af. Met wit speelde ik tegen oude rot Mels van de Water en het werd een Franse opening met Lb4 variant. Na het door mij gespeelde a3 ruilde Mels niet af op c3 maar speelde zijn Loper terug naar a5. Vaag herinnerde ik mij deze variant van mijn vroegere schermutselingen met Sjouke Dijkstra maar ach wat is dat al weer lang geleden. Wit offert in deze variant twee pionnen voor activiteit. Niet geheel zeker speelde ik b4 en na het antwoord cxb4 plaatste ik mijn Paard op b5, een schaak op d6 dreigend. De beloofde activiteit kreeg ik zeker en ergens had ik er doorheen kunnen offeren. (zie diagram)

Een mogelijk vervolg was hier 19. PF6+ – gxf6 20. exf6 (Er dreigt nu mat via 21. Dg4+ – Kf8 22. Dg7+ – Ke8 23. Dxh8). Zwart kan echter direct vluchten met 20. …. – Kf8 21. Dd6+ – Ke8, waarna ik geen winnend vervolg meer zag. Latere computer analyse liet zien dat wit na 22. Thb1 – Tc8 23. Txa3 – Pxd4+ 24. Pxd4 – Dc5 25. Pb5! – Dxd6 26. Pxd6 – Kf8 27. Txa7 groot voordeel haalt.

Achter het bord was dit, althans voor mij, te complex om te vinden en door actief spel wist Mels mij terug te dringen. Van de geofferde pionnen zag ik er maar eentje terug en de uitstekend spelende Zaandammer leek direct op winst af te stevenen toen hij pardoes zijn Toren in de aanbieding deed. Die sloeg ik er met mijn Koning dankbaar af en direct gaf Mels gedesillusioneerd op.

Paul Meijer (1709) – Evert Blees (1806)  ½-½

Ik had een leuke, strategische partij tegen Evert Blees. Ik kwam goed uit de opening en had mijn stukken goed gecentreerd. Toen ging Evert druk op mijn Koningstelling geven, waarbij ik mijn Koningstelling moest openen, maar wel mijn pionnen kon opspelen, zodat ik ruimtevoordeel kreeg. Kon ook mijn paarden actief bij zijn Koningstelling plaatsen. Toen kwam de tijdsdruk om de veertigste zet te halen. Hierdoor gaf ik de dekking op van mijn pion op E5 en verloor deze. Maar door goed actief zijn toren op E5 aan te vallen met mijn dame en met mijn Paard zijn andere toren in te zetten, dwong ik remise af.

En zo werd met 4½ – 3½ helaas het eerste verlies van dit seizoen geleden en zakken we af van een gedeelde eerste naar een gedeelde tweede plaats maar op bordpunten staan we nu vierde. Nog is er niets beslist want de huidige nummer 1 staat nog op ons programma en de nummers 2 en 3 spelen onderling nog tegen elkaar. We zullen zien hoe zich dit gaat ontwikkelen, maar het wordt in elk geval een spannend slot van het seizoen.

P.S. En Anton sorry voor het misverstand.

Eggert Purmerend 2

Al enige tijd verscheen er geen verslag van de wedstrijden van ons tweede team. Teamleider Anton heeft het erg druk en als geen ander weet ik hoe moeilijk het is om als spelend teamleider een ter zake kundig verslag te produceren als je al je aandacht bij je eigen partij moet houden.

Vandaar mijn voorstel om in navolging van het derde team de spelers te vragen om zelf een korte impressie van hun partij te geven.

Zaterdag 26-11 speelde het tweede alweer zijn vierde wedstrijd in de NHSB promotieklasse en wie met enige interesse op de NHSB heeft gekeken heeft kunnen constateren dat we het voorwaar niet onverdienstelijk doen. Alle wedstrijden werden tot heden gewonnen en EGGERT Purmerend 2 ging met 6 uit 3 fier aan kop.

In de eerste wedstrijd werd in een thriller Krommenie verslagen. Lange tijd zag het er naar uit dat deze partij in 4-4 zou eindigen maar toen schoot de tegenstander van Marc Holla een enorme bok in het eindspel en was Marc er als de kippen bij om remise te maken en de overwinning binnen te slepen.

In de tweede wedstrijd was Volendam niet opgewassen tegen ons thuisvoordeel en werd door een ontketend tweede team met 6,5 – 1,5 terug naar de dijk gestuurd.

De derde wedstrijd tegen Aartswoud werd ook weer een hele spannende. Ook hier leek het lange tijd op een 4-4 eindstand af te stevenen maar wist plotsklaps Robbert Mirani een volledig gelijk eindspel van Toren + 2 pionnen tegen Toren + 2 pionnen naar winst te toveren.

Nu stond echter de op papier zwaarste tegenstander, Kennemer Combinatie 3, op het programma. Met een gemiddelde rating van 2015 gooiden zij bijna 100 punten per bord meer in de strijd.. Hieronder de door de spelers aangeleverde impressie van deze wedstrijd. Helaas is voor deze eerste keer nog niet door iedereen iets aangeleverd, maar dat gaat bij de volgende wedstrijd ongetwijfeld beter worden. Dank in ieder geval aan de spelers voor hun bijdrage.

Bord 1 Anton Bakels (2094) – Rene Bakker (1988) 1-0

In de opening tegen mijn tegenstander van KC 3 was het ingewikkeld of mijn paard al dan niet buitenspel kwam te staan op a5. Mijn idee was om hem daarop te laten richten en stiekem mijn eigen stelling te verbeteren. Het werd een spannende strijd waarbij ik het gevoel had wel goed eruit te komen. Echter door verwikkelingen in het middenspel en een onnauwkeurigheid kwam ik slechter te staan en materiaal achter (kwaliteit achter). Echter mijn tegenstander werd lichtelijk overmoedig en vergat mijn kansen (verre vrijpion) op waarde te schatten. Door een fout van zijn kant kwam ik materiaal voor en maakte na een langdurend eindspel de bevrijdende 4-4! Het zit me zeker niet tegen dit seizoen gezien de mindere stellingen waar ik in ben beland – en dan toch 3 uit 4 gehaald te hebben.

Bord 2 Ton van Nieuwkerk (2027) – Hicham Boulahla (2072) 1-0

Op bord 2 mocht ik een mooi potje spelen. Na een wat trage openingsopzet van mijn tegenstander probeerde ik eerst tot een mataanval te komen. Dat strandde wat en vervolgens kwam er een gecompliceerd middenspel op het bord. In tijdnood moest ik wat moeilijke beslissingen nemen, mede omdat ik geen flauw idee had of mijn h-pion nu erg sterk of erg zwak was. En hoe het resterende eindspel van wederzijds een loper en vijf pionnen te beoordelen? Daar nam ik na de 40e zet even ruim de tijd voor, zeker nadat mijn tegenstander voor een wat passieve opzet koos en ik gezien de stand van de match wist dat ik moest winnen. En dan is het natuurlijk erg lekker als je een winstvariant weet te vinden, waarin je eerst twee van je vijf pionnen moet offeren.

Ik zei het al, een mooi potje!

Bord 3 Arno Buijten (2011) – Ron van Wezel (2056) 1-0

Onze vaste invaller Arno nam het op tegen de sterke Ron van Wezel en wist zijn 100% score als invaller van het tweede te handhaven. Commentaar Arno: “heel hoogstaand was het allemaal niet. Zwak spel van mij werd in een verloren positie beloond met een dame…”

Bord 4 Michael Yu (1990) – Wouter Roggeveen (2048) 0-1

Michael wist helaas zijn stelling niet te keepen tegen de sterke Wouter Roggeveen. Toen ik het strijdtoneel verliet keek Michael in ieder geval tegen een pionnen meerderheid op de Damevleugel aan die dreigend voorwaarts kwamen.

Bord 5 Marc Holla (1928) – Peter Pijpers (2037) 0-1

Ik had zwart. Mijn tegenstander speelde een mij onbekende variant in de Lb5 Siciliaan, en stond eigenlijk van het begin af aan steeds ietsje beter. Mijn verdediging hield echter stand en terwijl de klok voor ons allebei een probleem begon te worden leek het er zelfs op dat ik het initiatief over zou gaan nemen. Totdat hij begon te offeren. Eerst een paard, dan een toren, dan nog een paard… en opeens stond wit gewonnen. Netjes gespeeld door mijn tegenstander.

stelling-marc

23.Pf5 d5 24.Df3 d4 25.Lg5: dc3: 26.Td7: Ld7: 27.Pd6 Ld6: 28.Df6: Kg8 29.Dg6 Kf8 30.Td6: Le8 31.Tf6 Lf7 32.Lh6 Ke8 33.Te6 Kd8 34.Df6 Kc8 35.Tc6: Th6: 36.Tc7: Kc7: 37.Dh6: 1-0.

Bord 6 Robbert Mirani (1894) – Esper van Baar (1989) 0-1

Lange tijd leek Robbert goed te staan maar opeens heeft ergens in de partij zijn tegenstander het initiatief overgenomen en kon Robbert het niet meer keepen.

Bord 7 Rob van Someren (1866) – Edward Scholtens (1991) 1-0

Lekker voorbereid met wit had ik zin in weer een nieuwe partij voor het tweede. Wat een domper als je dan op het laatste moment te horen krijgt dat je niet met wit speelt maar met zwart. Onvoorbereid met zwart aan het bord dan maar en in gedachten hield ik al rekening met een hele zware middag. Hoe anders kan het toch soms lopen…

Mijn tegenstander bracht een Schotse opening op het bord en gelukkig ben ik daar vrij goed mee bekend zodat het gemis aan openingsvoorbereiding minder zwaar begon te wegen. Soepel kwamen de eerste zetten in de variant waarin zwart Lc5 speelt uit mijn pols. Op zet nummer zeven speelde mijn tegenstander de zet g3 waarmee ik niet bekend was en dus begon na te denken. Na enkele minuten deed ik mijn zet en kreeg toen de eerste indicatie dat mijn tegenstander wellicht niet helemaal bij de les was. Verstrooid vroeg hij mij wat er dan wel niet met de klok aan de hand was. Nadat ik hem nadere uitleg vroeg antwoordde hij: “nou ja, je zit toch al enige minuten na te denken en de klok staat nog steeds op 1:30.” Ik legde uit dat bij ieder zet 30 seconden werd bijgeteld waarop hij zei: “ach natuurlijk, neem me niet kwalijk.” Op zet negen produceerde hij alweer een vreemde zet en als antwoord viel ik met Lg4 zijn Dame aan. Hij pakte vervolgens zijn Loper op e3, sloeg mijn Loper op c5 eraf en drukte de klok in. Ik keek hem aan. Hij knipperde twee keer met zijn ogen en vroeg: “heb ik nu een zet gedaan?” Ik zei: “ik ben bang van wel”. “Dan geef ik op”, was zijn antwoord.

Voor de liefhebber van miniatuurtjes: 1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. d4 exd4 4. Pxd4 Lc5 5. Le3 Df6 6. c3 Pge7 7. g3 d6 8. Lg2 Pe5 9. Pc2?! Lg4 10. Lxc5??

Bord 8 Luc Preeker (1743) – Gerard Snijders (1941) 0-1

Luc is niet in bezit van email dus kon helaas nog geen impressie aanleveren. Ik ben zelf na mijn partij niet de hele middag meer gebleven. Helaas werkten de kleine speelzaaltjes niet heel uitnodigend voor een lang verblijf. Toen ik weg ging stond Luc eigenlijke best wel lekker maar later is het toch snel berg afwaarts gegaan en moest hij de handdoek in de ring gooien.

Zo ontstond een 4-4 gelijk spel waardoor het tweede zijn koppositie handhaaft.

Stand Eggert Purmerend 2

Purmerend 2 onverslaanbaar

Eindstand Purmerend 2

Vrijdag 1 April speelde het 2e team zijn laatste wedstrijd tegen Aartswoud 2.  In het Noord-Hollandse Hoogwoud werden we warm ontvangen door teamleider Jan Stapel en wedstrijdleider Marc Helder. Gespreksonderwerp was natuurlijk het door het tweede reeds behaalde kampioenschap en dat Aartswoud er toch wel heel erg van baalde dat zij de voorlaatste wedstrijd gelijk hadden gespeeld en dus niet meer in staat waren ons te achterhalen. Zij hadden eigenlijk het hele seizoen al 1 April als de “night of all nights” op de agenda staan, de avond dat zij kampioen zouden worden door Purmerend in een rechtstreeks duel te verslaan. Het liep dus anders voor hen, maar zeer sympathiek hadden zij wel een flesje champie aangeschaft om ons daarmee het kampioenschap te laten vieren. Zij probeerden ons nog te verleiden de fles voor de wedstrijd soldaat te maken, maar dat aanbod werd beleefd afgeslagen.

Na enige vertraging door wat ontbrekende spelers aan hun zijde kon de wedstrijd beginnen. Michael op bord 1 speelde helaas tegen een wel zeer zwakke en jeugdige invaller. Na een mooi geplaatst stukoffer werd de jongeling in zeer korte tijd duidelijk gemaakt dat er nog veel te leren viel. Een lekker begin dus.

Dennis was er niet bij deze keer, maar andermaal liet invaller Arno zien het spelletje nog uitstekend te beheersen. Zijn tegenstander werd lang onder druk gehouden om uiteindelijk in tijdnood het punt te verzilveren. Drie invalbeurten voor Arno en evenzovele punten, hulde!

Peter probeerde zijn 100% score in het tweede te handhaven door Jasper Seelemeijer te verslaan maar Jasper verdedigde zich met hand en tand en wist uiteindelijk de remise uit het vuur te slepen.

Zelf moest ik op bord vier hun topscorer Erik van Tooren van de 100% score afhouden. Dat leek aanvankelijk goed te gaan, maar opeens verscheen een heel vervelend Paard op d5. Ik behandelde dat niet goed maar gelukkig zag Erik de winst over het hoofd en liet mij ontsnappen met remise.

Robbert kwam op een gegeven moment aan mij vragen hoe het stond. Toen ik hem de stand op de andere borden liet weten en ook zei dat hij zelf niet zo goed stond keek hij mij verbaasd aan en ging weer zitten. Direct daarop sloeg zijn tegenstander er een pion af op c4. Robbert leek even uit het veld geslagen. Had dat kennelijk niet zien aankomen maar legde toen al zijn creativiteit in een nauwkeurige verdediging en sleepte het halve punt binnen.

Pim maakte een slecht midden seizoen goed met drie overwinningen op rij. Ook deze keer ging het niet vanzelf, maar Pim wist uiteindelijk door een stukoffer drie verbonden vrijpionnen te creëren die door Koning en Paard niet meer konden worden afgeremd.

Invaller Serkan behandelde helaas de opening niet goed en ondanks heldhaftig tegenspartelen kon hij het tegen de op papier sterkere Paul Grolman niet droog houden.

Tenslotte op het laatste bord liet Luc weer eens een van zijn meesterwerkjes zien. Met secuur spel stopte hij de aanvalsdrift van Jan Stapel en nam op het juiste moment het initiatief over om dit vervolgens niet meer los te laten.

Een geweldig seizoen door een geweldig team! Ik dank alle teamspelers en invallers voor hun fantastische inzet en hoop op een goed vervolg volgend jaar in de promotieklasse.

 

Titelwedstrijd Purmerend 2

Stand Purmerend 2

Door een hectische periode op het werk wat later dan gepland maar dan toch het verslag van de kampioenswedstrijd van het tweede team tegen Caissa Eenhoorn 3. Op dinsdag 8 maart vertrok het team richting Hoorn met twee invallers in de gelederen. Peter Smits onze topscorer was helaas verhinderd door een meerdaagse cursus en zelf had ik besloten om in deze belangrijke wedstrijd voor de verandering op te treden als non playing captain. Als invallers had ik Anton Bakels en Arno Buijten bereid gevonden en beter kun je het niet treffen natuurlijk.

Tegen achten arriveerden we in Hoorn waar Caissa de vertrouwde speellocatie de “Huesmolen” heeft ingeruild voor een kille nieuwbouw locatie in de middle of nowhere. Ik vermoed dat dit om financiële reden is gedaan. Dit vermoeden werd nog eens bevestigd toen ik bij het uitdelen van de consumptiebonnen werd overgeslagen. Of was de koude oorlogvoering reeds begonnen? Voorzitter en speler van hun derde team Fred Avis nam het woord. Hij maande om stilte en sprak zijn krijgers toe in bewoordingen die deden vermoeden dat zij nog kansen zagen om ten koste van Purmerend zelf het kampioenschap te pakken. Daar had ik zo mijn eigen gedachten over. Dan de wedstrijd….

Bord 1

Op bord 1 speelde Anton tegen Holger Bonte (1904) het vroegere jeugdtalent van Caissa, maar ja hoe lang kun je een talent blijven? Anton bracht een Engelse partij op het bord en koos voor de stonewall opstelling. Bonte probeerde met f5 het witte centrum aan te tasten. Op enig moment kiest Anton voor de doorbraak met d5 maar na Bonte’s cxd5 verzinkt hij in diep gepeins. Heeft hij soms iets over het hoofd gezien? Ik zie het niet. Uiteindelijk slaat Anton met zijn e-pion terug. Bonte heeft nu een geïsoleerde pion maar krijgt wel meer invloed in het centrum. Anton vraagt mij of remise een optie is, maar op dat moment is de stand in de wedstrijd nog niet duidelijk genoeg dus we besluiten dat hij rustig door speelt. Niet lang daarna wordt de partij toch scherper en na een kleine combinatie dreigt Anton een vork. Inmiddels is de stand in de wedstrijd dan al zodanig in Purmerends voordeel dat Bonte de strijd staakt.

IMG_1839

Bord 2

Hier speelde Dennis tegen Roy Kerkhoven (1874) weer een zeer solide partij. Na een Philidor opening met Dameruil ontwikkelde Dennis verder met Lb4 waarna beide spelers op een rustige wijze hun ontwikkeling voltooiden. Op enig moment wist Dennis een pion voor te komen maar was naar mijn mening wel sprake van compensatie voor de wit speler. Dennis blijft scherp tegenspel bieden waardoor er allerlei kleine combinatie mogelijkheden ontstaan. Dennis denkt lang na om de beste te kiezen, maar toen die eenmaal gevonden was zette hij de sloophamer aan. De ene na de andere pion verdween van het bord en Kerkhoven zag al snel het kansloze van zijn missie in.

Bord 3

Hier speelde Arno misschien wel de beste partij van de avond. Na 2 uur spelen staat er een complexe stelling op het bord en hebben beide spelers nog niet gerocheerd. Arno had met h3 en g4 een vijandelijke Loper verjaagd maar zijn Koning leek wat op de tocht te staan. Zetje voor zetje werd echter de stelling verbeterd en naarmate Arno zijn tegenstander Sjoerd Kelder (1862) meer bier voerde kreeg ik ook steeds meer vertrouwen in zijn stelling. Arno koos het goede plan. De h-lijn werd geopend en de zware stukken kwamen binnen in Kelders stelling. Toen zwaar materiaal verloren ging gaf Kelder zich gewonnen.

IMG_1836

Bord 4

Hier speelde een herboren Marc een Siciliaanse partij tegen Bert Spit (1880). Spit speelt geen d4 en houd de stelling gesloten. Beide spelers ontwikkelen rustig maar waar Marc zijn stelling gestaag verbetert en ruimte pakt lijkt Spit het niet meer te weten. Als Spit een kleine combinatie over het hoofd ziet levert hij een pion in. Niet lang daarna weet Marc een tweede pion te verschalken maar verliest daardoor de coördinatie tussen de stukken. Die worden even later weer vakkundig beter neergezet en Marc hengelt moeiteloos de winst binnen.

Bord 5

Hier speelt Michael tegen Ton Wessels (1892) een goede partij die rustig wordt opgezet. Wessels opent de c-lijn en posteert daar zijn zware stukken. Na wat verwikkelingen in het middenspel weet Michael een pion te winnen maar moet wel toestaan dat een vijandelijk Toren op c2 binnen komt. Dan ontstaat ongeveer (het gaat om het idee) onderstaande stelling.

Stelling Michael

Michael speelt hier Lb7! De Loper kan niet gepakt worden door de mat dreiging Td8 en De8 dus de Dame moet wijken op de achterste rij. Daardoor kon Micheal op de zevende rij binnen komen en niet lang daarna is het over en uit voor Wessels.

Bord 6

Hier vinden we een getergde Pim tegen Caissa voorzitter Fred Avis (1888). Pim was niet tevreden met zijn recente resultaten en ging er eens goed voor zitten. Dit leek in eerste instantie niet veel op te leveren want Avis zette een gevaarlijke aanval op en Pim dreigde te worden overlopen. Avis overschat echter zijn stelling en offert op f6 een kwaliteit. Pim verdedigd zich secuur en als de aanval van Avis verzand brengt hij zijn Torens in stelling. De Purmerender voert zijn aanval een stuk effectiever uit en Avis legt de Koning om.

Bord 7

Robbert speelt tegen Piet Aardenburg (1798) geen beste partij. Na een Engelse opening lijkt zijn stelling wat gedrukt en hebben de stukken weinig ruimte. Na twee uur spelen weet Robbert zijn stelling wat te bevrijden en dringt Aardenburg terug. De Hoornaar speelt een soort van drie rijen systeem waar Robbert uiteraard zeer bekend mee is omdat hij met enige regelmaat tegen Ton de Veij speelt. Aardenburg weet zich echter toch weer te ontworstelen en brengt een Paard naar f4 waar het dreigend de stelling van Robbert onder schot houd. Robbert breekt de stelling open met de zet d5 maar dat blijkt niet zo’n gelukkige keuze. Hij komt in moeilijkheden en verliest twee pionnen. Met kunst en vliegwerk weet hij de partij te redden en sleept een remise uit het vuur.

Bord 8

Op het laatste bord speelde Luc een keurige remise tegen de hoger gerate Dirk Lont (1827). Tevreden met zijn partij laat Luc u meegenieten.

En zo ontstond de 1-7 monsterscore. Voor de vorm spelen we op vrijdag 1 april nog de laatste wedstrijd tegen Aartswoud en hoewel de uitslag er niet meer toe doet willen we natuurlijk ook graag deze laatste wedstrijd in stijl en dus winnend afsluiten. Nog een maal roep ik dus alle tweede team spelers op om die dag hun kunsten te vertonen.