Een stuk gezelliger!
Vandaag :
♔ niets op de agenda
Avatar

roha

De Russische veldtocht

Gisteren, 5 mei 2021, niet alleen Bevrijdingsdag maar ook de dag dat de 200e sterfdag van Napoleon werd herdacht. En de dag waarop in een quiz een vraag gesteld werd waarop het antwoord ‘De Russische veldtocht’ moest zijn. De veldtocht van het Franse leger van keizer Napoleon I met het doel het Rusland van tsaar Alexander I te veroveren. Dat mislukte, het Napoleontische leger, althans wat daarvan over was, geschat is dat van de 680.000 manschappen er maar 40.000 overlevenden waren, werd verslagen.

Uit deze veldtocht kennen we de ‘tactiek van de verschroeide aarde’. Het Russische leger vermeed directe gevechten en liet de Fransen ver oprukken. Van tevoren werd echter zoveel mogelijk platgebrand zodat het Franse leger bevoorradingsproblemen zou krijgen. De invallende winter decimeerde de Franse krijgsmacht nog meer. Napoleon slaagde er wel in Moskou in te nemen maar ook daar waren de voorraden vernietigd. Zonder veel gevechten had Napoleon een groot aantal soldaten verloren. Een directe aanval door de Russen onder leiding van generaal Kutuzov dreigde toen wel en het Franse leger moest zich terugtrekken. Uiteindelijk leidde de slag aan de rivier de Berezina tot de definitieve nederlaag. De Russische cavalerie speelde daarbij een belangrijke rol.

Dit is zo’n beetje wat ik me van de geschiedenislessen op de middelbare school herinner. Nu hebben we Google en kon ik het nog eens nalezen in Wikipedia (https://nl.wikipedia.org/wiki/Veldtocht_van_Napoleon_naar_Rusland).

De reden waarom ik dit schrijf is dat ik moest denken aan een schaakprobleem dat nu weer eens aan de vergetelheid moet worden ontrukt. Waar heb ik het ook al weer? Lang, heel lang geleden, ik moet nog op de HBS hebben gezeten, heb ik het gezien. De eerste gedachte is aan het boekje ‘Romantisch Schaak’ van H. Kramer (1956), gewonnen bij een gongtoernooi. Daar staat wel iets in over Napoleon maar niet het probleem dat ik zoek. Prisma Schaakboek 2 van Hans Bouwmeester dan? En jawel, in het hoofdstuk over de paarden.

Er zit een verhaal achter het schaakprobleem. In 1839 stuurt schaakmeester Alexander Petrov, bekend van de Petrov-verdediging, oftewel het Russisch, een uitnodiging voor een correspondentiepartij naar een Franse club met de onderstaande stelling:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De toelichting die Petrov geeft is: Keizer Napoleon (de zwarte koning) is gewend zelf zijn beslissingen te nemen en heeft daarom geen raadsheren (lopers). De keizer bevindt zich aan het hoofd van zijn troepen in Moskou (b1). Zijn artillerie (Tf4 en Tf6) is ver opgedrongen en de beroemde ‘garde d’honneur’, zijn cavalerie (Pa5 en Pd8) vormt als altijd de achterhoede.

De tsaar, de witte koning, is met zijn getrouwen in een uithoek gedrongen. Generaal Kutuzov (Dh1) is de belangrijkste figuur van het Russische leger en moet dicht bij de tsaar blijven. De heldenruiters, de kozakken, worden voorgesteld door de paarden op e2 en f1. De rivier de Berezina is de diagonaal a8 – h1. Parijs is veld h8.

Hieronder hoe Napoleon werd verslagen:

 

Volgens Bouwmeester konden de Fransen de grap niet waarderen en wezen ze de uitnodiging beledigd van de hand.

Pal Benko heeft zich eveneens door de compositie laten inspireren en een artikel geschreven, gewijd aan het probleem van Petrov, met daarin ook een eigen versie. Hier te vinden: https://new.uschess.org/news/grandmaster-benko-revisits-waterloo

Per Seconde Wijzer

Om het geheugen op peil te houden kijken we vaak naar quizzen. Op dit moment loopt op de doordeweekse avonden ‘Per seconde wijzer’. Om de quiz te kunnen zien logde ik daarom pas later in op de Lockdown Arena. Maar sinds een paar weken ben ik om 20:00 uur al van de partij. De laatste aflevering, die van donderdag, 22 april, zag ik daarom pas afgelopen zondag. En daar zag ik een bekend gezicht in de categorie ‘Wetenschap’. Ik moet een paar keer goed kijken, maar het is toch echt Henk Veerman van schaakclub Volendam. In zijn tweede ronde heb ik zekerheid: hij vertelt dat hij een fanatiek schaker is.

Henk en Jan Veerman, als mijn geheugen me niet bedriegt hebben zij een aantal seizoenen ook bij SC Purmerend gespeeld. Dat zal ongetwijfeld als dubbellid geweest zijn. Na enig speurwerk in mijn archief vind ik een partij tegen Henk uit de bekercompetitie 1991-1992.

Beiden deden zij, ondanks dat de Volendammer kermis in volle gang was, mee aan de simultaan in 2018 tegen de toen kersverse IM’s met een SC Purmerend achtergrond Yong Hoon de Rover en Michiel Bosman. Yong Hoon en Michiel mochten ieder 3 vouchers van ‘Schaakopening Essenties’ uitdelen aan spelers tegen wie ze een bijzondere partij hadden gespeeld. In het verslag daarover staat:

Michiel gaf ze aan Evert Schlebaum voor zijn winstpunt en aan Ton de Veij en Jan Veerman van Volendam. Yong Hoon beloonde Paul Meijer, Kees Pruis en Henk Veerman van Volendam. Voor de beide Volendammers kon de kermis niet meer stuk!

Op het moment van schrijven is Henk de tweede ronde goed doorgekomen, al bezorgde de vraag over bijzondere dieren hem hoofdbrekens.

Henk zal de uitkomst van zijn deelname ongetwijfeld al lang weten, ik ben benieuwd en wens hem succes!

 

Schaken opgelost!

Vandaag kreeg ik een mail van een bron met daarin het verontrustende bericht dat het schaakspel door een nieuw neuraal netwerk is opgelost! Het computerprogramma AlphaZero gebruikte een neuraal netwerk om zichzelf te leren schaken. Door steeds maar weer partijen tegen zichzelf te spelen nam het programma in kracht toe. In slechts 9 uur werd AlphaZero de sterkste speler ooit.
Dit nieuwe neurale netwerk heeft 2 (!) jaar staan draaien op supercomputers en claimt dat het het schaakspel heeft opgelost.

Een paar bevindingen die mijn bron me liet weten:

  • De beste beginzet is bekend.
  • Met wederzijds perfect spel wordt het remise.
  • De Najdorf van het Siciliaans verliest geforceerd.

En zo zijn er nog meer verschrikkelijke feiten.

Gelukkig wil de programmeur, Olaf Prolis, niet dat bekend wordt hoe het spel is opgelost. Zoeken met Google naar meer informatie levert geen resultaat op en ik vermoed dat de naam een schuilnaam is. Misschien niet heel goed gekozen, als de naam een anagram is wordt veel duidelijk. Mijn bron laat weten dat Olaf van de aardbodem lijkt verdwenen. Zit hier de schaakmaffia achter?

Een voorbeeld van hoe het programma naar een stelling kijkt is:

Vanmorgen in mijn mailbox, ik vond het mijn plicht u dit zo snel mogelijk en vandaag nog te laten weten!

Damegambiet

Voordat we naar de veelgeprezen Netflix serie ‘The Queen’s Gambit’ gingen kijken wilde ik eerst het boek herlezen. Ik herinnerde me dat ik het boek ergens begin jaren negentig van een vriend had gekregen. Na even zoeken vond ik het weer, in een vertaling uit 1984.

Om te beginnen wat bekende feiten over de schrijver van The Queens Gambit, Walter Tevis. Hij schreef het boek in 1983, een jaar voor zijn dood. Tevis heeft naast een 27-tal korte verhalen slechts 6 romans geschreven.
Dat hij goed en beeldend kon schrijven blijkt uit het feit dat drie van zijn romans zijn verfilmd: The Hustler (1959), The Color of Money (1984) en The Man Who Fell to Earth (1963), een science fiction film met David Bowie in de hoofdrol. Degenen die het geluk gehad hebben om nog vlak voor de eerste lockdown in maart vorig jaar naar ‘Lazarus’ van David Bowie te kunnen gaan zullen de elementen uit ‘The Man Who Fell to Earth’ zeker herkennen.
En nu dan is een vierde roman verfilmd, in de vorm van een serie.

Terug naar het boek. Weer viel het me op dat de vertaling zeker niet door een schaker was gedaan. Wat schakers ‘ruilen’ noemen is bijvoorbeeld vertaald als ‘uitwisselen’. ‘Advantage’ wordt vertaald met ‘voorsprong’ in plaats van ‘voordeel’. Of ‘exchange’, dat wordt vertaald met ‘de ruil opgeven’ in plaats van ‘de kwaliteit geven’.
Een frappanter voorbeeld is dat de conciërge, meneer Shaibel, de hoofdpersoon, Beth Harmon, adviseert Siciliaans te gaan spelen. Het betreffende stukje uit de Nederlandse vertaling:

Op een zondag, na een partij die hij met moeite had kunnen winnen, zei hij tegen haar: ‘Je moet de Siciliaanse verdediging eens leren.’
‘Wat is dat?’, vroeg ze geïrriteerd. Ze was nog niet over haar verlies heen. De afgelopen week had ze warempel twee keer van hem gewonnen!
‘Wanneer wit de damepion op de vierde rij zet, doet zwart als volgt.’ Hij stak zijn hand uit en zette de witte pion twee velden naar voren. Het was bijna zonder uitzondering zijn eerste zet. Toen pakte hij de pion voor de zwarte dameloper en plaatste die twee velden vooruit. Het was de eerste maal dat hij haar zoiets liet zien.
‘En dan?’, vroeg ze.
Hij nam het koningspaard en zette dat rechts schuin onder de pion. ‘Paard naar g3.’

Het staat er echt: de damepion naar de vierde rij.

In de Engelse versie, althans in mijn pdf uit 1989, wordt wel degelijk e4 gespeeld:

One Sunday, after a game he had barely managed to win, he said to her, ‘ You should learn the Sicilian Defense . ‘
‘What’s that?’ she asked irritably.
She was still smarting from the loss. She had beaten him two games last week.
‘When White moves pawn to king four, Black does this. ‘He reached down and moved the white pawn two squares up the board, his almost invariable first move. Then he picked up the pawn in front of the black queen’s bishop and set it down two squares up toward the middle.
It was the first time he had ever shown her anything like this.
‘Then what?’ she said.
He picked up the king’s knight and set it below and to the right of the pawn. ‘Knight to KB-3.’

Als de vertaalster een schaker was had ze dat zeker opgemerkt.
Naast deze twee versies (het fysieke boek in het Nederlands en een digitale versie als pdf) heb ik ook nog een Engelse versie uit 2014 als epub, om te lezen op een e-reader. Opmerkelijk is dat daarin de pion weer naar d4 gaat.

Bij het herlezen van het boek viel op hoe goed geprobeerd is de spanning van een schaakpartij met de bijbehorende psychologie te beschrijven. Eenzelfde poging wordt in de serie gedaan.
De recensent in het AD schrijft:

Voor leken klinkt zo’n opzet saai, maar toch weten de makers van The Queen’s Gambit er een meeslepend drama van te maken over een jonge vrouw die in de jaren 60 een mannenbolwerk probeert te slechten. Bewonderenswaardig is dat de serie ook echt over alle aspecten van het schaken gaat en dat visueel heel overtuigend en adequaat toont. Van herdersmat tot de valkuilen van de Siciliaanse opening. Ook aan bod komen de mentale druk, de trucs, de tics, de openingsstrategieën, eindspelen, secondanten en de eenzaamheid aan de top.
https://www.ad.nl/show/the-queen-s-gambit-is-bewonderenswaardig-drama-beth-lijkt-kansen-op-schaaktitel-te-vergooien~a74d363c/

Persoonlijk vind ik dat zowel in het boek als in de serie de spanning die een schaakpartij met zich mee brengt geslaagd is weer gegeven. Natuurlijk is het lastig te beschrijven, laat staan te visualiseren. Een schaakpartij boeiend in beeld brengen is geen makkie. Een partij met een klassiek tempo duurt al gauw een paar uur, voor het in beeld brengen ervan heb je hooguit een paar minuten. Een beetje potsierlijk is het dan wel om in de serie schakers van hoog niveau in ijltempo ingewikkelde combinaties te zien spelen. Noteren is er vaak niet bij en hoe de klok behandeld wordt, dat zou onze jeugd een stevige reprimande opleveren.

De serie poogt ook dat wat uit lichaamstaal valt af te leiden in beeld te brengen. Beth kijkt vaak naar haat tegenstander. Het gestaar van Beth Harmon is naar mijn smaak te overdreven.
De manier om de psychologie die bij een partij komt kijken weer te geven vind ik beter geslaagd. Een voorbeeld daarvan is in het derde deel van de serie waar Beth voor het eerst tegen de kampioen, Benny Watts, moet spelen. De dag voor de partij had hij haar terloops op een fout gewezen in een partij van haar die hij in een tijdschrift had gelezen. Een partij waar zij heel tevreden over was. Bij analyse bleek te kloppen wat hij gezegd had, ze had inderdaad iets overzien. Vlak voor het begin van de beslissende onderlinge partij fluistert Watts nog even tegen haar: ‘Pb4, hè?’ Ik mag dat wel, het er, zo vlak voor de partij begint, nog even fijntjes in te wrijven!
Zij is nogal aan het twijfelen wat ze tegen hem zal spelen. Mooi is weergegeven, met snel bewegende stukken op een bord, wat ze aan het bedenken is om tegen hem te spelen. Wat me opviel was dat het veel varianten van het Siciliaans waren. Ze opent met e2 – e4 en Siciliaans komt op het bord.
In het boek echter wijkt ze af van wat ze gewoonlijk speelt en opent ze tegen Benny Watts met het Damegambiet. Haar gebrek aan kennis en ervaring met de opening breekt haar dan ook op en ze verliest.
Waarom het bruggetje naar haar laatste partij tegen wereldkampioen Borgov, ook daarin speelt ze het Damegambiet, is losgelaten is me een raadsel.

Terzijde: over lichaamstaal en beïnvloeding schreef ik eerder, in 2015, een stukje: Mag dat?!

Er is veel gespeculeerd over de vraag op wie de hoofdpersoon uit het boek van Walter Tevis is geïnspireerd.
Veel recensenten hebben het over Lisa Lane als inspiratiebron voor de figuur van Beth Harmon.
Marianne Elizabeth Lane Hickey is geboren in 1938. Zij leerde pas op haar 19e schaken en begon in koffiehuizen te spelen waar ze naar eigen zeggen alles won. Zij kwam in contact met een coach die haar stimuleerde haar talent verder te ontwikkelen en voorspelde dat ze het in zich had dameskampioen van de VS te worden. En inderdaad, twee jaar nadat ze schaken had geleerd werd Lane in 1959 al schaakkampioene van de VS, een titel die ze drie jaar wist te behouden. Overigens werd haar coach ooit gevraagd waarom hij maar twee dollar per uur rekende voor zijn lessen. Zijn antwoord: ‘Als ik les geef leer ik meer dan mijn studenten.’ Uit eigen ervaring kan ik dat bevestigen!
Het verhaal gaat dat Lisa Lane en haar man bevriend waren met Bobby Fischer, die echter geen hoge pet op had van haar schaakkwaliteiten. Volgens Fischer kunnen vrouwen eigenlijk niet schaken. Zoals hij zei: ‘Ze zijn allemaal zwak, alle vrouwen. Ze zijn dom vergeleken met mannen. Ze zouden niet moeten schaken, ze zijn beginners. Ze verliezen altijd van een man.’ Misschien is hij daar later genuanceerder over gaan denken. Na zijn revanchematch tegen Spassky in 1992 kon Fischer niet meer terug naar de VS en verbleef hij lange tijd bij de familie Polgar. Judit was het jaar daarvoor al, op een jongere leeftijd dan Fischer, grootmeester geworden.

De carrière van Lisa Lane heeft niet lang geduurd. Volgens Jennifer Shahade, de auteur van het boek Chess Bitch met verhalen over schakende vrouwen, hield Lane op met schaken omdat ze alleen maar op haar schaakkwaliteiten werd aangesproken, in plaats van als de persoon die ze was. Zelf zei ze daarover dat ze het gevoel had zich constant te moeten bewijzen, vooral ten opzichte van mannen. Ze had het gevoel dat steeds maar weer haar kampioenstitel op het spel stond.

Mijn eerste gedachte aan een persoon op wie Beth Harmon geïnspireerd kon zijn was Jutta Hempel (1960), een schaakwonderkind uit Duitsland. Net als de hoofdpersoon in de roman leerde Hempel schaken door op jonge leeftijd te kijken naar mensen die schaak speelden.
Mijn associatie komt waarschijnlijk door de scene waarin Beth het als klein meisje in een simultaan opneemt tegen jongens van de schaakclub van de middelbare school. Die scene deed me denken aan een foto uit Schakend Nederland, ergens in 1966. Op die foto speelt Jutta Hempel, vlak voor haar zesde verjaardag een simultaan. Ze scoort 9½ uit 12. De gelijkenis met de scene uit de serie is treffend.
In mijn archief heb ik gezocht naar het betreffende nummer van Schakend Nederland maar helaas niet kunnen vinden: de nummers van februari 1966 (jrg. 73/6) tot oktober 1967 (jrg. 74/2) ben ik kwijt. Die zijn waarschijnlijk zoekgeraakt na mijn verhuizing naar Amsterdam.
Op internet vind ik nog wel een paar foto’s, ik meen me te herinneren dat deze in Schakend Nederland stond:

Voor de aardigheid: uit die simultaan komt waarschijnlijk de volgende partij:

 

Nog een overeenkomst tussen de hoofdpersoon en Jutta Hempel is dat de laatste al op haar zevende een blindsimultaan over 6 partijen speelde. In de serie speelt Beth gelijktijdig tegen de leraar van de middelbare school die haar voor de simultaan zal uitnodigen en de conciërge. Daarin speelt ze op een gegeven moment beide partijen blind verder.

Een andere opvatting wordt verwoord door Gawie Keyser in de Groene Amsterdammer. Hij schrijft: (https://www.groene.nl/artikel/miss-schaken):

Meer nog dan Lisa Lane stond er nog iemand model voor Beth Harmon, en dat was Walter Tevis zelf. Hij leerde schaken op zijn zevende. Rond die tijd werd hij gediagnostiseerd met een neurologische ziekte en belandde hij in een kuuroord voor kinderen, waar zijn ouders hem aan zijn lot overlieten. Jaren later mocht hij naar hen terugkeren in Lexington, Kentucky. Maar de jonge Tevis was toen al verslaafd aan kalmeringsmiddelen (die kreeg hij, net als Beth in boek en serie, als kind driemaal daags toegediend); hij kon nergens aarden (‘Ik voelde me een alien’), en ging tot diep in de nacht pool en schaak spelen. Hij werd schrijver, wat zijn alcoholistische vader nooit accepteerde. Later begon Tevis ook te drinken, flínk te drinken, en hierin volgt zijn heldin Beth hem in de roman.

Dat Beth Harmon volgens Keyser nog het meest lijkt op Walter Tevis zelf vind ik plausibel. De verschillen met Lisa Lane zijn te groot. De laatste immers leerde pas heel laat schaken, haar carrière duurde niet lang en ze verloor het plezier in het spelletje. De laatste scene van de serie maakt duidelijk dat Beth Harmon er nog lang geen genoeg van heeft.
Dat de schrijver van Jutta Hempel gehoord zal hebben lijkt me onwaarschijnlijk. Maar de overeenkomsten tussen Beth Harmon en Jutta Hempel zijin groter dan die tussen Beth en Lisa Lane.

Tot slot: Er wordt gespeculeerd op een vervolg op de serie. Voor mij hoeft dat niet. Het verhaal is verteld.

Nawoord
Het is alweer even geleden dat ik de eerste zinnen voor dit artikel schreef. De corona-regels zetten me bij tijd en wijle in winterslaap-modus en gaat het allemaal wat langzamer.
Omdat elk nadeel een voordeel heeft kan ik daarom wel het volgende over een mogelijk vervolg melden:

Executive producer William Horberg liet echter onlangs aan Deadline weten dat een tweede seizoen van The Queen’s Gambit waarschijnlijk niet gemaakt zal worden. Hoewel hij en maker Scott Frank enthousiast zijn om de show zo goed te zien presteren, geven ze er allebei de voorkeur aan om de serie te laten eindigen met de bestaande zeven afleveringen. ‘We voelden dat de serie een bevredigend eindpunt had en we willen het publiek zelf de ruimte in laten vullen over wat er daarna gebeurt voor Beth Harmon,’ zei hij. ‘Er is niets veranderd, ondanks dat fans meer eisen op mijn Twitter-feed. Scott en ik zijn erg blij met de volledigheid van Beths verhaal.’

Terugblik, de oplossingen

Alleen Kees Kerkdijk heeft een oplossing ingestuurd. Petje af, na een enkele aanwijzing had hij uiteindelijk alles goed.
Mijn duik in de boekenkast was goed voor een keus van drie uit deze zeven boeken:

  1. Sadler, Matthew & Regan, Natasha – Game Changer Alpha Zero (2019)
  2. Bricard, Emmanuel – Strategic Chess Exercises (2018)
  3. Dvoretsky, Mark – Recognizing Your Opponent’s Resources (2015)
  4. McDonald, Neil – Chess The Art of Logical Thinking (2004)
  5. Rowson, Jonathan – The Moves That Matter (2019)
  6. Timman, Jan – Schakers (2012)
  7. Dvoretsky, Mark – Tragicomedy in the Endgame (2013)
Kees heeft de eerste drie heeft gekozen. Wees daarom gewaarschuwd: zijn toegenomen strategisch inzicht, weten hoe AlphaZero ‘denkt’ en kennis van de tegenstander zal hem een nog geduchter tegenstander maken.
Dan nu de oplossingen. Om te beginnen die van de eerste twee probleempjes:
  • De vergelijking 26 – 63 = 1 kan door één cijfer te verplaatsen kloppend gemaakt worden. Verplaats de 6 in 26 iets naar boven, zodat het 2 tot de zesde macht wordt, oftewel 26 (2 x 2 x 2 x 2 x 2 x 2=64) – 63 = 1.
  • De blinde man kan zich gewoon verstaanbaar maken in het Nederlands en zegt dat hij een schaar wil kopen. Al moet ik bekennen dat ik bij eerste lezing ook knipbewegingen met mijn vingers heb zitten maken…

De schaakproblemen:
In de laatste zin van het artikel ‘Terugblik’ schrijf ik dat ik een tweede hint geef. Nergens staat echter aangegeven wat de eerste is. Dat is de titel van het artikel: terugblik. De tweede hint is dat ik in de laatste zin schrijf dat ik ‘terugdacht’ aan de oplossingen.
Het thema van de schaakproblemen is dan ook dat er gekeken moet worden naar wat de laatste zet van zwart geweest zou kunnen zijn. In het jargon van de componisten van schaakproblemen heet dat de retrograde analyse, zie bijv https://nl.wikipedia.org/wiki/Retrogradeprobleem. Een link waar de terminologie uitgebreid wordt beschreven is https://nl.wikipedia.org/wiki/Probleemschaak.

Diagram 1.
De laatste zet van zwart kan alleen maar …, b7-b5 geweest zijn. De pion op a7 heeft niet gezet, de zwarte koning kan niet van b6 komen. De zwarte koning kan ook niet van b7 komen omdat zwart dan schaak zou hebben gestaan. Er is geen veld waar de c-pion vandaan heeft kunnen komen. De zet …, b6-b5 kan ook niet omdat wit dan schaak zou hebben gestaan. Enige mogelijkheid is dus …, b7-b5 en na en passant slaan is Txa7 mat.
In de oplossing in het boek staat dat de witte c-pion nergens vandaan zou hebben kunnen komen. Daar heb ik nog even op zitten puzzelen. Er zou d5xc6+ gespeeld kunnen zijn als de witte pion eerst op d5 stond in plaats van op c6. Dan zou de zwarte koning op b7 moeten staan en een zwarte pion op c7. Als zwart dan …, c7-c6 speelt ontstaat na dxc6+, Ka6 de diagramstelling. Maar dat is natuurlijk onzin, het gaat hier niet om een helpmat. De vraag is waarom zwart …, c7-c6 speelt ipv …, Kxa8, idem na d5xc6+. Maar zelfs in het geval dat zwart het ongelooflijke …, Ka6 zou spelen is het geen mat in 2 na c6-c7 en …, b5-b4. Ergo: zwart kan inderdaad niet anders gespeeld hebben dan …, b7-b5.

Diagram 2.
De vraag hier is of zwart nog mag rokeren. Omdat de twee pionnen nog op de uitgangspositie staan moet zwart hetzij met de toren, hetzij met de koning gezet hebben en mag dus niet meer rokeren. De oplossing is 1. Da1 waarna, na welke zet van zwart dan ook, mede dankzij de pion op c7, wit steeds mat kan geven.

Diagram 3.
Hier speelt iets dergelijks. Omdat de pionnen nog op de oorspronkelijke velden staan kan het niet anders dan dat zwart na een zet van Ta8 nog kort kan rokeren, na een zet van Th8 nog lang kan rokeren of in het geheel niet meer mag rokeren als de zwarte koning bezet heeft.
Voor elke mogelijkheid is een mat in twee:

  • als Ta8 gespeeld heeft is Dg7 mat op de volgende zet;
  • als Th8 gezet heeft is Dxc7 mat op de volgende zet;
  • als de koning van zijn plaats is geweest is zowel Dxc7 als Dg7 goed.

Diagram 4.
Hier moet gekeken worden wat zwart gespeeld zou kunnen hebben.

  • de koning is van f7 of f8 naar e8 gegaan: zwart mag niet meer rokeren;
  • de toren heeft gezet: rokeren kan niet meer;
  • de g-pion is opgespeeld en kan alleen maar van g7 gekomen zijn omdat wit anders schaak zou hebben gestaan.

Dan is het niet moeilijk meer. In de twee eerste gevallen geeft wit na 1. Ke6 op de volgende zet met Td8 mat. Als zwart …, g7-g5 gespeeld heeft zou zwart nog mogen rokeren. Dan is de oplossing: 1. h5xg6 e.p., 0-0; 2. h6-h7 mat.

 

Bron:

Wolfe, David & Rodgers, Tom (ed)

Puzzlers’ Tribute
A Feast For The Mind

Uitg.: A.K. Peters, ltd (2002)

 

Toegift:

Een paar dagen geleden zag ik de Holiday Quiz van Chessable. Waar ik een poos op heb zitten turen is onderstaande simpele stelling.
De opdracht is dat wit op de tweede zet mat geeft. Lijkt eenvoudig, maar kostte me de nodige hoofdbrekens.