Een stuk gezelliger!
Vandaag :
♔ niets op de agenda
Avatar

roha

Damegambiet

Voordat we naar de veelgeprezen Netflix serie ‘The Queen’s Gambit’ gingen kijken wilde ik eerst het boek herlezen. Ik herinnerde me dat ik het boek ergens begin jaren negentig van een vriend had gekregen. Na even zoeken vond ik het weer, in een vertaling uit 1984.

Om te beginnen wat bekende feiten over de schrijver van The Queens Gambit, Walter Tevis. Hij schreef het boek in 1983, een jaar voor zijn dood. Tevis heeft naast een 27-tal korte verhalen slechts 6 romans geschreven.
Dat hij goed en beeldend kon schrijven blijkt uit het feit dat drie van zijn romans zijn verfilmd: The Hustler (1959), The Color of Money (1984) en The Man Who Fell to Earth (1963), een science fiction film met David Bowie in de hoofdrol. Degenen die het geluk gehad hebben om nog vlak voor de eerste lockdown in maart vorig jaar naar ‘Lazarus’ van David Bowie te kunnen gaan zullen de elementen uit ‘The Man Who Fell to Earth’ zeker herkennen.
En nu dan is een vierde roman verfilmd, in de vorm van een serie.

Terug naar het boek. Weer viel het me op dat de vertaling zeker niet door een schaker was gedaan. Wat schakers ‘ruilen’ noemen is bijvoorbeeld vertaald als ‘uitwisselen’. ‘Advantage’ wordt vertaald met ‘voorsprong’ in plaats van ‘voordeel’. Of ‘exchange’, dat wordt vertaald met ‘de ruil opgeven’ in plaats van ‘de kwaliteit geven’.
Een frappanter voorbeeld is dat de conciërge, meneer Shaibel, de hoofdpersoon, Beth Harmon, adviseert Siciliaans te gaan spelen. Het betreffende stukje uit de Nederlandse vertaling:

Op een zondag, na een partij die hij met moeite had kunnen winnen, zei hij tegen haar: ‘Je moet de Siciliaanse verdediging eens leren.’
‘Wat is dat?’, vroeg ze geïrriteerd. Ze was nog niet over haar verlies heen. De afgelopen week had ze warempel twee keer van hem gewonnen!
‘Wanneer wit de damepion op de vierde rij zet, doet zwart als volgt.’ Hij stak zijn hand uit en zette de witte pion twee velden naar voren. Het was bijna zonder uitzondering zijn eerste zet. Toen pakte hij de pion voor de zwarte dameloper en plaatste die twee velden vooruit. Het was de eerste maal dat hij haar zoiets liet zien.
‘En dan?’, vroeg ze.
Hij nam het koningspaard en zette dat rechts schuin onder de pion. ‘Paard naar g3.’

Het staat er echt: de damepion naar de vierde rij.

In de Engelse versie, althans in mijn pdf uit 1989, wordt wel degelijk e4 gespeeld:

One Sunday, after a game he had barely managed to win, he said to her, ‘ You should learn the Sicilian Defense . ‘
‘What’s that?’ she asked irritably.
She was still smarting from the loss. She had beaten him two games last week.
‘When White moves pawn to king four, Black does this. ‘He reached down and moved the white pawn two squares up the board, his almost invariable first move. Then he picked up the pawn in front of the black queen’s bishop and set it down two squares up toward the middle.
It was the first time he had ever shown her anything like this.
‘Then what?’ she said.
He picked up the king’s knight and set it below and to the right of the pawn. ‘Knight to KB-3.’

Als de vertaalster een schaker was had ze dat zeker opgemerkt.
Naast deze twee versies (het fysieke boek in het Nederlands en een digitale versie als pdf) heb ik ook nog een Engelse versie uit 2014 als epub, om te lezen op een e-reader. Opmerkelijk is dat daarin de pion weer naar d4 gaat.

Bij het herlezen van het boek viel op hoe goed geprobeerd is de spanning van een schaakpartij met de bijbehorende psychologie te beschrijven. Eenzelfde poging wordt in de serie gedaan.
De recensent in het AD schrijft:

Voor leken klinkt zo’n opzet saai, maar toch weten de makers van The Queen’s Gambit er een meeslepend drama van te maken over een jonge vrouw die in de jaren 60 een mannenbolwerk probeert te slechten. Bewonderenswaardig is dat de serie ook echt over alle aspecten van het schaken gaat en dat visueel heel overtuigend en adequaat toont. Van herdersmat tot de valkuilen van de Siciliaanse opening. Ook aan bod komen de mentale druk, de trucs, de tics, de openingsstrategieën, eindspelen, secondanten en de eenzaamheid aan de top.
https://www.ad.nl/show/the-queen-s-gambit-is-bewonderenswaardig-drama-beth-lijkt-kansen-op-schaaktitel-te-vergooien~a74d363c/

Persoonlijk vind ik dat zowel in het boek als in de serie de spanning die een schaakpartij met zich mee brengt geslaagd is weer gegeven. Natuurlijk is het lastig te beschrijven, laat staan te visualiseren. Een schaakpartij boeiend in beeld brengen is geen makkie. Een partij met een klassiek tempo duurt al gauw een paar uur, voor het in beeld brengen ervan heb je hooguit een paar minuten. Een beetje potsierlijk is het dan wel om in de serie schakers van hoog niveau in ijltempo ingewikkelde combinaties te zien spelen. Noteren is er vaak niet bij en hoe de klok behandeld wordt, dat zou onze jeugd een stevige reprimande opleveren.

De serie poogt ook dat wat uit lichaamstaal valt af te leiden in beeld te brengen. Beth kijkt vaak naar haat tegenstander. Het gestaar van Beth Harmon is naar mijn smaak te overdreven.
De manier om de psychologie die bij een partij komt kijken weer te geven vind ik beter geslaagd. Een voorbeeld daarvan is in het derde deel van de serie waar Beth voor het eerst tegen de kampioen, Benny Watts, moet spelen. De dag voor de partij had hij haar terloops op een fout gewezen in een partij van haar die hij in een tijdschrift had gelezen. Een partij waar zij heel tevreden over was. Bij analyse bleek te kloppen wat hij gezegd had, ze had inderdaad iets overzien. Vlak voor het begin van de beslissende onderlinge partij fluistert Watts nog even tegen haar: ‘Pb4, hè?’ Ik mag dat wel, het er, zo vlak voor de partij begint, nog even fijntjes in te wrijven!
Zij is nogal aan het twijfelen wat ze tegen hem zal spelen. Mooi is weergegeven, met snel bewegende stukken op een bord, wat ze aan het bedenken is om tegen hem te spelen. Wat me opviel was dat het veel varianten van het Siciliaans waren. Ze opent met e2 – e4 en Siciliaans komt op het bord.
In het boek echter wijkt ze af van wat ze gewoonlijk speelt en opent ze tegen Benny Watts met het Damegambiet. Haar gebrek aan kennis en ervaring met de opening breekt haar dan ook op en ze verliest.
Waarom het bruggetje naar haar laatste partij tegen wereldkampioen Borgov, ook daarin speelt ze het Damegambiet, is losgelaten is me een raadsel.

Terzijde: over lichaamstaal en beïnvloeding schreef ik eerder, in 2015, een stukje: Mag dat?!

Er is veel gespeculeerd over de vraag op wie de hoofdpersoon uit het boek van Walter Tevis is geïnspireerd.
Veel recensenten hebben het over Lisa Lane als inspiratiebron voor de figuur van Beth Harmon.
Marianne Elizabeth Lane Hickey is geboren in 1938. Zij leerde pas op haar 19e schaken en begon in koffiehuizen te spelen waar ze naar eigen zeggen alles won. Zij kwam in contact met een coach die haar stimuleerde haar talent verder te ontwikkelen en voorspelde dat ze het in zich had dameskampioen van de VS te worden. En inderdaad, twee jaar nadat ze schaken had geleerd werd Lane in 1959 al schaakkampioene van de VS, een titel die ze drie jaar wist te behouden. Overigens werd haar coach ooit gevraagd waarom hij maar twee dollar per uur rekende voor zijn lessen. Zijn antwoord: ‘Als ik les geef leer ik meer dan mijn studenten.’ Uit eigen ervaring kan ik dat bevestigen!
Het verhaal gaat dat Lisa Lane en haar man bevriend waren met Bobby Fischer, die echter geen hoge pet op had van haar schaakkwaliteiten. Volgens Fischer kunnen vrouwen eigenlijk niet schaken. Zoals hij zei: ‘Ze zijn allemaal zwak, alle vrouwen. Ze zijn dom vergeleken met mannen. Ze zouden niet moeten schaken, ze zijn beginners. Ze verliezen altijd van een man.’ Misschien is hij daar later genuanceerder over gaan denken. Na zijn revanchematch tegen Spassky in 1992 kon Fischer niet meer terug naar de VS en verbleef hij lange tijd bij de familie Polgar. Judit was het jaar daarvoor al, op een jongere leeftijd dan Fischer, grootmeester geworden.

De carrière van Lisa Lane heeft niet lang geduurd. Volgens Jennifer Shahade, de auteur van het boek Chess Bitch met verhalen over schakende vrouwen, hield Lane op met schaken omdat ze alleen maar op haar schaakkwaliteiten werd aangesproken, in plaats van als de persoon die ze was. Zelf zei ze daarover dat ze het gevoel had zich constant te moeten bewijzen, vooral ten opzichte van mannen. Ze had het gevoel dat steeds maar weer haar kampioenstitel op het spel stond.

Mijn eerste gedachte aan een persoon op wie Beth Harmon geïnspireerd kon zijn was Jutta Hempel (1960), een schaakwonderkind uit Duitsland. Net als de hoofdpersoon in de roman leerde Hempel schaken door op jonge leeftijd te kijken naar mensen die schaak speelden.
Mijn associatie komt waarschijnlijk door de scene waarin Beth het als klein meisje in een simultaan opneemt tegen jongens van de schaakclub van de middelbare school. Die scene deed me denken aan een foto uit Schakend Nederland, ergens in 1966. Op die foto speelt Jutta Hempel, vlak voor haar zesde verjaardag een simultaan. Ze scoort 9½ uit 12. De gelijkenis met de scene uit de serie is treffend.
In mijn archief heb ik gezocht naar het betreffende nummer van Schakend Nederland maar helaas niet kunnen vinden: de nummers van februari 1966 (jrg. 73/6) tot oktober 1967 (jrg. 74/2) ben ik kwijt. Die zijn waarschijnlijk zoekgeraakt na mijn verhuizing naar Amsterdam.
Op internet vind ik nog wel een paar foto’s, ik meen me te herinneren dat deze in Schakend Nederland stond:

Voor de aardigheid: uit die simultaan komt waarschijnlijk de volgende partij:

 

Nog een overeenkomst tussen de hoofdpersoon en Jutta Hempel is dat de laatste al op haar zevende een blindsimultaan over 6 partijen speelde. In de serie speelt Beth gelijktijdig tegen de leraar van de middelbare school die haar voor de simultaan zal uitnodigen en de conciërge. Daarin speelt ze op een gegeven moment beide partijen blind verder.

Een andere opvatting wordt verwoord door Gawie Keyser in de Groene Amsterdammer. Hij schrijft: (https://www.groene.nl/artikel/miss-schaken):

Meer nog dan Lisa Lane stond er nog iemand model voor Beth Harmon, en dat was Walter Tevis zelf. Hij leerde schaken op zijn zevende. Rond die tijd werd hij gediagnostiseerd met een neurologische ziekte en belandde hij in een kuuroord voor kinderen, waar zijn ouders hem aan zijn lot overlieten. Jaren later mocht hij naar hen terugkeren in Lexington, Kentucky. Maar de jonge Tevis was toen al verslaafd aan kalmeringsmiddelen (die kreeg hij, net als Beth in boek en serie, als kind driemaal daags toegediend); hij kon nergens aarden (‘Ik voelde me een alien’), en ging tot diep in de nacht pool en schaak spelen. Hij werd schrijver, wat zijn alcoholistische vader nooit accepteerde. Later begon Tevis ook te drinken, flínk te drinken, en hierin volgt zijn heldin Beth hem in de roman.

Dat Beth Harmon volgens Keyser nog het meest lijkt op Walter Tevis zelf vind ik plausibel. De verschillen met Lisa Lane zijn te groot. De laatste immers leerde pas heel laat schaken, haar carrière duurde niet lang en ze verloor het plezier in het spelletje. De laatste scene van de serie maakt duidelijk dat Beth Harmon er nog lang geen genoeg van heeft.
Dat de schrijver van Jutta Hempel gehoord zal hebben lijkt me onwaarschijnlijk. Maar de overeenkomsten tussen Beth Harmon en Jutta Hempel zijin groter dan die tussen Beth en Lisa Lane.

Tot slot: Er wordt gespeculeerd op een vervolg op de serie. Voor mij hoeft dat niet. Het verhaal is verteld.

Nawoord
Het is alweer even geleden dat ik de eerste zinnen voor dit artikel schreef. De corona-regels zetten me bij tijd en wijle in winterslaap-modus en gaat het allemaal wat langzamer.
Omdat elk nadeel een voordeel heeft kan ik daarom wel het volgende over een mogelijk vervolg melden:

Executive producer William Horberg liet echter onlangs aan Deadline weten dat een tweede seizoen van The Queen’s Gambit waarschijnlijk niet gemaakt zal worden. Hoewel hij en maker Scott Frank enthousiast zijn om de show zo goed te zien presteren, geven ze er allebei de voorkeur aan om de serie te laten eindigen met de bestaande zeven afleveringen. ‘We voelden dat de serie een bevredigend eindpunt had en we willen het publiek zelf de ruimte in laten vullen over wat er daarna gebeurt voor Beth Harmon,’ zei hij. ‘Er is niets veranderd, ondanks dat fans meer eisen op mijn Twitter-feed. Scott en ik zijn erg blij met de volledigheid van Beths verhaal.’

Terugblik, de oplossingen

Alleen Kees Kerkdijk heeft een oplossing ingestuurd. Petje af, na een enkele aanwijzing had hij uiteindelijk alles goed.
Mijn duik in de boekenkast was goed voor een keus van drie uit deze zeven boeken:

  1. Sadler, Matthew & Regan, Natasha – Game Changer Alpha Zero (2019)
  2. Bricard, Emmanuel – Strategic Chess Exercises (2018)
  3. Dvoretsky, Mark – Recognizing Your Opponent’s Resources (2015)
  4. McDonald, Neil – Chess The Art of Logical Thinking (2004)
  5. Rowson, Jonathan – The Moves That Matter (2019)
  6. Timman, Jan – Schakers (2012)
  7. Dvoretsky, Mark – Tragicomedy in the Endgame (2013)
Kees heeft de eerste drie heeft gekozen. Wees daarom gewaarschuwd: zijn toegenomen strategisch inzicht, weten hoe AlphaZero ‘denkt’ en kennis van de tegenstander zal hem een nog geduchter tegenstander maken.
Dan nu de oplossingen. Om te beginnen die van de eerste twee probleempjes:
  • De vergelijking 26 – 63 = 1 kan door één cijfer te verplaatsen kloppend gemaakt worden. Verplaats de 6 in 26 iets naar boven, zodat het 2 tot de zesde macht wordt, oftewel 26 (2 x 2 x 2 x 2 x 2 x 2=64) – 63 = 1.
  • De blinde man kan zich gewoon verstaanbaar maken in het Nederlands en zegt dat hij een schaar wil kopen. Al moet ik bekennen dat ik bij eerste lezing ook knipbewegingen met mijn vingers heb zitten maken…

De schaakproblemen:
In de laatste zin van het artikel ‘Terugblik’ schrijf ik dat ik een tweede hint geef. Nergens staat echter aangegeven wat de eerste is. Dat is de titel van het artikel: terugblik. De tweede hint is dat ik in de laatste zin schrijf dat ik ‘terugdacht’ aan de oplossingen.
Het thema van de schaakproblemen is dan ook dat er gekeken moet worden naar wat de laatste zet van zwart geweest zou kunnen zijn. In het jargon van de componisten van schaakproblemen heet dat de retrograde analyse, zie bijv https://nl.wikipedia.org/wiki/Retrogradeprobleem. Een link waar de terminologie uitgebreid wordt beschreven is https://nl.wikipedia.org/wiki/Probleemschaak.

Diagram 1.
De laatste zet van zwart kan alleen maar …, b7-b5 geweest zijn. De pion op a7 heeft niet gezet, de zwarte koning kan niet van b6 komen. De zwarte koning kan ook niet van b7 komen omdat zwart dan schaak zou hebben gestaan. Er is geen veld waar de c-pion vandaan heeft kunnen komen. De zet …, b6-b5 kan ook niet omdat wit dan schaak zou hebben gestaan. Enige mogelijkheid is dus …, b7-b5 en na en passant slaan is Txa7 mat.
In de oplossing in het boek staat dat de witte c-pion nergens vandaan zou hebben kunnen komen. Daar heb ik nog even op zitten puzzelen. Er zou d5xc6+ gespeeld kunnen zijn als de witte pion eerst op d5 stond in plaats van op c6. Dan zou de zwarte koning op b7 moeten staan en een zwarte pion op c7. Als zwart dan …, c7-c6 speelt ontstaat na dxc6+, Ka6 de diagramstelling. Maar dat is natuurlijk onzin, het gaat hier niet om een helpmat. De vraag is waarom zwart …, c7-c6 speelt ipv …, Kxa8, idem na d5xc6+. Maar zelfs in het geval dat zwart het ongelooflijke …, Ka6 zou spelen is het geen mat in 2 na c6-c7 en …, b5-b4. Ergo: zwart kan inderdaad niet anders gespeeld hebben dan …, b7-b5.

Diagram 2.
De vraag hier is of zwart nog mag rokeren. Omdat de twee pionnen nog op de uitgangspositie staan moet zwart hetzij met de toren, hetzij met de koning gezet hebben en mag dus niet meer rokeren. De oplossing is 1. Da1 waarna, na welke zet van zwart dan ook, mede dankzij de pion op c7, wit steeds mat kan geven.

Diagram 3.
Hier speelt iets dergelijks. Omdat de pionnen nog op de oorspronkelijke velden staan kan het niet anders dan dat zwart na een zet van Ta8 nog kort kan rokeren, na een zet van Th8 nog lang kan rokeren of in het geheel niet meer mag rokeren als de zwarte koning bezet heeft.
Voor elke mogelijkheid is een mat in twee:

  • als Ta8 gespeeld heeft is Dg7 mat op de volgende zet;
  • als Th8 gezet heeft is Dxc7 mat op de volgende zet;
  • als de koning van zijn plaats is geweest is zowel Dxc7 als Dg7 goed.

Diagram 4.
Hier moet gekeken worden wat zwart gespeeld zou kunnen hebben.

  • de koning is van f7 of f8 naar e8 gegaan: zwart mag niet meer rokeren;
  • de toren heeft gezet: rokeren kan niet meer;
  • de g-pion is opgespeeld en kan alleen maar van g7 gekomen zijn omdat wit anders schaak zou hebben gestaan.

Dan is het niet moeilijk meer. In de twee eerste gevallen geeft wit na 1. Ke6 op de volgende zet met Td8 mat. Als zwart …, g7-g5 gespeeld heeft zou zwart nog mogen rokeren. Dan is de oplossing: 1. h5xg6 e.p., 0-0; 2. h6-h7 mat.

 

Bron:

Wolfe, David & Rodgers, Tom (ed)

Puzzlers’ Tribute
A Feast For The Mind

Uitg.: A.K. Peters, ltd (2002)

 

Toegift:

Een paar dagen geleden zag ik de Holiday Quiz van Chessable. Waar ik een poos op heb zitten turen is onderstaande simpele stelling.
De opdracht is dat wit op de tweede zet mat geeft. Lijkt eenvoudig, maar kostte me de nodige hoofdbrekens.

Terugblik

De afgelopen periode heeft zich gekenmerkt door weinig contact en veel thuiszitten. Tijd om de lang geleden gelezen (zoals Damegambiet van Walter Trevis, daar kom ik op terug) of doorgekeken boeken af te stoffen en weer eens ter hand te nemen.

In een boek met een eerbetoon aan creatievelingen die bijzondere puzzels maken kwam ik een paar aardige dingen tegen. Denkprocessen en ‘out of the box’ denken hebben mijn warme belangstelling. Zoals deze niet al te moeilijke:

  • Maak de vergelijking 26 – 63 = 1 kloppend door één cijfer te verplaatsten.

Of:

  • Een Fransman die geen enkel woord Nederlands spreekt komt in een winkel (een niet-essentiële, dit is al een poos geleden gebeurd) en maakt met zijn hand zaagbewegingen. De verkoper snapt onmiddellijk dat de man een zaag wil kopen. Een half uurtje daarna komt een doofstomme man binnen die met zijn vinger in zijn oor draaibewegingen maakt. De verkoper pakt de puntenslijper in waar de klant naar op zoek is. Dan komt een blinde man de zaak binnen. Hoe maakt hij duidelijk dat hij een schaar wil kopen?

Een aantal artikelen is gewijd aan goochelaars, voor mij een goede reden het boek te gaan doornemen. De schaakdiagrammen trokken uiteraard ook mijn aandacht. Nu we ons in onze contacten moeten beperken en de verveling op de loer ligt geef ik u vier stellingen uit het boek om op te lossen. Dat verdrijft te tijd en houdt de grijze hersencellen bezig.

Voor elke opgave geldt dat wit, tegen elke verdediging van zwart, op de tweede zet mat geeft.
Om het wat uitdagender te maken zal ik voor degenen die vóór het einde van dit jaar een gemotiveerde oplossing insturen (rm.hahlen@gmail.com)  een duik nemen in de boekenkast. En het leesvoer coronaproef afleveren.
Let wel: een uitleg waarom voor de oplossing is gekozen is noodzakelijk! Soms zijn meerdere zetten mogelijk.

1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een tweede hint om de juiste zetten te vinden is dat ik, toen ik bij het schrijven van dit artikel terugdacht aan de oplossingen, me realiseerde dat alle vier problemen een gemeenschappelijk thema hebben.

Hoe overwinnen we Corona?

De huidige tijd, waarin we in onze bewegingsvrijheid beperkt zijn als een koning op een hoekveld, geeft ons alle ruimte eens bezig te zijn met iets heel anders dan de waan van de dag. Niet bezig zijn met de verkiezingen in de VS, of het aantal mensen dat per dag besmet is met Covid-19.

Eindelijk tijd eens bezig te zijn met zoiets triviaals als bijvoorbeeld de prangende vraag hoe Corona te overwinnen is.

 

Diepgravende research met behulp van een omvangrijke database heeft mij geleerd dat er in de enkelvoudige vorm van Corona toch nog vijf verschillende varianten te onderscheiden zijn: A, D, J-1, J-2 en R. Daarbij is variant J-2 mogelijk een mutatie van variant J-1 en lijkt aanmerkelijk gevaarlijker. Variant J-1 is in alle gevallen overwonnen, J-2 is onverslaanbaar gebleken. Maar omdat de steekproef van bestrijdingswijzen van beide varianten niet heel groot is zijn er geen duidelijke conclusies aan te verbinden. Beschouwen we variant J als één soort Corona dan is het bemoedigende resultaat dat Corona J juist in 66,7% van de gevallen wordt overwonnen.

 

De meest voorkomende variant is Corona R. Uit de gegevens van de database blijkt dat de bestrijders van Corona in minder dan de helft van het aantal gevallen aan het langste eind trekt, slechts 45,5%. Het percentage waarin variant R slachtoffers maakt ligt met 61,5%, ruim boven het positieve bestrijdingspercentage, en is daarmee de meest gevaarlijke.

 

Uiteraard heb ik nog nader onderzoek gedaan naar welke aanpak het beste resultaat geeft. Helaas zijn de steekproeven niet erg groot. Toch zijn er enkele voorzichtige conclusies te trekken.

De eerste conclusie is dat de bestrijders van Corona, zeker waar zij het niet redden, wel eens wat meer aan een goede ontwikkeling hadden mogen denken. Sommige bestrijdingswijzen zien er echt knullig uit.

Een tweede conclusie is dat er nog geen eenduidige, gecoördineerde aanpak is. Corona is op veel manieren bestreden, waarbij opvalt dat veel landen hun eigen manier van aanpak hebben. Een nadere analyse laat zien dat de bestrijding zoals in de Scandinavische landen geen enkel positief resultaat oplevert. De solide Franse aanpak boekt gemengde resultaten en lijkt daarom veelbelovend. De resultaten in Italië zijn wisselend, de wijze waarop Corona tegemoet wordt getreden is tamelijk agressief. Op het vasteland gaat het faliekant mis, de aanpak op Sicilië werpt echter wel zijn vruchten af.

Het meest succesvol is de Engelse aanpak, die erg geïnspireerd lijkt te zijn op hoe men Corona in de omgeving van Barcelona (Catalonië) aanpakt.

De meer orthodoxe behandelwijzen, zoals die bijvoorbeeld in de Slavische landen wordt gehanteerd, leveren nog niet voldoende resultaat op om van succes te kunnen spreken. Dat kan te maken hebben met het tempo waarin de ontwikkelingen zich voltrekken. In nog geen 36% van de gevallen wordt winst geboekt.

Experimentele behandelingen, waarbij eerst veel moet worden geïnvesteerd, hebben nog maar in 50% van de gevallen succes.

 

Alhoewel het interessant is om nader onderzoek te doen naar de meervoudige vormen van Corona, vooral Corona Gentil roept de vraag op wat er dan wel zo aardig aan Corona is (in een steekproef van 70 wordt Corona slecht in 30% volledig overwonnen!), laat ik dat voor nu even zitten.

 

In tabel 1 zijn de resultaten uit mijn onderzoek van de database weergegeven. Het is duidelijk dat er nog een lange weg te gaan is voordat Corona voor 100% wordt overwonnen. Nu lukt dat nog maar in 45,5% van de gevallen, vooral te wijten aan Corona R.

 

Tabel 1

 

Corona variant Steekproef
grootte
Fataal Onduidelijk Corona

Overwonnen

Totaal
Corona
% Positieve
Bestrijding
Corona A 1 0 0 1 0 100,0%
Corona D 5 2 2 1 3 40,0%
Corona J-1 2 0 0 2 0 100,0%
Corona J-2 1 1 0 0 1 0,0%
Corona R 13 8 0 5 8 38,5%
TOTAAL 22 11 2 9 12 45,5%

 

 

 

Tabel 2 Gespecificeerde resultaten en bestrijdingswijzen

Wit Zwart Uitslag Opening
Corona, Danilo Carucci, Bruno 1-0 Alekhine’s defence: two pawns (Lasker’s) attack
Corona, Danilo Picciau, Marta 1/2-1/2 French: exchange (4.Bd3 Bd6)
Corona, Rafaele Lussu, Andrea 1-0 Giuoco Piano
Corona, Rafaele Sonis, Francesco 1-0 Giuoco Piano: Greco’s attack
Corona, Rafaele Mannino, Giacomo 1-0 King’s pawn game
Corona, Adan Blanco, Marcos 0-1 Nimzovich-Larsen attack: Indian variation
Corona, Rafaele Lobina, Giulio 1-0 Old Benoni defence
Corona, Rafaele Pistis, Laura 1-0 QP counter-gambit (elephant gambit)
Corona, Jesus Quijano Xacur, Oscar 1-0 Queen’s pawn game, Chigorin variation
Corona, Rafaele Sanna, Yuri 0-1 Queen’s pawn: Charlick (Englund) gambit
Serra, Emanuele Corona, Rafaele 1-0 Bird’s opening
Moroni, Luca Jr Corona, Rafaele 1-0 English: Neo-Catalan
Caglio, Luigi Corona, Rafaele 1-0 French: Tarrasch, open variation
Lima, Darcy Corona, Janet 1-0 King’s pawn opening
Jenkins, Dominique Corona, Janet 1-0 Philidor: Hanham variation
Ibba, Isacco Corona, Rafaele 1-0 QGD (plus Catalan & Dutch)
Marchionni, Daniele Corona, Rafaele 0-1 QGD: Albin counter-gambit
Giordano, Giulia Corona, Danilo 0-1 Queen’s pawn game, Chigorin variation
Onnis, Luca Corona, Danilo 1/2-1/2 Queen’s pawn: stonewall attack
Boi, Fausto Corona, Rafaele 0-1 Scandinavian (centre counter) defence
Toniolo, Massimo Corona, Rafaele 0-1 Scandinavian defence
Pes, Eleonora Corona, Danilo 1-0 Sicilian: Smith-Morra gambit

 

Bron: Megadatabase 2016

 

Voor degenen die zelf onderzoek willen verrichten hieronder de ruwe data. Verwacht geen hoogstandjes…

De ballen van Karpov

De Prinsessen van het schaakbord

De titel boven dit artikel op de website komt niet overeen met de eigenlijke titel van dit stuk. Die moet zijn: ‘De Prinsessen van het Schaakbord’. Maar hopelijk heeft de titel u nieuwsgierig genoeg gemaakt om verder te lezen!

De titel op de website verwijst naar de training dit seizoen over de lopers (19 december 2019). Daarin bekeken we de mogelijkheden en onmogelijkheden van de lopers. Karpov vergeleek lopers met biljartballen. Ze ketsen terug van de randen van het bord. De tekst van die training en die van de eerdere trainingen van dit seizoen zijn nu (eindelijk) in het besloten deel te vinden

Vandaag, 30 april, zouden we de laatste drie rondes van de rapidcompetitie spelen met voorafgaand de laatste training van dit seizoen. Gezien de bijzondere omstandigheden plaats ik deze keer het materiaal van de training niet alleen in het besloten deel van de website maar ook openbaar.

De Prinsessen van het schaakbord zijn natuurlijk de dames. Zij zijn de meest mobiele stukken op het bord en dat maakt hen zo uniek. Het maakt doorgaans niet zoveel uit op welk veld ze staan omdat ze zich heel snel van het ene deel van het bord naar het andere kunnen verplaatsen. Een voorbeeld:

 

Fragment 1
Jan Markos – Alexander Beliavsky, Plovdiv 2008.

De witte dame staat op een relatief bescheiden veld. Omdat de zwarte koningsvleugel verzwakt is wil wit de dame overbrengen. Daarvoor is het nodig te zien dat een achterwaartse zet (zie hiervoor de training van 2017-04-13 over ‘Onzichtbare zetten’) geboden is.

 

Fragment 2
David Varga – Jan Markos, Banska Stiavnica 2012

Omdat dames zo snel zijn is het niet nodig ze al in een vroeg stadium in het spel te brengen. Ze kunnen anders opgejaagd worden door stukken van een mindere waarde. Maar als de dame al snel op avontuur wordt gestuurd kan het ook zo zijn dat ze gemist wordt in de eigen gelederen.

 

Fragment 3
Peter Velicka – Jan Markos, Czech Republic 2015

De dames zijn veruit de meest waardevolle stukken op het bord. Dat maakt ze kwetsbaar, daarom zijn het slechte verdedigers. Als je dame te gemakkelijk gebruikt voor de verdediging is dat, zoals Markos schrijft, net zoiets als je fiets vastzetten met een stevig kettingslot van goud. Je fiets is niet echt beschermd en je slot ben je ook kwijt.
Vaak is het zo dat wanneer een dame gebruikt wordt in de verdediging het de zaken alleen maar slechter maakt. De dame kan zelf doelwit worden voor een aanval. Dat levert de tegenstander extra tempi op.

 

Fragment 4
Garry Kasparov – Josef Pribyl, Skara 1980

Dames zijn dus slechte verdedigers, maar briljante aanvallers. Het liefst hebben ze de vrije ruimte. Dan vallen ze ongedekte doelen aan en worden ze de echte heersers van het bord.
Als je aanvalt met de dame is het belangrijk rustig alle zetten, een voor een, te berekenen. Omdat de dame zo vreselijk mobiel is kan het, als je niet heel precies rekent, makkelijk gebeuren dat je een beslissende zet over het hoofd ziet. Een klassiek voorbeeld:

 

Fragment 5
Magnus Carlsen – Sergey Karjakinn, Bilbao 2016

Wanneer is het verstandig om dames te ruilen, en wanneer juist niet? Met de andere stukken ligt dat eenvoudiger: als mijn stuk slechter is dan dat van mijn tegenstander ruil ik af. Is mijn stuk beter, dan niet.
Het probleem bij de dames is dat het, door hun mobiliteit, niet zo makkelijk is een keuze te maken. Op het ene moment is mijn dame sterker, vlak daarna juist die van mijn tegenstander. Andere factoren moeten dus in ogenschouw genomen worden.
We weten al dat de dame een goede aanvaller is maar een slechte verdediger. Het beste aanvalsdoel is natuurlijk de koning. Dus als mijn koning veiliger staat dan die van mijn tegenstander zal ik afruil vermijden. Ik heb dan het voordeel van de aanvallende dame versus de verdedigende dame.

 

Fragment 6
Markus Ragger – Jan Markos, Tromso (ol) 2014

Als het bord nog vol is met lichte stukken moeten de dames oppassen en goed op zichzelf passen. Maar dat hoeft niet te betekenen dat ze lui achterover kunnen hangen. De dame is uitermate geschikt om samen met een loper of toren een batterij te maken. Meestal achter de loper of toren, soms juist ervoor om voor extra dreiging te zorgen.

 

Samengevat
1. Dames zijn goed in de aanval en verdedigen niet graag.
2. Dames hebben ruimte en ongedekte stukken nodig om te kunnen aanvallen. Daarom moet de aanval voorbereid worden door lichtere stukken.
3. Dames zijn veel waard, op een vol bord kunnen ze makkelijk door stukken met een mindere waarde worden aangevallen. Daarom moeten ze zich in de opening en vroege middenspel iets meer op de achtergrond houden.
4. Bij afruil van de dames moeten we kijken naar de veiligheid van de koning. Is de eigen koning kwetsbaar dan is afruilen een goed idee.
5. Dames zijn de echte prinsessen van het schaakbord: kostbaar, uniek en te elegant voor het vuile werk.

 

De voornaamste bron voor de trainingen van dit seizoen is het boek ‘Under the Surface’ van Jan Markos (Quality Chess, 2018).
Een heerlijk boek, niet in de laatste plaats door de amusante manier van schrijven.

 

Toegift
Fragment 7
Nigel Short – Jan Timman, Tilburg 1991

Omdat ik nu niet aan een tijdslimiet ben gebonden nog een, bekende, toegift over de kracht van de koning.
De opmerkingen zijn van Jonathan Rowson in ‘The Seven Deadly Chess Sins’. Hij bespreekt in dat boek onder andere de rol van humor in het schaken. Volgens Miles is ‘een verwrongen gevoel voor humor misschien wel de belangrijkste eigenschap die een schaker moet hebben’. Rowson haalt ook Krogius aan die suggereert dat ‘je je moet trainen in het vinden van paradoxale situaties, naar uitzonderingen op de regels moet zoeken’. Om Rowson aan te halen: ‘Dus beweer ik nu dat schaken pre-verbale humor is en dat alle schakers gefrustreerde comedians zijn? Voor een deel wel, maar ik ben ervan overtuigd dat dat wanneer je ernaar streeft de grappige kanten van het schaken te zien je wel degelijk je blik verruimt.’ Hoe vaak zeggen we bij een na-analyse niet dat een stelling wel grappig is, dat iets een leuke zet is?!
Gedachtes om eens goed voor te gaan zitten en te overdenken!