Een stuk gezelliger!
Vandaag :
♔ niets op de agenda

Column

Mevrouw C.Roodzant was de eerste Nederlandse kampioene!

Mevrouw C.Roodzant was de eerste Nederlandse kampioene ! ( 1935, 1936 en 1938).

Bij het honderdjarig bestaan van de KNSB werd zij tot Lid  van Verdienste benoemd.
Zij moest in 1937 haar plaats afstaan aan Fenny Heemskerk, die ook van 1939-1958 en in 1961 kampioene was.
Lange tijd heeft mevrouw Heemskerk als enige westerse speler een rol weten te spelen tegenover het
Russische damesschaak: In 1952 werd zij tweede in het dames-kandidatentoernooi.
Haar opvolgster Corrie Vreeken, die vanaf 1960 in  het dameskampioenschap vrijwel steeds op de eerste plaats eindigde, tot
Kathy van der Mije-Nicolau haar in 1975 versloeg. Mevrouw Vreeken behaalde op de dames-schaakolympiade  in
Oberhausen 1966 een score van 6.5 uit 10 aan het eerste bord. Zij won o.a. het Danlontoernooi in 1962 en het Hoogovens-damestoernooi in 1968.
   Kathy van der Mije -Nicolau was Roemeense kampioene van 1960-1965 ( behalve in 1962). Met Nona Gaprindasjwili had zij op de dames – schaakolympiade
in Split in 1963 de beste score aan het eerste bord ( 10 uit 12 ).
In Belgrado 1966 deelde zij de eerste prijs. Na haar emigratie naar Nederland was zij vijfmaal kampioene.
In 1980 werd Erika Belle kampioene met 7 punten uit 11 partijen.Op de tweede plaats stonden met 6.5 punt haar
rivalen Hanneke van Parreren, Carla Bruinenberg en Ada van der Giessen ( kampioene  in 1973).
De laatste had als enige vrouw zitting in het KNSB bestuur  en zou op die plaats het damesschaak activeren en zich daarbij vooral richten op het opsporen, begeleiden en trainen van jeugdig talent onder de meisjes.
De Woudloper:
C. ten Woude
Bronvermelding: Schaakbrevier 1980

Aangeraakt is zetten!

Aangeraakt is zetten!

Dit is een ijzeren regel voor schakers, want als je een stuk vast pakt moet je er ook meespelen!
En loslaten is gezet!
Het gebeurde mij in een partij voor de keizer, tegen Jaap Poel! Het begon met een Koningsindische opening, die ik overnam van Pieter Hopman!
Toeval bestaat niet, maar ik speelde de eerste paar zetten na van Pieter, die tegen Marloes speelde! Zij deed bijna dezelfde zetten als Jaap.
De structuur van de stelling was bijna identiek, en het deed mij denken aan het afkijken op school! En na een goed opgebouwde stelling gebeurde het
drama! Op de 14e zet raakte ik mijn Koning aan, pakte hem vast en wilde d2 spelen, maar had de Dame moeten nemen!!1 Hoe kan een schaker zich zo vergissen tussen Koning of Koningin ( Dame ) Het verschil is toch wel duidelijk voor schakers! Een kijkfout, maar nog nooit meegemaakt in mijn 39 clubjaren!
De hele stelling stortte in, en bleef gefrusteerd en teleurgesteld achter over zo een blunder!
Een week later speelde we onze voorlopige? schaakpartijen, die vriendschappelijk waren!
En de reden was, u raad het al! CORona!
Voel mij schuldig, omdat mijn naam hiermee besmet wordt!
Het is helaas niet anders, want niemand kan meer 1.50 meter afstand nemen en zijn of haar stukken aanraken!
Onze voorzitter Kees legde dit prima uit, besluit van de KNSB en Triton, tot 1 april?
Wat moeten wij met zo’n ” virus” ?
Gelukkig kunnen wij nog online schaken, want die afstand is groot genoeg!
En je hoeft geen stukken aan te raken!
Clubleden kunnen een online toernooi spelen via onze schaaksite!
Het virus krijgt ons niet klein, want wij zijn gewend vooruit te denken, en ons gezonde schaakverstand te gebruiken!
De Woudloper

Lelijk winnen

Slecht spelen is geen excuus om te verliezen. Dat is de subtitel van het hilarische boek Winning Ugly in Chess van Cyrus Lakdawala. Op de achterflap staat:

Wanneer heb je voor het laatst een partij uit één stuk gewonnen? Een partij die niet ontsierd werd door mindere zetten?
Elke schaker weet dat gestroomlijnde overwinningen de uitzondering zijn, dat het spel vaak chaotisch is en stellingen niet logisch. De weg naar de overwinning is over het algemeen vol hobbels en misrekeningen. Welkom in de wereld van het onvolmaakte!
Als je liever een slecht gespeelde partij wint dan een goed gespeelde partij verliest, dan is dit boek de ideale gids. Lakdawala laat zien hoe je er zeker van kunt zijn dat niet jij, maar je tegenstander de laatste fout maakt.
De volgende keer dat de verkeerde speler wint ben jij dat!

Schaakboeken staan doorgaans vol met superieur gespeelde partijen. In Winning Ugly in Chess staan partijen waarin rare zetten worden beloond. Cyrus Lakdawala weet dat goed spelen prima is, maar je tegenstander verslaan is beter. Hij laat de edele kunst van het onverdiend winnen zien aan de hand van een aantal thema’s:

* chaos op een verrassende manier overleven
* gemene zetjes
* weigeren op te geven in verloren stellingen
* ontsnappingen door puur geluk
* niet-geforceerde fouten uitlokken

en andere manieren om na een achtbaan met beide benen op de grond te komen.

 

Ontwikkel de dame niet te vroeg
De schrijfstijl van Lakdawala in Chess for Hawks en dit boek is hilarisch, veel zelfspot en onverwachte opmerkingen. De eerste partij die ik hierbij presenteer is exemplarisch voor de inhoud van het boek. Het commentaar bij de 17e zet van wit vind ik heel geestig.

 

75-zetten regel
En in welk schaakboek vind je een partij van 269 zetten? Uiteindelijk wordt die partij remise, waarbij zwart met een stuk minder meerdere malen verzuimt remise te claimen op grond van de 50-zetten regel. De 50-zetten regel zegt dat een speler remise mag claimen als de laatste 50 zetten door beide spelers zijn voltooid zonder dat er een pion is verplaatst en niets is geslagen.
Het verhaal gaat dat deze partij de aanleiding is voor een aanpassing van het FIDE-reglement. In 2014 is de 75-zettenregel toegevoegd. Die regel zegt dat de partij automatisch remise is als de laatste 75 zetten door beide spelers zijn voltooid zonder dat er een pion is verplaatst en niets is geslagen. De regel gold nog niet toen deze zeeslang werd gespeeld (1989).

Een link naar waar u deze partij kunt vinden:
partij van 269 zetten

De 50-zettenregel is de oplossing voor het probleem dat ik op 19 januari publiceerde. De overeenkomst tussen deze zeeslang en de partij van het Penn en Teller probleem is opmerkelijk. De materiaalverhouding is identiek en beide witspelers hebben de winstmanoeuvre zoals die in de partij Nicolic – Arsovicop bij zet 201 (Tf3!) nog mogelijk is, gemist.

 

Pionnen op de vierde rij
Dit diagram uit een partij tussen Boris Alterman en Deep Fritz (2000), na de 26e zet van wit, is opmerkelijk. In een partij tussen spelers van vlees en bloed zal dit niet snel voorkomen. Ik denk dat Alterman zich de kans niet heeft laten ontgaan. Niemand toch?!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De complete partij:

 

Donner
Tijdens het lezen moet ik vaak aan Donner denken die ook schreef hoe heerlijk het is om volstrekt onverdiend te winnen. Het verbaast me dan ook niet dat het laatste hoofdstuk, met de toepasselijke titel ‘De Koning’ (‘De Koning’ is de titel van het boek met een bloemlezing uit de meer dan duizend stukken en stukjes die Donner sinds 1950 over schaken heeft geschreven) aan Donner is gewijd. Lakdawala schrijft dat hij gehoord heeft dat niemand zijn onverdiende winstpartijen zo briljant kan beschrijven als Donner. Hij googelt (googlet mag ook, dat is de spelling volgens het Witte Boekje) daarom op ‘beste partijen van Donner’ en ziet dat de eerste drie partijen die hij bekijkt alle drie binnen Donners definitie van onverdiende winst passen.

Lakdawala gaat op zoek naar het geheime recept van Donner om partijen die hij niet zou mogen winnen, toch te winnen. Hij komt tot de volgende drie wetten:

1. Hoe slecht de stelling ook, Donner geeft nooit op en gaat niet in de put zitten als hij wordt overspeeld.
2. Donner blijft optimistisch en loert op mogelijkheden voor tegenspel en trucjes, zelfs in stellingen die zo rampzalig zijn dat er niets anders rest dan op te geven.
3. Donner was een psychologische opportunist die zijn stijl aanpast aan de zwakke punten van zijn tegenstander. Bijvoorbeeld zijn winstpartij tegen Fischer. Daarin speelt Donner zo saai mogelijk, omdat Fischer er juist van houdt om te vechten. Of tegen een positionele speler als Portisch aarzelt hij niet de stelling te compliceren, ook al is dat objectief gezien in zijn nadeel.

Dus Donner speelt tegen de persoon, niet tegen het bord.

In zijn verhaal ‘Een misdaad tegen het schaakspel’ (De Tijd, 9 januari 1965) beschrijft Donner zijn winstpartij tegen Matanovic. Hij schrijft:

Ik had zwart en op Matanovics 1. e2 – e4 probeerde ik nog eens de variant waarmee ik in de eerste ronde tegen Lehmann zo de kous op de kop had gekregen. Ook dit keer ging het weer helemaal mis doordat ik op de zevende zet een loperoffer op f7 faliekant over het hoofd zag. Menigeen had direct opgegeven, maar dat vond ik al te gek. Al op de achtste zet verliezen… . Dus deed ik nog een paar zetten. Ik verloor have en goed.
Matanovic won één à twee pionnen en stond op een gegeven ogenblik een stuk voor. Hij had rustig kunnen afwikkelen naar een glad gewonnen eindspel, maar dat was hem te min. Kennelijk wilde hij in de kortst mogelijk tijd winnen. Misschien ook ergerde hij zich aan mijn abominabel slechte spel. Ik weet het niet. In ieder geval zag hij een klein schaakje over het hoofd, waarna mat niet meer te verhinderen was.
Het duurde even voor ik me had gerealiseerd, dat ik nu had gewonnen. Een vreemde gewaarwording. De gevoelens die een dergelijk zeldzaam staaltje geluk oproepen, zijn niet te beschrijven. Men waant zich de lieveling der goden. Men ervaart een triomf, sterker dan na de fraaiste aanvalspartij die men met grote verdienste tot winst heeft geleid. Voor Matanovic was het natuurlijk niet zo leuk. Een uur later zat hij nog steeds verbijsterd en niet begrijpend naar het inmiddels leeggeruimde bord te staren. De partij, een misdaad jegens het schaakspel, vindt u hieronder.

De partij geef ik met het commentaar van Donner in ‘De Koning’, aangevuld met dat van Lakdawala (CL) in ‘Winning Ugly in chess’.

 

Recensies
In de Nieuwsbrief van het Max Euwe Centrum (dat door Cor ten Woude om mee te nemen op de club wordt neergelegd) vat recensent Florian Jacobs boek samen als ‘… een vermakelijk wegleesboek. Voor wie van vrolijk schaak houdt.’
Inderdaad.

Het boek van Lakdawala is ook uitgebreid gerecenseerd op schaaksite.nl en vind je hier:
recensie Cyrus Lakdawala: Winning Ugly in Chess

De slotconclusie van de recensent is:

Koop dit boek als je graag vermaakt wil worden met leuke spectaculaire partijen die met humor worden gepresenteerd.
Koop dit boek niet als je schaakboeken leest om een betere speler te worden of echt wil leren hoe je ondanks je lelijke spel toch partijen kunt winnen.

 

Met het eerste advies aan het eind van de recensie ben ik het van harte eens. Het tweede advies, om het boek niet te kopen als je een betere speler wilt worden, vind ik minder. Niets is immers relativerender dan humor en zelfspot. En daarvan word je ook tot een betere speler!

De Dame ( 2 )

Er zijn  heel wat verhalen uit de schaakwereld waarin de Dame een prominente rol speelde!En in mijn eigen leven is dit ook nog steeds zo! Haar schoonheid en kracht die ze zowel op als buiten het bord toont!

Ja,we kunnen niet zonder haar, want dan wordt het spel heel wat gecompliceerder!

Vandaag gaat het over de wereldkampioene Nona Gaprindasjwili.

 

Nona werd in 1941 in Georgie geboren, studeerde talen in Tiflis en bezocht de schaakschool in Makagonov.

Toen zij,21 jaar oud, wereldkampioene werd, kwam er in de Sovjetunie een parfum op de markt, dat haar naam

droeg: Nona.

Zij vestigde een reeks records. Als eerste vrouw behaalde zij de internationale dames-meestertitel, maar ook wist zij door deelneming aan gemengde toernooien de heren-meestertitel te halen, en later de grootmeestertitel. Na Vera Menchik (1906-1944) was zij de eerste vrouw, die de confrontatie met mannelijke collega’s in internationale toernooien niet schuwde.

Als zestienjarige werd zij dameskampioene  van Tiflis en toen zij in 1962 de wereldkampioene Bykova opvolgde, deed zij dat met een opzienbarende overwinning van 7-0 en 4 remises. Sinds die tijd verdedigde zij haar titel driemaal  zonder moeite tegen de even oude Alla Kusjnir en eenmaal tegen Nana Alexandria. Helaas verloor zij in 1978 het wereldkampioenschap  aan 17-jarige landgenote Maja  Tsjiboerdanidze met 6.5 -8.5

Nona geniet nog steeds? in Rusland (?) de populariteit van een filmster, vooral ook door haar felle wedstrijdmentaliteit.

Haar spel bevat een korreltje gif, en weerlegt zij het oude vooroordeel,  dat vrouwen alleen intuïtief en impulsief kunnen spelen. Nona en Maja worden tegenwoordig als voorvechtsters van de vrouwenemancipatie in de schaakwereld beschouwd.

De  Woudloper

De Dame

Ja, schakers daar is zij onze Caissa, de schaakgodin, Koningin en Dame.
en wij als schakers weten dat zij hoog boven de torens en andere schaakstukken uitkijkt!
Maar ook in Parijs staat zij haar elegantie en schoonheid uit te stralen in het hart van Parijs op het eiland Ile de la Cité in de Seine.
Haar torens zijn wereldberoemd en zij dateert uit de 12e eeuw ( 1163 ). Welke schaker kent haar niet en heeft haar nog nooit gezien?
Maar op de rampzalige dag van 15 april kwam in de hele wereld het nieuws van  DE BRAND IN DE Notre-DAME!
De wereld beroemde kathedraal stond in vuur en vlam!  “Het dameoffer” trof alle Parijzenaars en wereldburgers in het hart!
Zij met haar majestueuze uitstraling en bezocht door miljoenen bezoekers en bewonderaars, werd wereldnieuws!
Keizer Napoleon werd hier gekroond en natuurlijk kennen we de film, naar het boek van Victor Hugo “De klokkenluider van de Notre-Dame”.
Wij kennen het dameoffer als het meest spectaculaire offer tijdens een schaakpartij, met een winnende stelling!
Citaat uit Schaakbrevier door J. A. Frank ” In de romantische periode werd het als niet ridderlijk beschouwd, een offer niet aan te nemen.
Bij de Europese kampioenschappen in Oberhausen werd de Tsjech Vladimir Hort door een dameoffer van Keres zo in de war gebracht,
dat hij van zijn stoel viel. In werkelijkheid nam hij de dame. Vijf zetten later zat Hort 45 minuten na te denken. Hij zat te schommelen en viel toen pas
van zijn stoel!
Het beroemdste dameoffer werd in 1956 door de dertienjarige Fischer gebracht tegen Robert Byrne in het Rosenwald-toernooi  in New York.
Fischer gaf eerst een tussenschaakje en verzette zijn loper op de 17e zet. Byrne nam het dameoffer aan en bereikte daarmee een voordelige stelling.
Na het veroveren van enkele witte stukken, zette Fischer op de 41e zet mat!                                                                                                                                                      Fischer zelf stelde in zijn partij commentaar op: ” Een verrassend dameoffer dat dwingend tot winst leidt “.
Wij als schakers hebben zowel op als buiten het schaakbord wel eens een Dame geofferd….!?
Wij mogen en kunnen ons als schaakclub Purmerend gelukkig prijzen, met voor het eerst in onze clubgeschiedenis spelend in de derde klasse NHSB, met een Dames team!
Heel blij zijn wij en zeker de woudloper, met onze schaakkoninginnen en schaakdames: Marloes, Ingrid, Flora en Debbie.
P.S. De Parijse brandweer heeft gelukkig de brand onder controle gekregen!                                                                                                                                                         Een toren is gesneuveld, maar de hoofdtorens zijn fier overeind gebleven!
De Woudloper