Een stuk gezelliger!
Vandaag :
♔ niets op de agenda

Training

De Activisten

Situatie, stijl en strategie                                                                                5

 

Deze laatste keer van het seizoen zijn de Activisten aan de beurt. Volgens het schema zijn zij intuïtief en concreet, dus een goed gevoel voor de dynamiek van de stelling en goede rekenaars.

 

‘Activisten’ worden bewonderd door de schaakliefhebbers. Dat komt door hun fantasierijke en onderhoudende manier van spelen. Zij spelen vaak briljante partijen met verrassende wendingen. De stijl van de ‘Activisten’ is gedurfd en moedig maar ook riskant. Hun innovatieve ideeën werken niet altijd. Daarom zijn maar weinig Activisten wereldkampioen geworden, alleen Tal en Anand hebben het hoogste bereikt. Maar omdat de tijdslimieten veranderen, het spel sneller wordt, is de kans dat een Activist wereldkampioen wordt wel groter geworden.

 

Activisten zijn inventieve spelers, ze zijn vaak bereid risico’s te nemen en als minder goed bekend staande openingen te spelen.

Een typische Activist is Bronstein. Het verhaal gaat dat hij tijdens de tweede Wereldoorlog naar het front werd gestuurd maar omdat hij heel slecht zag werd hij naar Stalingrad (het huidige Wolgograd) overgeplaatst. Daar had hij de tijd het Koningsgambiet verder te analyseren, een opening waarin hij expert was. Tijdens de voorbereiding op de komende match met de Verenigde Staten in 1946 verbood Botwinnik, als teamcaptain, Bronstein het Koningsgambiet te spelen. Niet zo’n goed idee omdat Bronstein overspeeld werd door Ulvestad en het Koningsgambiet beter bij hem paste dan het Spaans.

Een partij van Bronstein met het Koningsgambiet:

 

Voorbeeldpartij 1: Bronstein – Panov, Moskou 1947

De misschien wel beroemdste Activist is Tal. Zijn partijen spreken tot de verbeelding door zijn schitterende combinaties.

De partijen van Tal zijn bekend, maar zijn stijl is onderwerp van discussie. Was Tal een rekenaar, of een intuïtief genie? Lars Bo Hansen, de schrijver van ‘Foundations of Chess Strategy’, het boek waarop ik dit seizoen de trainingen heb gebaseerd, is van mening dat Tal vooral een intuïtieve speler was. Hij zegt dat Tal natuurlijk een uitstekende rekenaar was, net als alle GM’s, maar naar zijn mening was de gave van Tal vooral dat hij een uitstekend intuïtief gevoel voor het initiatief had en een ongeëvenaard begrip voor wanneer materiaal ingewisseld moest worden voor het initiatief in de aanval.

 

Tal zelf lijkt er anders over te denken. In het hoofdstuk ‘Geständnis eines Rechners’ (‘Bekentenis van een rekenaar’, in: Weltmeister lehren Schach, ed. Jakow Estrin, 1979) geeft Tal een inkijkje in zijn schaakdenken. Tal stelt in dit artikel dat hij zich als een ‘rekenende schaakspeler’ beschouwt. Zijn vaak als geniaal bestempelde combinaties berusten volgens hem op precies en diep rekenwerk. In stellingen zoekt hij naar een oplossing voor het stellingsprobleem die hij dan heel ver en nauwkeurig doorrekent. Dit in tegenstelling tot spelers die niet zoveel rekenen maar vertrouwen op hun stellingsgevoel. Een voorbeeld van zo’n speler is Botwinnik. Tal herinnert zich een gemeenschappelijke analyse waarin hij een stukoffer heeft gebracht. Hij laat Botwinnik een naar zijn mening geforceerde variant zien. Het antwoord van Botwinnik, nadat hij beleefd, dat is het gevoel van Tal, heeft geluisterd, is ontnuchterend: ‘Dat klopt allemaal. Eerst was ik bang voor het stukoffer maar later realiseerde ik me dat ik alleen de torens moest ruilen en de dames op het bord houden.’ Niks rekenen, gewoon stellingsgevoel.

Tal vertelt ook dat hij bijvoorbeeld door Smyslov vaak overspeeld werd, zodat er niets anders overbleef dan te zoeken naar dubieuze tactische ideeën. En soms met succes.

 

Tal was slechts één jaar wereldkampioen. In 1960 verpletterde hij in grootse stijl de regerend wereldkampioen Botwinnik met 12½ – 8½. Het jaar daarna verloor hij de titel weer in de revanchematch (8 – 13). Net als Bronstein was Tal nooit bang om ongebruikelijke openingen te spelen. Zie zijn eerste matchpartij met Botwinnik in 1960:

 

Voorbeeldpartij 2: Tal – Botwinnik, Moskou 1960

Activisten hebben een uitstekend gevoel voor combinaties. Het thema van de schitterende combinatie die Tal in de volgende partij op het bord toverde komt vaak in studies voor.

 

Voorbeeldpartij 3: Tal – Brinck-Clausen, Havana 1966

 

In deze partij verwijst Tal naar een eerdere partij van hem met zwart tegen Polugaevsky.

Partij 4: Polugaevsky – Tal, Tblisi 1956

 

 

Bronnen hele serie: 

  1. Foundations of Chess Strategy
    Applying Business methods to Chess Preparation and Training
    Lars Bo Hansen
    Gambit, 2005
  2. Masters of the Chessboard
    Richard Réti
    ?, 1930
  3. Toernooiboek Jubileum Vierkamp LSG
    Oegstgeest 1970
    Leids Schaakgenootschap, 1970
  4. Psychology in Chess
    Nikolai Krogius
    RHM Press, 1976
  5. The Art of the Middlegame
    Paul Keres en Alexander Kotov
    Penguin Books, 1964
  6. Weltmeister lehren Schach
    Jakow B. Estrin (ed)
    Joachim Beyer Verlag, 1979
  7. Vragenlijst Speelstijl
    Rob Hählen

 

Activisten

Pluspunten

  • Inventieve spelers zijn bereid risico’s te nemen en onconventionele openingen te spelen, vernieuwers.
  • Zijn niet bang dingen die tegen de gevestigde opvattingen ingaan uit te proberen.
  • Ondernemende speelstijl.
  • Niet bang om onconventionele zetten te doen of om risico’s te nemen.
  • Kunnen uitstekend rekenen.
  • Goed gevoel voor het initiatief, bereid daarvoor materiaal te offeren.
  • Lange termijn offers (verschil met pragmatici), het initiatief vasthouden is belangrijker dan materiaal.
  • Goede intuïtie voor de evaluatie van scherpe stellingen, goed gevoel voor combinaties.
  • Tempoverlies bij de tegenstander wordt makkelijk omgezet in een gevaarlijke voorsprong in ontwikkeling.
  • Vallen graag aan, Assault Ratio (zie hierna).
  • Stoppen veel energie in hun partijen vanwege hun ongebruikelijke zetten.
  • Besteden ook aandacht aan de veiligheid van de eigen koning (Kasparov, verschil met pragmatici).
  • Vaak goed in snelschaken.
  • Beter in korte tijdslimiet, daarom is de kans dat in de toekomst een activist wereldkampioen wordt groter.

 

Minpunten

  • Nemen soms te grote risico’s.
  • Gedurfd maar riskant, hun inventieve ideeën kunnen soms niet werken.
  • Spelen minder met vertrouwen wanneer de koning wordt aangevallen.
  • Offers vaak intuïtief.
  • Activisten zijn niet per definitie goed in het technisch verzilveren van een voorsprong, ze geven liever mat.
  • Niet veel activisten hebben de top bereikt: Tal, Anand.

 

Spelen tegen een activist

  • Vertrouw zijn offers niet, reken het goed na.
  • Vermijd tijdnood, zij zijn er beter in.
  • Vermijd complicaties niet per se maar zorg ervoor zelf het initiatief te hebben.

 

Spelers

  • Pillsbury
  • Bronstein
  • Tal
  • Anand
  • Shirov
  • Topalov
  • Morozevitch

 

‘Doeners’

 

 

Assault ratio

 

De ‘Assault Ratio’ geeft de verhouding aan tussen het aantal stukken dat aanvalt en het aantal stukken dat verdedigd.

Oftewel:

 

Assault Ratio = Aantal aanvallende stukken / Aantal verdedigende stukken

 

De verhouding, de ratio, kan vergroot worden door het aantal stukken dat op de koning gericht staat toe  te laten nemen (de teller, de stijl van Tal) of het aantal verdedigende stukken te verminderen, bijvoorbeeld door ze af te leiden met een aanval aan de andere kant van het bord (de noemer, de stijl van Aljechin).

 

De Pragmatici

Situatie, stijl en strategie                                                                                4

 

Na de ‘Beschouwers’ en de ‘Theoretici’ zijn nu de ‘Pragmatici’ aan de beurt. Veel wereldkampioenen zijn in deze categorie onder te brengen.

Een pragmaticus is iemand die kijkt naar de praktische bruikbaarheid, gegeven de omstandigheden. Dat betekent dat de Pragmatici niet perse de beste theoretische denkers zijn, maar wel degenen zijn die kijken hoe de kennis het best te gebruiken is. De dimensies waarop de Pragmaticus sterk scoort zijn logisch denken en concreet, het concreet rekenen op basis van de kenmerken van de stelling. Het zijn doeners, net als de ‘Activisten’.

Pragmatici besluiten op basis van een concrete inschatting van de feitelijkheden van een stelling. Dat betekent dat ze er niet voor terugdeinzen om zetten te doen die er ‘raar’ uitzien als ze er op basis van de kenmerken van de stelling en hun doorrekening van overtuigd zijn dat het de juiste zet is. Korchnoi is bij uitstek zo’n speler, hij speelt zelden dogmatische zetten. Dat zien we in de eerste voorbeeldpartij.

 

Korchnoi – Polugaevsy, kampioenschap USSR, Leningrad 1963.

Het lijdt geen twijfel dat denkers en doeners veel van elkaar kunnen leren. Vooral de Pragmatici zijn heel goed in staat de denkbeelden van de Theoretici tot zich te nemen. Zo zou een match tussen de Theoreticus Botwinnik en de Pragmaticus Fischer zou zeer interessant geweest zijn. Deze match is er bijna gekomen, in 1970 onderhandelden ze over een match van 18 partijen in Leiden. Fischer trok zich op het laatste moment terug en in plaats daarvan werd de fameuze vierkamp tussen Botwinnik, Spassky, Larsen en Donner gehouden.

Uit het toernooiboek:

Toen het bestuur van het Leidsch Schaakgenootschap het besluit nam het 75-jarig bestaan te vieren met een schaakevenement dat in brede kring de aandacht zou kunnen trekken, werd in eerste aanleg gepoogd een tweekamp tot stand te brengen tussen Dr. Ir. M.M. Botwinnik, erelid van het LSG, en de Amerikaan Robert J. Fischer. Op deze weg reeds aanzienlijk gevorderd, traden bij de verdere onderhandelingen helaas toch zodanige verschillen van inzicht aan de dag, dat het bestuur zich genoodzaakt zag zijn koers te wijzigen. Dit resulteerde in een niet minder aantrekkelijke opzet: een meerrondige vierkamp tussen de vooraanstaande grootmeesters, die in Oegstgeest slag hebben geleverd. Zulks naar het historische voorbeeld van de beroemde wedstrijd St. Petersburg 1896, een gebeurtenis die ongeveer samenviel met de oprichting van het LSG.

Spassky won met 7 uit 12, Donner werd tweede met 6 uit 12 met een nul tegen Spassky en een fraaie winst op Larsen. De partij Spassky – Donner behandelde ik in seizoen 2016 – 2017, ‘Ken de Klassieken’. Omdat vooral het slot aardig is geef ik de partij hier nog een keer, zonder de ‘klassieke’ bron van de manoeuvre van Spassky, die is in ‘Ken de Klassieken’ na te spelen.

 

Spassky – Donner, Jubileumvierkamp, Oegstgeest 1970.

Botwinnik en Larsen haalden beiden 5½ uit 12. Het was het laatste officiële toernooi van Botwinnik.

Botwinnik (in 1970 was hij 59) zei later dat hij dacht dat een match over 18 partijen zeker door Fischer gewonnen zou zijn, maar niet nadat Fischer gedurende de match veel geleerd zou hebben. De bereidheid tot leren is nou net een van de meest belangrijke eigenschappen van de Pragmaticus.

 

Een andere kenmerk van de Pragmatici is dat zij meestal evolueren naar universele spelers. Zij onderzoeken veel en behouden het goede. Het zijn spelers die nieuwe ideeën snel in praktische zin kunnen gebruiken. En het zijn zeer goede rekenaars. Dat komt goed van pas in de aanval. Als je wilt begrijpen hoe je een aanval moet opzetten, niet alleen hoe je hem moet uitvoeren, dan moet je de partijen van Aljechin bestuderen. Ook Kasparov blinkt daarin uit.

 

Pragmatici zijn systematisch, objecties en harde werkers. Euwe is een duidelijke pragmaticus, zeer objectief en systematisch. Euwe had een breed en systematisch openingsrepertoire. Zijn valkuil, volgens Krogius in ‘Psychology in Chess’, was dat hij de openingen speelde op basis van hoe goed hij ze vond en hoe diep hij geanalyseerd had (objectieve criteria) maar niet op basis van hoe lastig een bepaalde opening voor een specifieke tegenstander zou zijn (een subjectief criterium). Lasker zei al dat het er niet om gaat de beste zet te spelen, maar de zet die het lastigst is voor je tegenstander. Schaken is nu eenmaal een spel tussen twee spelers met verschillende persoonlijkheden.

Het boek ‘The Art of the Middlegame’ van Keres, ook een systematisch hardwerkende en objectieve Pragmaticus, en Kotov, is een voorbeeld van diepgravende analyses.

 

Kasparov is misschien wel de beste pragmaticus aller tijden. Hij heeft het pragmatisme op een hoger niveau getild. Hij is heel sterk in het doorrekenen van concrete, geforceerde varianten, zijn openingsvoorbereiding is voorbeeldig, hij heeft een uitstekend talent voor de directe koningsaanval en is gedurende zijn hele carrière bereid geweest om bij te leren.

 

Tot slot een partij die heel goed laat zien wat de karakteristieke sterke en de zwakke punten van de Pragmatici zijn.

Nog een keer samengevat: De Pragmatici zijn buitengewoon concreet, ze besluiten op basis van de feitelijk kenmerken van een stelling en rekenen heel precies. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan de openingstheorie en excelleren in scherpe varianten. Zij zijn heel gevaarlijke in de koningsaanval. De beste Pragmatici hebben dit gemeen: vroeg in hun carrière maken zij vorderingen door hun talenten voor scherp spel, goed rekenen en combinaties te gebruiken. Later leren zij nieuwe dingen bij en worden universeler.

Als je tegen een Pragmaticus moet spelen, vermijd dan scherpe varianten, zowel in de opening als later in het midden- en eindspel. Fouten in je berekeningen worden dan genadeloos afgestraft. Streef naar eenvoudige stellingen, waarbij gevoel voor positionele kenmerken gevraagd wordt. Ga voor technische en saaie stellingen. In dat soort stellingen willen Pragmatici nogal eens de weg kwijt raken of besteden ze veel tijd aan niet ter zake doende berekeningen van varianten.

 

Svidler – Anand, Corus, Wijk aan Zee 2004.

 

 

Pragmatici

 

Pluspunten

  • Concrete, op feiten en precieze berekening gebaseerde besluitvorming.
  • Sterke, precieze en gedetailleerde openingsvoorbereiding.
  • De openingstheorie wordt vaak door de pragmatici vooruit geholpen.
  • Ingewikkelde stellingen met precies rekenwerk, excelleren in scherpe varianten waarbij elke zet belangrijk is.
  • Goede aanvallers, vaak directe koningsaanval.
  • Buiten kleine verschillen uit en gaan snel tot de aanval over.
  • Weten hoe een aanval op te zetten.
  • Niet bang om vreemd uitziende zetten te doen als berekening heeft aangetoond dat het goed is. Pg 108
  • Dergelijke zetten zijn vaak verrassend en hebben een psychologisch effect op de tegenstander.
  • Accepteren materiaal als de compensatie voor de tegenstander niet direct duidelijk is.
  • Soms te materialistisch.
  • Herkennen en absorberen nieuwe concepten snel.
  • Bereidheid om te leren.
  • Schuiven van pragmatisch naar universeel.

 

Minpunten

  • Komen soms in saaie of eenvoudige stellingen terecht waar hun rekenvaardigheid er minder toe doet.

 

Spelen tegen een Pragmaticus

  • Vermijd scherpe varianten, zowel in de opening als in het middenspel.
  • Streef naar rustige stellingen waar het positiegevoel belangrijker is dan concreet rekenen.
  • In ‘saaie’ stellingen hebben pragmatici de neiging af te dwalen of veel tijd te verdoen aan het berekenen van niet ter zake doende varianten.

 

Spelers

  • Twee categorieën:
    • De grootste groep: maken gebruik van hun rekenkracht voor aanvallende doeleinden (Aljechin, Keres, Fischer, Kasparov).
    • Gebruik van rekenkracht voor verdedigende doeleinden (Korchnoi).
  • Lasker
  • Aljechin
  • Euwe
  • Spassky
  • Fischer
  • Kasparov
  • Korchnoi
  • Svidler

 

 

‘Doeners’.

 

De Theoretici

SITUATIE, STIJL EN STRATEGIE 3

De vorige keer zijn de ‘Beschouwende’ spelers aan bod gekomen. Deze keer zoomen we in op de ‘Theoretici’. De belangrijkste kenmerken van dit type speler zijn dat zij over de schaakstrategie nadenken en modellen en theorieën ontwikkelen die helpen beter inzicht in schaakstrategie te krijgen. Hun ideeën testen ze in de praktijk, houden er zo lang mogelijk aan vast tot het tegendeel bewezen is. Zij zijn belangrijk voor de ontwikkeling van het schaakdenken.

Een belangrijk deel van de hedendaagse gedachten over strategie zijn terug te voeren op de zogenaamde Klassieke spelers. In het bijzonder natuurlijk Steinitz, de eerste speler die geprobeerd heeft een samenhangend kader te schetsen. Niet alles wat hij heeft bedacht is correct gebleken maar zijn ideeën vormden wel het platform waarop verder kon worden geborduurd. Steinitz wordt dan ook niet ten onrechte de ‘vader van de schaakstrategie’ genoemd.

Steinitz was niet zo geïnteresseerd in snelle winst door een flitsende aanval. De aanvalskunst in zijn tijd was niet zo ontwikkeld als nu, de kunst van het verdedigen al helemaal niet. Aanvallen waren vaak niet helemaal correct, de verdedigers lieten zich vaak overrompelen. Dat heeft ons fraaie partijen opgeleverd, van bijvoorbeeld Morphy en niet te vergeten de ‘onsterfelijke partij’ van Anderssen tegen Kieseritzky, nog maar eens zonder commentaar bijgevoegd omdat het leuk blijft hem na te spelen.

Steinitz wees op het belang van blijvende positionele voordelen. Hij formuleerde het principe dat een aanval alleen kan slagen als het gebaseerd is op gezonde positionele kenmerken.

De eerste voorbeeldpartij is er een waarin Steinitz demonstreert hoe het loperpaar te gebruiken. Hij was de eerste die het belang ervan inzag. Dankzij hem weten we hoe we de strijd tussen loper en paard moeten voeren.

De tweede partij is ook van Steinitz waarin hij de kracht van het loperpaar demonstreert volgens de methode zoals Réti die zo mooi (zie de eerste partij) heeft beschreven.

In de derde partij zien we Leko aan het werk. Leko heeft een goed ontwikkeld gevoel voor de pionnenstructuur in het centrum en voor de zwakte van velden en pionnen. Hij lijkt op de Klassieken door zijn systematische en methodische uitbuiting van dergelijke zwaktes.

Samengevat:
De Theoretici zijn zeer sterk in stellingen waar de nadruk ligt op het systematische spelen met een positioneel kenmerk zoals het loperpaar, de pionnenstructuur in het centrum of zwaktes in het algemeen. Zij combineren hun talent voor systematisch en logisch denken met een vaak grondige kennis van de schaakgeschiedenis en de ontwikkeling van de schaakstrategie. Zij zijn doorgaans goed voorbereid in de opening, op basis waarvan ze gezonde stellingen krijgen die om systematisch, planmatig spel vragen.

Tegenstanders moeten proberen de logische lijn te doorbreken. Streef naar stellingen waar de logica niet duidelijk is. En naar stellingen waarbij concrete stellingskenmerken belangrijker zijn dan ideeën over wat ‘de juiste strategie’ in een stelling is. Dat betekent zoeken naar scherpe varianten waarbij nauwkeurigheid van groot belang is.

THEORETICI

Pluspunten
• Zijn goed op de hoogte van de schaakgeschiedenis en de ontwikkeling van schaakstrategie, baseren hun besluiten daarop.
• Baseren besluiten op logisch denken, partijen zijn vaak logisch en systematisch, met een duidelijke lijn.
• Goed begrip van algemene concepten en theoretische modellen.
• Willen langdurende theorieën ontwikkelen, in alle fasen van het spel.
• Goede openingskennis en -voorbereiding.
• Focus op een gezond openingsrepertoire, dat leidt tot gezonde stellingen.
• Het openingsrepertoire is solide, gebaseerd op een gedegen overall concept en zijn daarom steeds weer te gebruiken, gaan lang mee.
• Goed begrip van de pionnenstructuur in het centrum en hoe die de strategie bepaalt.
• Goed in het spelen in gesloten en halfgesloten stellingen (= planmatig, minder concreet).
• Hebben een voorkeur voor het loperpaar, kunnen er goed mee overweg.
• Sterk in stellingen waarbij de nadruk ligt op het benutten van positionele kenmerken, zoals loperpaar, structuur in het centrum, pionzwaktes.
• Blijvende positionele voordelen.
• Een aanval kan alleen slagen als hij gebaseerd is op positionele voordelen.
• Systematische werkers, vooral geïntroduceerd door Botwinnik.

Minpunten
• Kunnen soms rigide zijn, vasthouden aan eigen denkbeeld, plan.
• Dogmatisch denken.

Spelen tegen een Theoreticus:
• Doorbreek zijn logische gedachten.
• Streef naar stellingen die niet ‘logisch’ zijn.
• Baseer besluiten meer op concrete varianten dan op grondige kennis van wat ‘het juiste plan is in dit type stelling’. De theoreticus begrijpt daar meer van.
• Kies scherpe, maar geen dubieuze, openingen.

Spelers
• Steinitz
• Tarrasch
• Nimzovitch
• Botwinnik
• Kramnik
• Leko

‘Denkers’.