Een stuk gezelliger!


Categorieën
Vandaag :
♔ niets op de agenda

Een ballet-uitvoering tijdens een bondswedstrijd!!

In Schaakmagazine no. 3 van juni 2017 was op pagina 5 een herinnering te lezen bij de dood van Wim Andriessen geschreven door Paul van der Sterren.

Wim Andriessen was één der initiatiefnemers, zo niet de initiatiefnemer, voor het verschijnen van SCHAAKBULLETIN. Dit bulletin verscheen vanaf 1968 tot 1984 als maandblad. Er zijn totaal 197 nummers verschenen. Het blad was een welkome aanvulling van het officiële blad van de KNSB “Schakend Nederland”. Het bulletin heeft zeker een grote bijdrage geleverd aan de popularisering van het schaken.

In onze bibliotheek staat een aardig boekje over SCHAAKBULLETIN zijnde een bloemlezing uit 197 nummers SCHAAKBULLETIN en samengesteld door Alexander Münninghoff (A.M.).

De bloemlezing begint met een copie van het voorblad en de colofon van jaargang 1 nummer 1 van het SCHAAKBULLETIN.
Hierbij ging een déjà vu door me heen toen ik dat zag. Dat voorblad met een verkeerd gelegd schaakbord (rechts onder een zwart veld!). En volgens Alexander M. zag het eruit alsof het gedrukt was op gerecycled pleepapier (enigszins overdreven/CK).
Het deed me ook terugdenken aan 1968 op één van die clubavonden van de schaakclub Philidor Leiden die gehouden werden in het statige gebouw van de Vrijmetselaarsloge aan de Steenschuur in Leiden.
Tijdens mijn schaakpartij werd ik aangesproken door Henk van Maaren, een huisgenoot van me, en een mij minder bekend lid van de schaakclub die mij werd voorgesteld als Rag de Graaf. Mij werd door beide heren in overweging gegeven om me te abonneren op een nieuw schaakblad genaamd SCHAAKBULLETIN. Een jaarabonnement kostte slechts 10 Hollandse guldens voor 12 nummers. Te geef natuurlijk ook al was 10 gulden toendertijd meer waard dan 5 Euro nu.
In de gereproduceerde colofon zag ik nu dat R.A.G. de Graaff toendertijd medewerker was van SCHAAKBULLETIN (later werd hij hoogleraar Chemie aan de RU Leiden). Hij werd kortweg Rag genoemd op de club. Overigens heb ik direct mij aangemeld als abonnee van SCHAAKBULLETIN. Ik heb er geen spijt van gekregen.

Alexander M. schrijft in de bloemlezing dat hij dat nummer 1 kwijt was geraakt en dat hij het ergens moest lenen.
Dat kwijtraken verbaast me niets! Op 28 december 1961 speelde ik een schaakpartij tegen Alexander M. in het kader van een jeugdwedstrijd tussen Haagse HBS scholieren. Tot mijn verbazing verscheen hij aan het schaakbord, waarbij hij niet alleen zijn schaaknotatieboekje meebracht maar ook een 50 cm hoge stapel schaakboeken. Gedurende de partij kwamen er regelmatig deelnemers een praatje met hem maken over schaakonderwerpen. Hij was toen in Haagse kringen klaarblijkelijk al een autoriteit op schaakgebied en had ongetwijfeld thuis boekenkasten vol met schaakboeken en -tijdschriften, welke hoeveelheid die jaren daarna ongetwijfeld aangezwollen zal zijn. Zo’n dun exemplaar van nummer 1 van SCHAAKBULLETIN raak je dan snel kwijt in die hoeveelheid!
Overigens verloor ik mijn partij tegen hem, niet doordat we steeds gestoord werden want daar heb ik geen last van, maar wegens het goede spel van Alexander M.. Overigens won ik mijn groep met 5 bordpunten uit 7 wedstrijden.

Een verkeerd neergelegd schaakbord op de voorpagina: dat was een teken dat het blad zou gaan dwarsliggen tegen de gevestigde schaakorde. Maar ja, wat wil je ook in het revolutiejaar 1968.
Het blad groeide voorspoedig zeker toen schaker/schrijvers als Donner, Max Pam, Tim Krabbé, Jan Timman en anderen bekende schakers bijdragen leverden voor het blad.

Zo verscheen een bijdrage van Krabbé waarin hij Donner onder de loupe nam,  eindigend met 24 korte verliespartijen van Donner (periode 1950-1971).
Ook het artikel van Donner getiteld “Cuba”, waarin de partij Quinteros-Donner wordt geanalyseerd, is boeiend om te lezen. Gedurende de partij,  gespeeld op Cuba tijdens het Capablanca Herdenkingstoernooi, begaf  het electriciteitnet het. De partijen dienden later op de avond uitgespeeld te worden, maar het bleek dat de 24-jarige Quinteros voor die avond andere plannen had. Helaas konden die plannen dus geen doorgang vinden (zaken gaan voor het meisje) en wellicht mede daardoor verloor hij zijn gewonnen staande partij tegen Donner.

Het artikel van Donner “Ik beveel Jan Timman de strenge tucht aan” en het weerwoord van Jan Timman “Van enige kanten hoorde ik een verbaasde reactie en zelfs lichte kritiek” is komisch om te lezen. Timman speelde tegen Korchnoi in de opening Lf1-e2, vervolgens op de volgende zet Le2-d3. Ook rokeerde hij  15. 0-0 waarna hij met de koning op de 19e zet weer terugkeerde op e2!. Timman legt het allemaal uit.

Uiteraard trekt een artikel met de titel “Wollt ihr das totale Schach!” de aandacht. Een bijdrage van Donner over het behalen van het NL kampioenschap schaken door Korchnoi met maar liefst 3,5 bordpunt (!) voorsprong op zijn naaste concurrenten.

Om een idee te krijgen van de sfeer in die beginjaren van SCHAAKBULLETIN bekijkt men het televisie-verslag van de wedstrijd Donner-Ree NL kampioenschap schaken 1971, zie link Donner-Ree NK 1971

Maar hoe zit het nu met de ballet-uitvoering???

Uit mijn geheugen moet ik dit verhaal ophalen omdat dit verhaal niet in de bloemlezing staat en omdat ik mijn jaargangen SCHAAKBULLETIN begin 80-er jaren naar Noppes heb gebracht, allemaal netjes per jaargang met een touwtje gebundeld, teneinde me te bevrijden van mijn schaakverslaving.

Sommige leden hebben nog jaargangen SCHAAKBULLETIN liggen en wellicht kunnen zij het volgende verhaal opzoeken en controleren:

In SCHAAKBULLETIN werd verslag gedaan van een bondswedstrijd in de KNSB Meesterklasse waarbij het team van Philidor Leiden één der teams was.
Er werd vermeld dat in wedstrijden met dit team er telkens iets opmerkelijk gebeurde.
De wedstrijd begon en had een normaal verloop. Maar na ongeveer een uur, als de opening achter de rug was en de echte strijd begon, gebeurde het regelmatig dat twee spelers van het team van Philidor Leiden zich naast elkaar opstelden en zich vervolgens met sierlijke passen gezamenlijk voortbewogen met bijbehorende sierlijke bewegingen van armen en handen als werd er een ballet opgevoerd. Aan het eind van de rij borden keerden zij om en bewogen zich weer sierlijk terug. Gedurende dat ballet voerden zij een fluisterend gesprek. Maar dan werd het ballet onderbroken omdat één der spelers aan zet kwam en zetten de twee spelers zich weer achter hun borden. Maar zodra beide spelers weer niet aan zet waren herhaalde zich dit ballet.

Voorwaar een opmerkelijk verhaal, maar toen ik het toendertijd las wist ik direct waarover het ging: zo’n ballet van de twee spelers heb ik regelmatig kunnen aanschouwen op de clubavonden van Philidor Leiden. Maar je kan je voorstellen dat mensen die dit niet eerder gezien hadden vreemd opkeken!
Achteraf gezien moet dat ballet van de heren m.i. gezien worden om de stress van de wedstrijd te verlichten. En beweging is zeker een goede therapie om stress en spanning kwijt te raken, ook al doe je het tijdens een schaakwedstrijd.

Het waren ook andere tijden waarin het FIDE reglement ook beknopter was dan heden ten dage. Zo bleek uit het artikel wel enigszins dat de schrijver zich ergerde over het gefluister van de dansers want dat zou overleg over de schaakpositie geweest kunnen zijn. En het verschijnen met 50 cm schaakboeken bij een schaakpartij is bijna equivalent met het heden ten dage verschijnen aan het schaakbord met een smart phone met een afbeelding van een schaakstelling op de display. Maar toendertijd kon dat toch allemaal op basis van goed vertrouwen.
Heden ten dage is het vervelend als je tegenstanders met piepende smart phones hebt die zich soms ook nog eens na zo’n piepje snel met de smart phone naar de gang schijnen te moeten begeven.
Maar dit soort problematiek komt in SCHAAKBULLETIN geheel niet aan de orde omdat de jaren waarin het verscheen geheel lagen vóór het digitale tijdperk.

Ten overvloede zij vermeld dat SCHAAKBULLETIN in 1984 een opvolging gevonden heeft in NEW IN CHESS.

 

Delen
  •  
  •  
  •