Een stuk gezelliger!


Categorieën
Vandaag :
♔ niets op de agenda

Nabeschouwing NHSB competitie 2018/19 team Purmerend N1

.

NHSB Klasse 2B eindstand

INLEIDING
Voor Purmerend N1 zit de bondscompetitie er op.
Helaas is het team als laatste in de NHSB Klasse 2B geëindigd en het team zal dus degraderen naar NHSB Klasse 3 en zich voegen bij de andere drie Purmerendse teams.
In deze publicatie worden een aantal aspecten behandeld die enig inzicht hopen te verschaffen over de prestaties van het team.

DEGRADATIE
In het verslag van de wedstrijd van het team tegen Castricum, het laatste wedstrijdverslag van dit seizoen, laten enkele spelers zich relativerend uit over de degradatie.
Het lijkt erop dat die spelers geaccepteerd hebben dat we degraderen en dat ze er niet wakker van zullen liggen. Dit lijkt me positief: de spelers kunnen hun verrichtingen relativeren. De wereld vergaat niet.

Schrijver dezes (tevens teamleider} kijkt ook positief tegen de situatie aan: in alle wedstrijden zijn interessante partijen gespeeld. Er is geen wedstrijd geweest waarin we weggevaagd werden. Steeds hebben we goed tegenspel geleverd en partijen duurden dikwijls tot in de late uurtjes als de bedenktijd aan beide zijden bijna was opgebruikt. Met wat meer assistentie van Vrouwe Fortuna was het kwartje onze kant uitgevallen en hadden we enkele matchpunten meer binnengehaald.

Overigens is de voorganger van Purmerend N1, Purmerend 3, een keer eerder gedegradeerd, nl. in seizoen 2013/2014, maar toen betrof het een degradatie vanuit Klasse 1B.
In andere seizoenen was het resultaat in Klasse 2: 2014/15 2e, 2015/16 5e, 2016/17 3e en 2017/18 3e plaats van 8 teams. Dit toont wel dat Purmerend 3/Purmerend N1 capaciteit heeft om altijd volop  mee te draaien in de bovenste helft van Klasse 2.

EEN OPMERKELIJKE EINDSTAND
Zoals bekend geeft de NHSB aan wat de gemiddelde Elo-rating is van de vaste spelers. Die rating geeft een indicatie van de sterkte, en dus van de kansen, van de teams.
De vier teams met de hoogste gemiddelde rating zijn achtereenvolgens De Waagtoren (1814), De Pion (1762), Aris de Heer (1748) en Purmerend (1745).
Ongetwijfeld hebben die vier teams bij de start van de competitie overwogen dat zij kanshebber zouden zijn voor de eerste plaats en dat zij vrijwel zeker in de bovenste middenmoot zouden eindigen.
Welnu: die vier teams zijn in de genoemde volgorde geëindigd op de plaatsen 5, 6, 7 en 8!!

De vier zogenaamd zwakkere teams waren Volendam (1740), Castricum (1711), ZSC Saende (1703) en Het Witte Paard (1648).
Die teams hebben ongetwijfeld bij de start van de competitie overwogen dat zij degradatie-kandidaat zouden kunnen worden en dat zij blij zouden moeten zijn om in de middenmoot te eindigen.
Welnu: die vier teams zijn in de genoemde volgorde geëindigd op de plaatsen 1, 2, 3 en 4,  dus boven de zogenaamd vier sterkere teams!!!

Kijk bijvoorbeeld eens naar Het Witte Paard, het “zwakste” team, en De Waagtoren, het “sterkste”team. Weliswaar heeft Waagtoren Het Witte Paard verslagen maar het was een nipte overwinning 4,5-3,5, maar Het Witte Paard eindigde toch als vierde, boven De Waagtoren, omdat het toch in staat bleek om meer bordpunten (27,5 tegen 26) te verzamelen.

Overigens blijkt uit een vergelijking van de vier klasse 2A t/m 2D dat het bordpunten verschil tussen de eerste en laatste plaats in onze Klasse 2B slechts 10 bordpunten bedroeg, aanmerkelijk minder als in de andere drie Klassen (respectievelijk 22,5 , 10, 19,5 en 16 bordpunten) . Per ronde (7 ronden) was het verschil tussen de eerste en laatste plaats dus slecht 1,4 bordpunt.
Dus Klasse 2B was wel een compacte klasse. Dat betekent ook dat het dan van belang is om in iedere partij te knokken om het volle punt binnen te halen. Een punt verschil kan een groot effect hebben op de ranglijst.

DE TEAMLEDEN
Dit jaar misten we in het team Rik Slaman die, wegens verhuizing richting Enkhuizen, nu uitkomt voor Groene Zes-Schaaklust. Hij bracht vorig jaar veel punten binnen en was tevens een stimulans voor de andere teamleden om zijn vrolijke karakter.
Ook moesten we Paul Meijer missen die vorige seizoenen rustig werkend aan bord 7 of 8 steeds een goede score behaalde. Hij maakte gebruik van de mogelijkheid om voortaan zaterdag te spelen in een team uitkomend in de KNSB competitie.
De jeugdleden  Vladimir en Romayn presteerden goed en brachten samen 6,5 bordpunten binnen. Beide spelers zullen nog verder groeien in speelsterkte zodat ze een belofte voor het volgende seizoen vormen. Hopelijk dat ze niet te snel in speelsterkte groeien want anders zoeken ze wellicht uitsluitend hun heil in de uitdagender KNSB competitie.
Gelukkig was Rob van Someren bereid om steeds weer (6 keer) in te vallen waarvoor onze grote dank. Met zijn 3,5 uit 6 (58%) kunnen we tevreden zijn. Tesamen met schrijver dezes (5,5 uit 7, 78%) en Vladimir (4 uit 7 57%) brachten wij drieën 13 bordpunten binnen, dat is meer dan de helft (54%) van het totaal aantal bordpunten dat ons team behaalde.
Wim Dekker was op papier de minst sterke speler van het team maar toch behaalde hij een score van 50%, 2,5 uit 5, waaronder het halve bordpunt dat ons de overwinning bracht op kampioen-kandidaat Castricum. Mij komt voor dat zijn inzet altijd is om op winst te spelen en dat brengt wel resultaten.

ELK HALF BORDPUNT KAN BESLISSEND ZIJN
Vóór de laatste ronde bleek dat Volendam en Castricum gelijk stonden. Beide hadden 10 matchpunten en 29,5 bordpunt. Daarom zou in de laatste ronde de beslissing vallen op basis van het aantal bordpunten dat beide teams zouden halen. Een half bordpunt meer kon eventueel gaan beslissen over de einduitslag.

Een les die we hieruit kunnen leren voor het volgende seizoen is dat ons team (en elk team) vanaf de eerste tot de laatste wedstrijd in iedere partij op winst moet spelen. Wellicht hebben we in deze competitie te veel partijen te vroeg remise gegeven zonder dat geprobeerd is het onderste uit de kan te halen. De mentaliteit moet zijn zoals Emil Diemer zijn boek getiteld heeft: Vom erster Zug an auf Matt!!
Wellicht dat een oekaze gewenst is die vaste team-spelers dienen te onderschrijven  en waarin geregeld is dat geen remise mag worden aangeboden noch geaccepteerd, noch een partij mag worden opgegeven zonder overleg met de teamleider. Daartoe zou het gewenst zijn dat ieder team een non-playing captain heeft die te allen tijden de partijen volgt en direct adequaat kan reageren op signalen van zijn teamleden.

HET SEIZOEN 2019/2020
Op papier zullen we zeker een goede kans hebben om volgend seizoen als eerste te eindigen zodat Purmerend N1 weer terugkeert naar de 2e klasse NHSB. Maar dat zal zeker niet zonder slag of stoot gaan, zeker niet als we bijvoorbeeld in een groep komen met Aris de Heer of andere gelijkwaardige teams.
Het blijkt dat de sterkste vaste spelers in de teams in Klasse 3 een gemiddelde Elo-rating van 1770 hebben; de zwakste vaste spelers hebben een gemiddelde rating van 1270. Voor ons team geldt nu een Elo rating van respectievelijk 1841 en 1638. Onze kansen in de volgende competitie zullen dus met name bij de lagere borden liggen.

ARTIKEL 20 VAN HET NHSB COMPETITIEREGLEMENT
Art. 20 is onduidelijk.
Alvorens de competitie 2019/2010 begint lijkt het zinvol om dit artikel te verduidelijken.

Gedurende de competitie werd ik, tot vervelens toe, aangeraden om, ten einde een naderende degradatie te ontlopen, onze azen (dus de clubleden met hoge Elo-ratings, zeg maar spelers uit Purmerend K1) op te stellen.
Het gerucht gaat dat dat was toegestaan op basis van afspraken gemaakt tijdens de Algemene Ledenvergadering van de NHSB dd. 23 mei 2018. Die notulen lezende lijkt het of het gezelschap de Babylonische spraakverwarring beoefende. Goed lezend lijkt het erop dat er gediscussieerd is over de voorwaarden voor het toelaten van invallers in de teams, maar duidelijke conclusies en/of beslissingen werden niet verwoord in het verslag.

Het viel me op dat Aris de Heer, bij monde van Eddy Saraber in zijn verslag van de wedstrijd Aris de Heer-Purmerend, vreesde dat wij, gezien de nakende degradatie, in plaats van het team dat hen in het verleden had afgedroogd, een nog veel sterker team hadden gezonden. Dus klaarblijkelijk zag men dat hier en daar als een legale mogelijkheid.
Bij bestudering van de detail uitslagen kan men zien dat er een aantal wedstrijden zijn gespeeld waarbij de invaller meer als 80 Elo-punten sterker was dan de sterkste opgegeven speler. Maar klaarblijkelijk nam men geen initiatief om een protest bij de competitieleider in te dienen.

Helaas is zo’n situatie niet voorgekomen in een wedstrijd van Purmerend N1. Dan had ik graag een protest artikel 17.2 bij de competitieleider ingediend.
Mijn argumentatie zou dan zijn:
De grondgedachte van het reglement als geheel is om gelijkwaardige teams tegen elkaar te laten uitkomen.
Indien er invallers nodig zijn dienen die ongeveer gelijkwaardig te zijn aan de voor het team opgegeven spelers.
In art. 20  wordt een richtlijn aangegeven die luidt dat de rating van de invaller niet meer dan 80 punten  hoger mag zijn dan de rating van de sterkste opgegeven speler.
Zo’n protest en de behandeling daarvan, eventueel tot in beroep, zou dan in ieder geval de problematiek helder stellen en wellicht leiden tot een aanpassing van het reglement.

Een probleem hier is namelijk dat niet is aangegeven of de Richtlijn (nota bene cursief gedrukt in het reglement hetgeen verwarrend is) bindend is of  dat de richtlijn alleen een indicatie is waarvan in voorkomende gevallen afgeweken kan worden.
Het verdiend aanbeveling dat de ALV van de NHSB hier duidelijkheid schept door de Richtlijn bindend te maken, zodat teamleiders niet meer worden lastig gevallen om de opgegeven spelers thuis te laten en, door met de grote kanonnen te komen opdagen, concurrerende teams van een verdiend kampioenschap af te houden of onverdiend naar degradatie te drukken.

Zoals Aart Strik heeft aangegeven in de ALV is er geen enkel probleem dat sterke spelers (meesters of grootmeesters) in een regionaal team meespelen mits zij bij aanvang van de competitie voor dat team, en dat zal dan in het algemeen N1 team te zijn, worden opgegeven. (Geef ze op, dan passen ze in het reglement).

Alle gegoochel met getallen is aardig en geeft enig inzicht achteraf.
Maar volgend seizoen begint iedereen met een schone lei en moeten de punten nog binnengehaald worden. 

De moraal van het verhaal: volgend jaar moet het devies voor de teams te allen tijde zijn “Vom erster Zug an auf Matt!!”

.

Delen
  • 6
  •  
  •