Een stuk gezelliger!


Categorieën
Vandaag :
♔ niets op de agenda

Situatie, stijl en strategie

Situatie

Dit seizoen wil ik het hebben over strategie. Niet op de gebruikelijke manier zoals welk plan te volgen, gebaseerd op de kenmerken van een stelling. Dat heb ik in het verleden al meerdere keren gedaan.

Dit keer zal het gaan over hoe modellen uit de organisatietheorie, toegepast op het schaken, ons behulpzaam kunnen zijn bij het kiezen van de beste strategie.

Als je schakers vraagt de term ‘schaakstrategie’ te definiëren zal het woord ‘plan’ vaak voorkomen. Het is dan noodzakelijk vragen als ‘wat is de inhoud van het plan?’, ‘voor welke termijn geldt het?’ en ‘wat zijn alternatieve plannen, op welke criteria is het gebaseerd?’ te beantwoorden.

Doorgaans wordt alleen gekeken naar de stelling op het bord en worden de materiaalverhouding, de positionele kenmerken en wie het initiatief heeft bekeken.

Een minstens even belangrijk  criterium bij het maken van strategische beslissingen is de menselijke factor, de eigen speelstijl en die van de tegenstander. En de omstandigheden waarin de partij wordt gespeeld (welke situatie: wie is de tegenstander, wat is het speeltempo en dergelijke) bepalen de te kiezen strategie. Op situatie en de menselijke factor zal ik dit seizoen dieper ingaan.

De elementen die van belang zijn voor het bepalen van de strategie zijn in de loop der jaren veranderd. Het begint bij Steinitz, zijn theorie wordt bekritiseerd, bediscussieerd en geherformuleerd. De klassieke spelers zoals Steinitz en Tarrasch hadden andere opvattingen over het centrum dan de hypermodernen zoals Nimzovitsch en Réti. Ook Lasker had zijn opvattingen. In een eerdere training (2011) vatte ik ze samen:

De elementen van Steinitz

  1. Permanente voordelen
    • Materieel voordeel.
    • De tegenstander heeft een verzwakte koningsstelling.
    • Vrijpion(nen).
    • De tegenstander heeft een of meerdere zwakke pionnen.
    • De tegenstander heeft een of meerdere zwakke velden (of kleurcomplex).
    • Groepjesregel: de tegenstander heeft meer pionnengroepjes.
    • Sterk pionnencentrum.
    • Loperpaar, vooral in een open stelling.
    • Controle over een lijn.
    • Controle over een diagonaal.
    • Controle over een rij.
  2. Tijdelijke voordelen
    • Een of meerdere slecht opgestelde stukken van de tegenstander.
    • Gebrek aan samenwerking tussen de stukken van de tegenstander.
    • Voorsprong in ontwikkeling.
    • Gecentraliseerde stukken die druk op het centrum uitoefenen.
    • Ruimte voordeel.

De regels van Lasker

  1. Alleen de aanvaller wint.
  2. Alleen de speler met de betere stelling kan aanvallen.
  3. De speler met voordeel kan niet alleen aanvallen, maar moet dat doen om niet het risico te lopen het voordeel te verliezen.
  4. De verdediger moet er op voorbereid zijn te verdedigen en concessies te doen.
  5. In het schaken kan op twee manieren worden aangevallen: combinatoir of strategisch.
  6. De aanval moet gericht zijn tegen het zwakste punt van de tegenstander.

De elementen van de schaakstrategie volgens Nimzowitsch

  1. Het centrum.
  2. Spel over open lijnen.
  3. Spel over de 7e en 8e
  4. Vrijpion
  5. Penning
  6. Aftrekschaak
  7. Afruil
  8. Pionnenstructuur

Opvallend is dat het element ‘tijd’ geheel ontbreekt. Dat wordt pas later als een belangrijk, misschien wel het belangrijkste, onderdeel van de schaakstrategie erkend. Tegenwoordig is men het er wel over eens dat de belangrijkste elementen zijn:

  1. Materiaal
  2. Initiatief
  3. Positionele factoren

Met daarbinnen natuurlijk nog een aantal sub elementen. Maar zij houden geen rekening met wie de partij speelt. Of met de omstandigheid waarin de partij gespeeld moet worden. Daarom is het belangrijk twee elementen toe te voegen.

  1. De menselijke factor
  2. De omgevingsfactor

In schema:

Situatie

Speeltempo

Team of individueel

Stand op de ranglijst

Achtergrond tegenstander

Tijdsdruk

Materiaal

Materiaal in absolute zin

Afruil

Stelling na dameruil

Menselijke factor

Eigen stijl

Stijl van de tegenstander

Positionele factoren

Ruimte

Pionnenstructuur

Controle over cruciale velden en lijnen

Controle over het centrum

Initiatief

Materiaal in relatieve zin

Snelheid om in te zetten

Coördinatie van de stukken

Positie van de koning

 

Deze eerste keer ga ik in op de situatie, de andere keren op de menselijke factoren, in het bijzonder de speelstijl. Als voorbeeld twee partijen uit de Kandidatenmatch tussen Ivanchuk en Yusupov uit 1991. De eerste partij is de rapidpartij die gespeeld werd nadat Yusupov in de laatste partij van de reguliere tweekamp de stand had gelijkgetrokken. Hij gaat er hard tegenaan, onder het motto: ‘initiatief boven alles’.

 

Het tweede voorbeeld is de 8e partij uit de tweekamp waarmee hij de stand op 4-4 brengt.

Delen
  • 1
  •  
  •