Een stuk gezelliger!


Categorieën
Vandaag :
♔ niets op de agenda

Terugblik, de oplossingen

Alleen Kees Kerkdijk heeft een oplossing ingestuurd. Petje af, na een enkele aanwijzing had hij uiteindelijk alles goed.
Mijn duik in de boekenkast was goed voor een keus van drie uit deze zeven boeken:

  1. Sadler, Matthew & Regan, Natasha – Game Changer Alpha Zero (2019)
  2. Bricard, Emmanuel – Strategic Chess Exercises (2018)
  3. Dvoretsky, Mark – Recognizing Your Opponent’s Resources (2015)
  4. McDonald, Neil – Chess The Art of Logical Thinking (2004)
  5. Rowson, Jonathan – The Moves That Matter (2019)
  6. Timman, Jan – Schakers (2012)
  7. Dvoretsky, Mark – Tragicomedy in the Endgame (2013)
Kees heeft de eerste drie heeft gekozen. Wees daarom gewaarschuwd: zijn toegenomen strategisch inzicht, weten hoe AlphaZero ‘denkt’ en kennis van de tegenstander zal hem een nog geduchter tegenstander maken.
Dan nu de oplossingen. Om te beginnen die van de eerste twee probleempjes:
  • De vergelijking 26 – 63 = 1 kan door één cijfer te verplaatsen kloppend gemaakt worden. Verplaats de 6 in 26 iets naar boven, zodat het 2 tot de zesde macht wordt, oftewel 26 (2 x 2 x 2 x 2 x 2 x 2=64) – 63 = 1.
  • De blinde man kan zich gewoon verstaanbaar maken in het Nederlands en zegt dat hij een schaar wil kopen. Al moet ik bekennen dat ik bij eerste lezing ook knipbewegingen met mijn vingers heb zitten maken…

De schaakproblemen:
In de laatste zin van het artikel ‘Terugblik’ schrijf ik dat ik een tweede hint geef. Nergens staat echter aangegeven wat de eerste is. Dat is de titel van het artikel: terugblik. De tweede hint is dat ik in de laatste zin schrijf dat ik ‘terugdacht’ aan de oplossingen.
Het thema van de schaakproblemen is dan ook dat er gekeken moet worden naar wat de laatste zet van zwart geweest zou kunnen zijn. In het jargon van de componisten van schaakproblemen heet dat de retrograde analyse, zie bijv https://nl.wikipedia.org/wiki/Retrogradeprobleem. Een link waar de terminologie uitgebreid wordt beschreven is https://nl.wikipedia.org/wiki/Probleemschaak.

Diagram 1.
De laatste zet van zwart kan alleen maar …, b7-b5 geweest zijn. De pion op a7 heeft niet gezet, de zwarte koning kan niet van b6 komen. De zwarte koning kan ook niet van b7 komen omdat zwart dan schaak zou hebben gestaan. Er is geen veld waar de c-pion vandaan heeft kunnen komen. De zet …, b6-b5 kan ook niet omdat wit dan schaak zou hebben gestaan. Enige mogelijkheid is dus …, b7-b5 en na en passant slaan is Txa7 mat.
In de oplossing in het boek staat dat de witte c-pion nergens vandaan zou hebben kunnen komen. Daar heb ik nog even op zitten puzzelen. Er zou d5xc6+ gespeeld kunnen zijn als de witte pion eerst op d5 stond in plaats van op c6. Dan zou de zwarte koning op b7 moeten staan en een zwarte pion op c7. Als zwart dan …, c7-c6 speelt ontstaat na dxc6+, Ka6 de diagramstelling. Maar dat is natuurlijk onzin, het gaat hier niet om een helpmat. De vraag is waarom zwart …, c7-c6 speelt ipv …, Kxa8, idem na d5xc6+. Maar zelfs in het geval dat zwart het ongelooflijke …, Ka6 zou spelen is het geen mat in 2 na c6-c7 en …, b5-b4. Ergo: zwart kan inderdaad niet anders gespeeld hebben dan …, b7-b5.

Diagram 2.
De vraag hier is of zwart nog mag rokeren. Omdat de twee pionnen nog op de uitgangspositie staan moet zwart hetzij met de toren, hetzij met de koning gezet hebben en mag dus niet meer rokeren. De oplossing is 1. Da1 waarna, na welke zet van zwart dan ook, mede dankzij de pion op c7, wit steeds mat kan geven.

Diagram 3.
Hier speelt iets dergelijks. Omdat de pionnen nog op de oorspronkelijke velden staan kan het niet anders dan dat zwart na een zet van Ta8 nog kort kan rokeren, na een zet van Th8 nog lang kan rokeren of in het geheel niet meer mag rokeren als de zwarte koning bezet heeft.
Voor elke mogelijkheid is een mat in twee:

  • als Ta8 gespeeld heeft is Dg7 mat op de volgende zet;
  • als Th8 gezet heeft is Dxc7 mat op de volgende zet;
  • als de koning van zijn plaats is geweest is zowel Dxc7 als Dg7 goed.

Diagram 4.
Hier moet gekeken worden wat zwart gespeeld zou kunnen hebben.

  • de koning is van f7 of f8 naar e8 gegaan: zwart mag niet meer rokeren;
  • de toren heeft gezet: rokeren kan niet meer;
  • de g-pion is opgespeeld en kan alleen maar van g7 gekomen zijn omdat wit anders schaak zou hebben gestaan.

Dan is het niet moeilijk meer. In de twee eerste gevallen geeft wit na 1. Ke6 op de volgende zet met Td8 mat. Als zwart …, g7-g5 gespeeld heeft zou zwart nog mogen rokeren. Dan is de oplossing: 1. h5xg6 e.p., 0-0; 2. h6-h7 mat.

 

Bron:

Wolfe, David & Rodgers, Tom (ed)

Puzzlers’ Tribute
A Feast For The Mind

Uitg.: A.K. Peters, ltd (2002)

 

Toegift:

Een paar dagen geleden zag ik de Holiday Quiz van Chessable. Waar ik een poos op heb zitten turen is onderstaande simpele stelling.
De opdracht is dat wit op de tweede zet mat geeft. Lijkt eenvoudig, maar kostte me de nodige hoofdbrekens.

Delen
  •  
  •  
  •