Een stuk gezelliger!


Categorieën
Vandaag :
♔ niets op de agenda

De drie verschijningsvormen van een stuk

Dit seizoen ga ik in op de stukken, de samenhang en hun relatieve waarde.

Jan Markos in zijn boek ‘Under the Surface’, mijn voornaamste bron voor dit seizoen, heeft een ongebruikelijke, grappige en leerzame manier van kijken naar de stukken. Hij gebruikt aanstekelijke metaforen om zijn argumenten kracht bij te zetten. Van veel van zijn teksten zal ik dan ook dankbaar gebruiken.

Het is tijdens de partij nuttig om je van tijd tot tijd de vraag te stellen of je stukken wel goed staan. En als ze niet goed staan, wat zijn dan de betere velden? Sterkere spelers beantwoorden deze vragen vrijwel onbewust. Een reden temeer om te proberen eerst bewust meer grip te krijgen.

Welke criteria gebruiken we om te beoordelen of een stuk goed staat? Beginners houden volgens Markos doorgaans maar met één aspect rekening, de activiteit: hoe actief staat het stuk, valt het iets aan en controleert het veel velden? Of: hoe is het te gebruiken?

Naast het kijken naar de activiteit zijn er nog twee manieren om naar het stuk te kijken:
1. Het stuk kan niet alleen iets dreigen maar kan ook bedreigd worden, kwetsbaar zijn.
2. Daarnaast kan het stuk hinderlijk zijn door bijvoorbeeld op een veld te staan dat beter door een anders stuk bezet kan worden, een sta-in-de-weg zijn.

Elk stuk op het bord moet daarom vanuit drie perspectieven bekeken worden:
1. Als een actief gebruiksvoorwerp dat we kunnen gebruiken om ons doel te bereiken.
2. Als een kwetsbaar en waardevol wezen dat steeds onze zorg en aandacht nodig heeft.
3. Als een ‘dood stuk hout’ dat anderen in de weg staat.

Elke pion en elk stuk op het bord heeft deze drie kenmerken, maar tijdens een partij niet steeds in dezelfde mate. De koning bijvoorbeeld beschouwen we als een kwetsbaar stuk. In het eindspel echter heeft de koning een actieve rol, in de rokadestelling dekt het drie pionnen.
Pionnen beschouwen we gewoonlijk als ‘stukken hout’ die het skelet van een stelling vormen. In een gesloten stelling kost het veel moeite om de stukken voorbij de pionnen te krijgen. Omdat pionnen weinig mobiel zijn zijn het vaak aanvalsobjecten en zijn ze verbonden met verdedigende stukken. Maar wanneer een vrijpion gaat lopen is het een machtig wapen dat de uitkomst van de partij kan bepalen.

Laten we nader ingaan op de drie verschijningsvormen van een stuk.

1. Een actief gebruiksvoorwerp
Een stuk wordt gebruikt om een doel te bereiken. De directe waarde doet er niet toe, een hoger doel wordt bereikt.

Twee voorbeelden:
Levan Pantsulaia – Judith Polgar
Fragment na de 13e zet van wit:
In een eerder stadium heeft Judith Polgar een kwaliteit geofferd. Het lijkt erop alsof zwart daarvoor niet voldoende compensatie heeft. Op de volgende zet zal wit de koning in veiligheid brengen. Als tegenwicht heeft zwart een pion en het loperpaar. De vraag is of dat genoeg is. Polgar houdt zich niet met deze vraag bezig en speelde het sterke 13. …, Pd3+. De loper die op d3 komt deelt de witte stelling in twee stukken en de witte koning blijft in het midden gevangen.

Sergei Movsesian – Veselin Topalov
Het tweede voorbeeld is ingewikkelder.
Fragment na de 26e zet van zwart:

Wat is de stellingsbeoordeling? Eerder in de partij offerde Topalov een kwaliteit op c3 en kreeg voldoende compensatie. De witte pionnenstructuur op de damevleugel is verbrokkeld, de loper op g3 doet niet mee en zwart heeft het loperpaar. Als hij …, Lc4 zou kunnen spelen gaat ook …, Pxe4 dreigen omdat f2-f3 de koningsstelling ernstig zou verzwakken. Wat is het kwetsbare punt in de zwarte stelling? Wit heeft druk op pion d6 en gaat die druk versterken. Wit brengt het paard van het veilige veld b3 naar veld b7 waar het door vijandelijke stukken wordt omringd. Maar het paard is niet kwetsbaar maar juist een nuttig gebruiksvoorwerp met een actieve rol.
Vanwege de dreiging …, Lc4 moet Movsesian dus snel zijn.
Eerst offert hij het nuttige gebruiksvoorwerp pion c4. Voor de prijs van een luttele dubbelpion kan hij paard b3 activeren. Met wat hulp van zijn tegenstander toont hij aan dat de zwarte koning niet zo veilig staat als het lijkt.

 

2. Een kwetsbaar wezen
De koning beschouwen we als het meest kwetsbare stuk. Het risico dat de koning in het middenspel wordt gevangen telt zwaarder dan wanneer de koning in het eindspel actief aan de strijd deelneemt. Maar niet alleen de koning is een kwetsbaar stuk, alle stukken zijn het. Het verlies van elk van hen kan pijn doen. Ze hebben allemaal adequate bescherming nodig.
Markos gebruikt de volgende metafoor: Als we jong zijn beschouwen we ons lichaam als een gewillig instrument om te doen wat we willen en om er plezier aan te beleven. Het lichaam van een jongere heeft als het goed is geen pijntjes en wordt de noodzaak om er goed voor te zorgen niet gevoeld. Maar door pijn leren we allemaal vroeger of later dat het lichaam kwetsbaar is, ons lot hangt ervan af. We leren ervan dat het noodzakelijk is goed voor ons lichaam te zorgen.
Voor de stukken op het schaakbord geldt hetzelfde, we moeten de stukken beschouwen als levende wezens. Rowson zegt half serieus, half grappend, dat we met onze stukken moeten praten.
Als je met al je stukken ‘praat’, ze allemaal individuele aandacht geeft, helpt het antipositionele zetten te vermijden. Je gaat niet aanvallen voordat je ontwikkeld bent omdat je ‘hoort’ dat je niet ontwikkelde torens ook mee willen doen. Je zet je paard niet buitenspel omdat je zijn stil protest niet kunt ontkennen.

Twee voorbeelden:
Jan Markos – Vladimir Tukmakov
Zelfs de sterkste spelers kunnen fouten maken als ze niet genoeg voor hun stukken zorgen.
Fragment na de 19e zet van wit:

 

We kunnen op vier manieren gebruik maken van een kwetsbaar stuk van de tegenstander.
1. We kunnen het slaan, dan staan we een stuk voor.
2. We kunnen tempi winnen door het aan te vallen.
3. Als we een stuk aanvallen moet de tegenstander daar zijn aandacht op richten en kan hij minder bezig zijn met de rest van het strijdtoneel.
4. De vierde is misschien wel de meest interessante: stukken die een zwakte verdedigen hebben de neiging zelf zwak te worden.

Anatoly Karpov – Lajos Portisch
Het volgende voorbeeld laat goed zien hoe de kwetsbaarheid van meerdere stukken de uitkomst van een partij kan bepalen.
Fragment na de 14e zet van wit:
Stellingsbeoordeling:
* De zwarte stukken staan niet minder actief dan de witte.
* De dame op e5 controleert veel velden.
* Het paard is ontwikkeld in het centrum.
* De lopers lijken ok.

Wit kan echter voordeel krijgen. Wat zijn de problemen van de zwarte stelling?
Het grootste probleem is dat de stukken gemakkelijk aangevallen kunnen worden.
* De dame kan worden verjaagd door pion c3.
* Het paard op c6 dekt de loper op e7 en het belangrijke veld e5 maar het paard kan worden aangevallen door de pion op d4.
* De loper op e7 heeft dekking nodig.
* De loper op f5 kan worden aangevallen.
* De pionnen op b7 en c7 zijn potentiële aanvalsdoelen.
Karpov maakt uitstekend gebruik van de kwetsbaarheid van de zwarte stukken.

 

3. Een stuk hout
De derde verschijningsvorm van een stuk is die van een ‘dood stuk hout’. In die hoedanigheid staat het alleen maar in de weg.
De ‘dode stukken hout’ zijn meestal pionnen omdat ze het minst beweeglijk zijn. Daarom worden ze vaak geofferd. Maar in het volgende voorbeeld wil wit een pion uit de weg hebben maar offert daarvoor een ander stuk.

Voorbeeld:
Nikola Mitkov – Sergey Rublevsky
Fragment na de 14e zet van zwart:
De zwarte loper van de zwarte velden staat, gedekt door pion d6, op het actieve veld c5. Het nadeel is echter dat zwart een verdediger op de koningsvleugel mist. Omdat de loper op c5 van de zwarte velden is, zijn de zwarte velden in de buurt van de zwarte koningsstelling daarom iets verzwakt. Daarom wordt de aanval gericht op de velden f6 en g7.
Maar hoe? Daartoe moet de g-lijn geopend worden. De opmars van de g-pion alleen is niet voldoende, de pionnenstelling voor de koning is niet verzwakt. Mitkov vindt een elegante oplossing.

 

Voor de volledigheid de complete partijen:

Delen
  •  
  •  
  •