Een stuk gezelliger!


Categorieën
Vandaag :
♔ niets op de agenda

De Pragmatici

Situatie, stijl en strategie                                                                                4

 

Na de ‘Beschouwers’ en de ‘Theoretici’ zijn nu de ‘Pragmatici’ aan de beurt. Veel wereldkampioenen zijn in deze categorie onder te brengen.

Een pragmaticus is iemand die kijkt naar de praktische bruikbaarheid, gegeven de omstandigheden. Dat betekent dat de Pragmatici niet perse de beste theoretische denkers zijn, maar wel degenen zijn die kijken hoe de kennis het best te gebruiken is. De dimensies waarop de Pragmaticus sterk scoort zijn logisch denken en concreet, het concreet rekenen op basis van de kenmerken van de stelling. Het zijn doeners, net als de ‘Activisten’.

Pragmatici besluiten op basis van een concrete inschatting van de feitelijkheden van een stelling. Dat betekent dat ze er niet voor terugdeinzen om zetten te doen die er ‘raar’ uitzien als ze er op basis van de kenmerken van de stelling en hun doorrekening van overtuigd zijn dat het de juiste zet is. Korchnoi is bij uitstek zo’n speler, hij speelt zelden dogmatische zetten. Dat zien we in de eerste voorbeeldpartij.

 

Korchnoi – Polugaevsy, kampioenschap USSR, Leningrad 1963.

Het lijdt geen twijfel dat denkers en doeners veel van elkaar kunnen leren. Vooral de Pragmatici zijn heel goed in staat de denkbeelden van de Theoretici tot zich te nemen. Zo zou een match tussen de Theoreticus Botwinnik en de Pragmaticus Fischer zou zeer interessant geweest zijn. Deze match is er bijna gekomen, in 1970 onderhandelden ze over een match van 18 partijen in Leiden. Fischer trok zich op het laatste moment terug en in plaats daarvan werd de fameuze vierkamp tussen Botwinnik, Spassky, Larsen en Donner gehouden.

Uit het toernooiboek:

Toen het bestuur van het Leidsch Schaakgenootschap het besluit nam het 75-jarig bestaan te vieren met een schaakevenement dat in brede kring de aandacht zou kunnen trekken, werd in eerste aanleg gepoogd een tweekamp tot stand te brengen tussen Dr. Ir. M.M. Botwinnik, erelid van het LSG, en de Amerikaan Robert J. Fischer. Op deze weg reeds aanzienlijk gevorderd, traden bij de verdere onderhandelingen helaas toch zodanige verschillen van inzicht aan de dag, dat het bestuur zich genoodzaakt zag zijn koers te wijzigen. Dit resulteerde in een niet minder aantrekkelijke opzet: een meerrondige vierkamp tussen de vooraanstaande grootmeesters, die in Oegstgeest slag hebben geleverd. Zulks naar het historische voorbeeld van de beroemde wedstrijd St. Petersburg 1896, een gebeurtenis die ongeveer samenviel met de oprichting van het LSG.

Spassky won met 7 uit 12, Donner werd tweede met 6 uit 12 met een nul tegen Spassky en een fraaie winst op Larsen. De partij Spassky – Donner behandelde ik in seizoen 2016 – 2017, ‘Ken de Klassieken’. Omdat vooral het slot aardig is geef ik de partij hier nog een keer, zonder de ‘klassieke’ bron van de manoeuvre van Spassky, die is in ‘Ken de Klassieken’ na te spelen.

 

Spassky – Donner, Jubileumvierkamp, Oegstgeest 1970.

Botwinnik en Larsen haalden beiden 5½ uit 12. Het was het laatste officiële toernooi van Botwinnik.

Botwinnik (in 1970 was hij 59) zei later dat hij dacht dat een match over 18 partijen zeker door Fischer gewonnen zou zijn, maar niet nadat Fischer gedurende de match veel geleerd zou hebben. De bereidheid tot leren is nou net een van de meest belangrijke eigenschappen van de Pragmaticus.

 

Een andere kenmerk van de Pragmatici is dat zij meestal evolueren naar universele spelers. Zij onderzoeken veel en behouden het goede. Het zijn spelers die nieuwe ideeën snel in praktische zin kunnen gebruiken. En het zijn zeer goede rekenaars. Dat komt goed van pas in de aanval. Als je wilt begrijpen hoe je een aanval moet opzetten, niet alleen hoe je hem moet uitvoeren, dan moet je de partijen van Aljechin bestuderen. Ook Kasparov blinkt daarin uit.

 

Pragmatici zijn systematisch, objecties en harde werkers. Euwe is een duidelijke pragmaticus, zeer objectief en systematisch. Euwe had een breed en systematisch openingsrepertoire. Zijn valkuil, volgens Krogius in ‘Psychology in Chess’, was dat hij de openingen speelde op basis van hoe goed hij ze vond en hoe diep hij geanalyseerd had (objectieve criteria) maar niet op basis van hoe lastig een bepaalde opening voor een specifieke tegenstander zou zijn (een subjectief criterium). Lasker zei al dat het er niet om gaat de beste zet te spelen, maar de zet die het lastigst is voor je tegenstander. Schaken is nu eenmaal een spel tussen twee spelers met verschillende persoonlijkheden.

Het boek ‘The Art of the Middlegame’ van Keres, ook een systematisch hardwerkende en objectieve Pragmaticus, en Kotov, is een voorbeeld van diepgravende analyses.

 

Kasparov is misschien wel de beste pragmaticus aller tijden. Hij heeft het pragmatisme op een hoger niveau getild. Hij is heel sterk in het doorrekenen van concrete, geforceerde varianten, zijn openingsvoorbereiding is voorbeeldig, hij heeft een uitstekend talent voor de directe koningsaanval en is gedurende zijn hele carrière bereid geweest om bij te leren.

 

Tot slot een partij die heel goed laat zien wat de karakteristieke sterke en de zwakke punten van de Pragmatici zijn.

Nog een keer samengevat: De Pragmatici zijn buitengewoon concreet, ze besluiten op basis van de feitelijk kenmerken van een stelling en rekenen heel precies. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan de openingstheorie en excelleren in scherpe varianten. Zij zijn heel gevaarlijke in de koningsaanval. De beste Pragmatici hebben dit gemeen: vroeg in hun carrière maken zij vorderingen door hun talenten voor scherp spel, goed rekenen en combinaties te gebruiken. Later leren zij nieuwe dingen bij en worden universeler.

Als je tegen een Pragmaticus moet spelen, vermijd dan scherpe varianten, zowel in de opening als later in het midden- en eindspel. Fouten in je berekeningen worden dan genadeloos afgestraft. Streef naar eenvoudige stellingen, waarbij gevoel voor positionele kenmerken gevraagd wordt. Ga voor technische en saaie stellingen. In dat soort stellingen willen Pragmatici nogal eens de weg kwijt raken of besteden ze veel tijd aan niet ter zake doende berekeningen van varianten.

 

Svidler – Anand, Corus, Wijk aan Zee 2004.

 

 

Pragmatici

 

Pluspunten

  • Concrete, op feiten en precieze berekening gebaseerde besluitvorming.
  • Sterke, precieze en gedetailleerde openingsvoorbereiding.
  • De openingstheorie wordt vaak door de pragmatici vooruit geholpen.
  • Ingewikkelde stellingen met precies rekenwerk, excelleren in scherpe varianten waarbij elke zet belangrijk is.
  • Goede aanvallers, vaak directe koningsaanval.
  • Buiten kleine verschillen uit en gaan snel tot de aanval over.
  • Weten hoe een aanval op te zetten.
  • Niet bang om vreemd uitziende zetten te doen als berekening heeft aangetoond dat het goed is. Pg 108
  • Dergelijke zetten zijn vaak verrassend en hebben een psychologisch effect op de tegenstander.
  • Accepteren materiaal als de compensatie voor de tegenstander niet direct duidelijk is.
  • Soms te materialistisch.
  • Herkennen en absorberen nieuwe concepten snel.
  • Bereidheid om te leren.
  • Schuiven van pragmatisch naar universeel.

 

Minpunten

  • Komen soms in saaie of eenvoudige stellingen terecht waar hun rekenvaardigheid er minder toe doet.

 

Spelen tegen een Pragmaticus

  • Vermijd scherpe varianten, zowel in de opening als in het middenspel.
  • Streef naar rustige stellingen waar het positiegevoel belangrijker is dan concreet rekenen.
  • In ‘saaie’ stellingen hebben pragmatici de neiging af te dwalen of veel tijd te verdoen aan het berekenen van niet ter zake doende varianten.

 

Spelers

  • Twee categorieën:
    • De grootste groep: maken gebruik van hun rekenkracht voor aanvallende doeleinden (Aljechin, Keres, Fischer, Kasparov).
    • Gebruik van rekenkracht voor verdedigende doeleinden (Korchnoi).
  • Lasker
  • Aljechin
  • Euwe
  • Spassky
  • Fischer
  • Kasparov
  • Korchnoi
  • Svidler

 

 

‘Doeners’.

 

Delen
  •  
  •  
  •