Ai, ai, ai: AI

De tijd gaat snel. Het concept van dit stukje staat een kleine twee jaar op de computer. De hoogste tijd voor publicatie. Nog langer uitstel en het is achterhaald door de tijd.

Vooral tijdens mijn middelbareschooltijd heb ik veel science fiction gelezen. Mijn voorkeur ging dan uit naar verhalen die de letterlijke lading van ‘science’ en ‘fiction’, wetenschapsfictie, dekten. Als het ging over vreemde ruimtewezens, figuren die er niet vreemd genoeg uit konden zien en die de aarde bedreigden, vond ik dat nogal ver gezocht en minder te pruimen. Verhalen daarentegen die gingen over wat de mogelijkheden, wetenschappelijk of sociaal, in een nabije toekomst zouden kunnen zijn en daadwerkelijk konden gebeuren, die hadden mijn voorkeur. Hoe dichter bij de actuele tijd, hoe mooier. Een voorbeeld is de in 1948 geschreven roman ‘1984’ van George Orwell. Die gaat over het leven in een totalitaire staat. In de tijd dat Orwell het boek schreef was het een sombere toekomstvoorspelling. Met de kennis van nu is het een visionair verhaal. En akelig actueel.

Een van mijn favoriete science fiction schrijvers is Frederic Brown. Zijn verhalen waren ‘down-to-earth’, om een woordspeling te gebruiken. En vaak heel kort, tot ultrakort, zoals dit verhaal uit 1953:

“De laatste mens op aarde zat alleen in zijn kamer. Plotseling werd er op de deur geklopt…”

Zijn verhaal ‘Het antwoord’ uit 1954 heeft me om de een of andere reden altijd gefascineerd. Vaak doorverteld ook, misschien door de op zich onheilspellende plot.

Slecht 252 woorden heeft hij nodig om zijn verhaal te vertellen. Het gaat over een belangrijke gebeurtenis waarbij: ‘… alle kombinatiemachines van alle bewoonde planeten in het heelal – zesennegentig miljard waren het er – zou aansluiten op het supercirkwit dat hen allemaal zou verenigen tot één enorme superkalkulator, één hersenmachine die alle kennis van alle sterrenwerelden zou samenvoegen.’

Als de machine in werking is gesteld is het moment daar en kan de eerste vraag gesteld worden. ‘Het zal een vraag zijn die niet één afzonderlijke kombinatiemachine tot nu toe heeft weten te beantwoorden.’

De vraag die gesteld wordt is ‘Is er een God?’ Waarop de machine, zonder ook maar eenmaal met een relais te klikken, antwoordt: ‘Ja, NU is er een God.’ Degene die de machine bedient probeert dan de hendel om de machine uit te schakelen over te halen. ‘Maar een snelle bliksemstraal uit de wolkeloze hemel sloeg hem tegen de vloer en smolt de hendel vast.’

Een mooi visionair, maar zeer onheilspellend verhaal over wat we vandaag de dag Artificial Intelligence noemen. Nu spreken we over computers in plaats van ‘kombinatiemachines’ en over chips in plaats van de zesennegentig miljard sterrenstelsels die nodig zijn voor de ‘superkalkulator’.

Alleen de ultieme vraag is nu nog niet gesteld. Of misschien heimelijk, maar dat zal niet. Zonder veel fantasie kan ik minstens twee namen noemen van mensen die vinden dat zij, en zij alleen, voor de kwalificatie in aanmerking komen. Dat ‘fantastische, historische feit’ zou dan van de daken zijn geschreeuwd.

De afbeelding bij dit stukje heb ik een poosje geleden door ChatGPT laten genereren. Mijn basisopdracht was een plaatje te maken waarbij AI het brein regeert. Het resultaat was dit sinistere beeld.

Eerst vond ik het jammer dat de AI-figuur teveel menselijke trekken heeft. Anderzijds, de mens roept de strekking van het verhaal van Frederic Brown over zichzelf af, dus zo gek is het nou ook weer niet.

Goed bedacht dus van AI. Interessant hier is mijn gebruik van het woord ‘bedacht’. Het toekennen van menselijke eigenschappen aan dingen. Zoals in het schaken de koning die ‘bang’ is mat gezet te worden. Of de pion die ‘ernaar verlangt’ een dame te worden. En alsof kunstmatige intelligentie hetzelfde is als het menselijk denkvermogen.

Intrigerend is hoe ChatGPT over de inhoud van het plaatje heeft ‘nagedacht’. Is er een diepere bedoeling? Houdt het ons een spiegel voor? Is het wensdenken van AI? Is dit wat AI met de mensheid wil en wat ons te wachten staat? Of al aan de hand is?

Twee teksten zijn veelzeggend en geven te denken. De waarschuwing dat verzet zinloos is en we ons maar beter kunnen aanpassen. Dat ‘compliance’, oftewel: hou je koest en weest volgzaam, veiligheid biedt. De tekst onder de hersenen vat het nog eens kernachtig samen: ‘DENK NIET. VOLG.’.

De overstap naar het schaken is makkelijk gemaakt. De schaakcomputer vertelt ons in zijn, of haar, alwetendheid hoe we een partij gespeeld hebben. Geeft ons een waardering over het spel: ‘flawless’, ‘very precise’ of ‘precise’. Klakkeloos vertrouwen we meestal op het oordeel van de chips en geloven de analyses blindelings. Met een geschatte rating van rond de 3750 voor Stockfish 18 is het advies ‘DENK NIET. VOLG’ niet zo vreemd. Maar niets voor niets geven menselijke coaches het advies eerst zelf de partij te bekijken en te becommentariëren. En dan pas de computeranalyse eroverheen. Dus: ‘DENK (zelf). VOLG NIET (blindelings)’.

Gelukkig geeft de computer ook meer inzicht in het spelletje. Matthew Sadler en Steve Giddins hebben in hun recente boek ‘Re-engineering the Chess Classics’ een aantal klassieke partijen door de computer laten beoordelen. Sadler is deskundig op het gebied van AI in het schaken en heeft er eerder al over geschreven, zoals bijvoorbeeld het bekende ‘Game Changer Alpha Zero’.

In het boek over de klassiekers analyseren ze partijen en komen tot verrassende inzichten. Als ware psychologen nemen zij een kijkje in het brein van de schaakcomputers en laten zien hoe de moderne schaakprogramma’s denken. Om dit stukje nog wat educatiefs mee te geven de belangrijkste adviezen die ze uit hun analyse van het computerbrein hebben gehaald:

  1. Zorg ervoor dat je stukken niet passief zijn.
  2. Pak ruimte.
  3. Gebruik je randpionnen.
  4. Kleine voordeeltjes alleen zijn niet altijd genoeg voor de winst.
  5. Gebruik het hele bord.
  6. Wees een tactisch genie, mis niks!

Rob Hählen

1 september 2026

Plaats een reactie